Als Saddam weg moet, dan niet met hulp Bahrein

Bahrein haalt opgelucht adem nu een militaire actie tegen Irak lijkt te zijn voorkomen. Het verlost het kleinste Golfstaatje uit een lastig parket.

MANAMA, 23 FEBR. In de kalksteenwoestijn op de zuidelijke helft van het eiland Bahrein staat één boom: een eeuwenoude acacia, die met zijn wortels een diepe waterlaag moet hebben aangeboord en shajarat al-haya, Levensboom, wordt genoemd. Zijn vezelige stam is kromgegroeid in de wind die hier geen obstakels tegenkomt behalve af en toe een ja-knikker. Sommige Bahreini zien in die boom het serieuze bewijs dat hier, in de zuidelijke helft van de Golf, het Paradijs gelegen moet hebben. Voor veel inwoners van de hoofdstad Manama, op de uiterste noordpunt, is het vooral een geschikte plek om in gezinsverband te barbecuen of de nieuwe terreinauto uit te proberen.

Er is niemand, behalve een politieagent die ook filmrolletjes verkoopt, maar stil is het absoluut niet. In de verte stijgen onophoudelijk straaljagers en bommenwerpers op van de Sjeik Isa-luchtmachtbasis: Amerikaanse en Britse strijdkrachten in de Golf oefenen voor een operatie tegen Irak. Volgens militaire woordvoerders blijven ze dat voorlopig doen, niet alleen totdat het door VN-chef Annan vannacht in Bagdad bereikte akkoord is gewogen door de Amerikaanse regering en de Veiligheidsraad, maar vooral totdat VN-wapeninspecteurs in Irak het akkoord in de praktijk hebben getest.

Dat neemt niet weg dat Bahrein met een groot deel van de Arabische wereld opgelucht ademhaalt nu de kans lijkt afgenomen dat op korte termijn bommen op Irak zullen vallen. Het kleinste Golfstaatje laat de Amerikanen en Britten stilzwijgend gebruikmaken van zijn havens en vliegvelden, maar sprak in het openbaar uitsluitend over de wenselijkheid van een diplomatieke oplossing. Nu die er lijkt te komen, is Saddam Hussein niet de enige die zijn gezichtsverlies beperkt. Het verlost ook Bahrein uit een lastig parket: het hoeft niet mee te werken aan een impopulaire oorlog.

Een meerderheid van de bevolking ziet - evenals in Egypte, Jordanië en de andere Golfstaten - ondanks de angst voor Saddam Hussein geen heil in geweld tegen het Iraakse broedervolk en moet bovenal weinig hebben van de Amerikanen. Want die weigeren Israel de les te lezen als het VN-resoluties schendt en die hebben Iran geëxcommuniceerd. “Het Iraakse volk lijdt onder het bewind van Saddam én onder de VN-sancties”, zegt Sami Hussein (43), eigenaar van een moderne apotheek in de suq, de Arabische marktwijk van Manama, waar Westerse winkels, kramen met kruiden en theehuizen vol waterpijprokende mannen-met-hoofddoek elkaar afwisselen. “Het zou beter zijn als Saddam opstapt, maar ik weet niet of Bahrein daaraan moet meewerken.”

Die dubbelzinnige houding hebben veel van de 600.000 inwoners van deze voormalige Britse kolonie. Niet dat de emirs van Bahrein zich traditioneel heel veel aantrekken van de volkswil, maar de manoeuvreerruimte van sjeik Isa bin Salman al-Khalifa is de laatste jaren wel sterk afgenomen.

Pagina 5: Bahrein kan geen rellen gebruiken

Want met buurland Saoedi-Arabië vertoont ook Bahrein tekenen van interne instabiliteit. Extremisten binnen de shi'itische moslimgemeenschap, waartoe de meeste Bahreini behoren, hebben de afgelopen drie jaar met bomaanslagjes en brandstichtingen de belangen aangevallen van de sunnitische sjeik en diens familie van machtige zakenlieden en grootgrondbezitters. Het bewind ziet op zijn beurt de contouren van een Iraans complot en houdt honderden mensen gevangen. Met een zwakker wordende olie- en gassector - de toch al relatief kleine Bahreinse velden raken in hoog tempo leeg - wil het bewind niet dat het beeld van Bahrein als toeristen- en zakenparadijs wordt bezoedeld. Rellen tegen de officiële steun aan de imperialisten uit Washington kan sjeik Isa daarom niet gebruiken.

Vorige week leek het bewind toch even zwakke knieën te krijgen, toen de minister van Informatie, Mohammed al-Mutawaa, in navolging van enkele andere Golfstaten verklaarde geen toestemming te hebben gegeven voor offensieve missies vanaf Bahreinse bases. Na het wegvallen van Saoedi-Arabië als steunpunt konden de Amerikanen zich echter niet permitteren nog een vliegveld te moeten missen van waaruit zware bommenwerpers als de B-1 konden opstijgen. Dan zou in de regio alleen Koeweit overblijven. Na koortsachtig overleg waarin de Amerikanen naar verluidt zowel gedreigd als gelijmd hebben, bond Bahrein in. Dat wil zeggen: in het openbaar kwam niemand terug op zijn schreden, maar het Pentagon meldde twee dagen later wel van Bahrein “de garantie” te hebben gekregen dat er geen spaak in het wiel zou komen.

Bahrein heeft zich in een aantal verdragen zakelijk, technisch en organisatorisch vastgelegd op intensieve samenwerking met de VS, maar het incident onderstreepte opnieuw hoezeer de Amerikanen rekening moeten houden met de politieke gevoeligheden. De vliegdekschepen, die vanuit het hoofdkwartier van de in 1995 (her)opgerichte Amerikaanse Vijfde Vloot in Bahrein worden gedirigeerd, blijven in elk geval achter de horizon. Amerikaanse vliegtuigen vertonen zich niet boven Manama, maar buigen bij het opstijgen van de afgelegen en streng bewaakte sjeik Isa-basis onmiddellijk af naar zee. In de hoofdstad houden de militairen zich bewust gedeist, al is het lastig om de groepjes stevige jongens over het hoofd te zien, die - nadrukkelijk in burger maar wel allemaal met dezelfde crew cut en dezelfde groene plunjezakken - bij de hotels in personenbusjes stappen.

De dagen dat Amerikanen en Britse matrozen onbezorgd in Bahrein konden passagieren waren wel al voorbij. Veel schepen leggen nu aan de Verenigde Arabische Emiraten. De paar keer per jaar dat een Amerikaanse kruiser of een fregat van de Grey Funnel Line - de bijnaam van de Britse marine - aanmeert, blijven de matrozen aan boord of maken georganiseerde uitjes onder strenge bewaking uit vrees voor een aanslag. Of het 'grootste bordeel van de Golf' daar erg onder lijdt is overigens nog de vraag, gezien het enorme aanbod aan luxe hotels, congreshallen en nachtclubs met zuurstokkleurige neonverlichting, waar een onafzienbare stroom inwoners uit de andere Golfstaten doorheentrekt, óók uit het strenge, drooggelegde Saoedi-Arabië, dat met een kilometers lange brug aan Bahrein is verbonden.

“Ik heb hier veel plezier gehad toen ik jong was”, zegt Ismayel Ben Hussein, een gepensioneerde scheepsbevrachter, terwijl hij bedachtzaam in een glaasje rode, zoete thee roert. “Whisky, bier, noem maar op - geen probleem, maar nu ben ik daar te oud voor.” Hij haalt een envelop te voorschijn met een aanbevelingsbrief uit 1948, waarin de eerste officier van het Amerikaanse stoomschip John Wanamaker, zijn werk prijst “als voorman van de koelies bij het lossen van 1.500 ton gemengde goederen”.

Nee, hij heeft niets tegen de Amerikanen. En ook niet tegen de Britten, de Hollanders en zijn eigen sjeik, zegt hij. “Maar oorlog is niet goed”, zegt hij. “Niet voor de Irakezen en niet voor ons.”