Zuid-Korea experimenteert met prille democratie onder president 'DJ'; De messias van Kwangju

Zuid-Korea installeert deze week zijn nieuwe president. Een totalitair regime heeft het land niet meer, maar de burgers tasten nog voorzichtig de grenzen van de nieuwe democratie af. De bewoners van de stad Kwangju zien in de keuze van de bejaarde Kim Dae-jung een droom waargemaakt: een leider uit hun eigen regio. 'We hebben gefaald in het creëren van een demo- cratische samenleving.'

Kim Dae-jung heeft zeker zijn masterplan voor de toekomst”, zegt de dichter Kim Sang-sun, “ook al kan hij nu nog niet al zijn ideeën aan de openbaarheid prijsgeven.” De dichter lijkt de komende president van Zuid-Korea, Kim Dae-jung, welhaast als de nieuwe Messias te beschouwen. “Hij heeft zijn hele leven gestudeerd, in ballingschap en in de gevangenis, en hij houdt van zijn volk. Dus zijn de keuzes die hij maakt goed en kan hij een goed leider zijn.”

De locatie is een verloederde betonklomp in een buitenwijk van de stad Kwangju. Vanuit de kelder stijgen uit de keukens van schamele eethuisjes onbestemde dampen op van gerechten die urenlang staan te pruttelen. Om tien uur 's avonds zit op de begane grond een vrouw nog naast haar groentestal te wachten op klanten. Op de eerste etage van het gebouw is onder meer een avondschooltje waar op een maandagavond een aantal politiek actieve inwoners van Kwangju hun mening geven over hun politieke held, Kim Dae-jung, die aanstaande woensdag als president van Zuid-Korea wordt geïnstalleerd.

Kwangju is met ruim een miljoen inwoners het centrum van de regio Cholla, thuishaven van de inmiddels bejaarde Kim Dae-jung - bij het publiek beter bekend onder zijn koosnaam 'DJ'. Kim Dae-jung haalde in december een verassende, en nipte, overwinning in de presidentsverkiezingen. In veel delen van het land kreeg hij slechts minimale steun. Maar in zijn thuisbasis Cholla kreeg hij meer dan 95 procent van de stemmen. Een dergelijke fenomenale uitslag komt normalerwijs slechts voor onder totalitaire regimes, maar Zuid-Korea beroept zich de laatste jaren juist op voortgaande democratisering. Kim Dae-jung wordt de tweede achtereenvolgende burgerpresident van het land. Voor die tijd, tot 1993, deelden militairen vaak met harde hand de lakens uit.

“DJ is like Jesus Christ”, zegt politiek activist Soh Eugene met een schampere lach op de bijeenkomst in het schooltje over de gigantische steun voor Kim Dae-jung in Cholla. “De mensen in deze regio worden om politieke redenen al tientallen jaren systematisch door de regering in Seoul gediscrimineerd. De enige manier voor ons om een einde te maken aan die discriminatie is een president die zelf uit deze regio komt.”

Ook al kreeg Zuid-Korea vijf jaar geleden zijn eerste democratisch gekozen burgerpresident, de discriminatie tegen Cholla ging volgens de inwoners gewoon door. “Bij zijn aantreden zei de nieuwe president toen dat er helemaal geen sprake was van discriminatie tegen deze regio, maar dat is absolute onzin”, aldus Soh. Om de numerieke meerderheid van de rest van het land te overwinnen, moesten de mensen in Cholla zich letterlijk en masse achter DJ verenigen om hun droom waar te maken: een president uit de eigen regio. De verwachtingen voor verdere democratisering en meer gelijkheid zijn in Cholla nu hooggespannen.

Zijn verwesterde voornaam heeft Soh Eugene, eigenlijk Yu-jin, overgehouden aan zeventien jaar ballingschap in de Verenigde Staten. Terwijl de VS de militaire regimes in Zuid-Korea steunden, waren de VS tegelijkertijd lang de thuishaven van een grote groep Koreaanse ballingen - van wie de meest prominente Kim Dae-jung zelf was, de aanstaande president. Sohs taak in Washington was lobbyen bij leden van het Congres om niet de opeenvolgende militaire regimes in zijn geboorteland te steunen. Soh heeft er weinig idealen over het politiek bedrijf aan overgehouden. “De VS gebruiken de rechten van de mens in de buitenlandse politiek alleen als het hun goed uitkomt. Machtspolitiek is belangrijker.”

Ondanks de democratisering van Zuid-Korea die sinds 1987 langzaam op gang is gekomen, kan Soh evenmin voor de politiek in eigen land respect opbrengen. “Als politicus in Zuid-Korea moet je een lakei zijn voor je partijleider.” Soh heeft daar geen behoefte aan en houdt zich verre van de hoofdstad Seoul. Toen hij eind jaren tachtig zijn vaderland weer binnen mocht, vestigde hij zich op zijn geboortegrond: de stad Kwangju. Soh heeft zich gestort op avondcursussen aan jonge kinderen. Soh wil hun creativiteit stimuleren omdat het land in Sohs ogen al genoeg 'lakeien' heeft. Ver van het officiële politieke circus heeft hij de vrijheid om geen blad voor zijn mond te nemen. Iedereen in Kwangju kent hem en hij loopt overal vrijelijk naar binnen. Vaak in lachen uitbarstend steekt hij zijn mening niet onder stoelen of banken.

Massaslachting

Soh Eugene maakt deel uit van een actieve beweging voor de rechten van de mens in Kwangju waarvan de kern sinds begin jaren negentig wordt gevormd door Kwangju Citizens Solidarity. In mei organiseert dit comité samen met een organisatie uit Hongkong een congres in Kwangju met sprekers uit geheel Azië. Het is de bedoeling op de conferentie een 'Aziatische Verklaring van de Rechten van de Mens' aan te nemen. De oorsprong van het comité ligt in hèt grote trauma van Kwangju: een massaslachting in 1980 door het leger onder demonstrerende studenten in Kwangju.

Die slachting had plaats tijdens de 'Lente van Seoul'. In 1979 werd dictator Park Chung-hee door zijn eigen lijfwacht doodgeschoten en gloorde de hoop op democratisering. Er waren voorbereidingen voor verkiezingen en studenten gingen de straat op om meer vrijheid te eisen. Maar half mei 1980 trad het leger in Kwangju keihard op. “Soldaten vermoordden studenten op straat met hun bajonet”, aldus een arts die destijds de rellen meemaakte.

Vervolgens kwam de hele bevolking van Kwangju in opstand, veroverde wapens op de soldaten en joeg het leger de stad uit. De vrijheid zou een week lang standhouden. Op 27 mei 1980 rolden voor de dageraad tanks de stad binnen. Veel studentenleiders die zich in het provinciehuis hadden verschanst, kwamen om het leven. Er vielen in totaal zo'n driehonderd doden en tot op de dag van vandaag zijn 48 mensen spoorloos.

Ook in de hoofdstad Seoul hadden destijds grote demonstraties plaats, maar ongenadig ingrijpen deed het leger alleen in Kwangju, in de regio Cholla. Van de oppositieleiders werd allereerst Kim Dae-jung gearresteerd, afkomstig uit Cholla. Voor de inwoners van Cholla is het geen toeval dat het leger hun regio uitkoos als doelwit voor de harde acties. De massale steun van het electoraat voor Kim Dae-jung is daar een reactie op. “De discriminatie begon in 1971, toen regerend president Park Chung-hee zijn herverkiezing alleen dankzij grove fraude kon veiligstellen”, zegt een functionaris van Kim Dae-jungs partij in het regionale partijhoofdkwartier in de stad Kwangju. “Kim Dae-jung was toen als leider van de verenigde oppositie de eigenlijke overwinnaar. Omdat Kim Dae-jung uit Cholla afkomstig was begon Park met systematische discriminatie van Cholla. De regio kreeg minder geld, mensen die hier vandaan komen werden geweerd uit het landsbestuur. Park speelde in op oude regionale verschillen tussen Cholla en andere regio's.”

Tijdens de protesten in Kwangju in 1980 was een nieuwe sterke man uit het leger aan de macht die de strategie van de vermoorde president Park voortzette. “Na het neerslaan van de opstand protesteerde ik tijdens een lezing op de universiteit tegen het regeringsoptreden”, zegt professor Lee Kwang-woo in het kantoor van de organisatie van familieleden van slachtoffers van de 18 Mei Opstand. Lee was destijds hoogleraar politicologie aan de nationale universiteit in Kwangju waar alle protesten begonnen. “Vervolgens kwam het leger me 's nachts thuis arresteren. Een militaire rechtbank oordeelde dat ik vóór de opstand naar Seoul was gereisd om daar geld in ontvangst te nemen van Kim Dae-jung. Met dat geld zou ik de opstand hebben aangesticht. Absolute nonsens. Pas vier jaar later ontmoette ik Kim op de Harvard Universiteit voor het eerst van mijn leven.” Kim Dae-jung zelf, die volgens het leger het brein achter de opstand was, werd in 1980 ter dood veroordeeld, een vonnis dat later onder Amerikaanse druk is verzacht.

Wilde Honden

Maar niet alleen dictatoriale legerleiders hebben volgens professor Lee schuld aan de moorden in Kwangju. “Na mijn ontslag uit de gevangenis kwam een Amerikaanse functionaris mij opzoeken. Ik vertelde hem het verhaal van de Wilde Honden. 'Stel dat een groep wilde honden woest te keer gaat tegen onschuldige burgers, wie is er dan fout?' De Amerikaan trok wit weg. 'Ik denk dat de baas van die honden dan fout is', zei ik. Hij vroeg toen: 'U bedoelt de VS?' 'Ja natuurljk'.”

In 1984, vier jaar na zijn veroordeling, mocht Lee weer aan het werk op zijn universiteit; deze maand gaat hij met pensioen. Zijn strijd tegen de regering zet hij echter ongebroken voort. Officieel staat de hoogleraar nog altijd als veroordeeld crimineel te boek. Samen met 180 andere gearresteerden voert hij nu een juridisch gevecht om zijn naam gezuiverd te krijgen.

Een paar kilometer buiten Kwangju ligt tegen een berghelling de 18 Mei Begraafplaats, gewijd aan de opstand van 1980. Het werk aan de begraafplaats begon in 1994, nadat het land een jaar eerder eindelijk zijn eerste democratisch gekozen burgerpresident had gekregen. Vorig jaar kwam het gereed en zijn 289 slachtoffers er herbegraven. In een tentoonstellingsruimte zijn enkele van de schaarse foto's te zien die tijdens de opstand zijn gemaakt. Foto's van vreedzame manifestaties op het plein in het centrum van de stad en van soldaten die op ongewapende burgers inhakken. Ook een foto gemaakt tijdens de herbegrafenis van de slachtoffers: een bejaard echtpaar zit gebroken op de aarde naast het oude graf van hun kind, in hun handen bruine botten en een schedel.

De bezoeker betreedt de monumentale begraafplaats via de Poort van Democratie om vervolgens over het Plein van Democratie de Poort der Herinnering te bereiken. Daarachter, op het Plein der Herinnering, staat de veertig meter hoge Toren der Herinnering, waarvoor een klein altaar staat om wierook te branden voor de slachtoffers. De toren bestaat uit twee pilaren waartussen een groot metalen ei hangt: twee handen houden voorzichtig het ei vast dat symbool staat voor de hoop op nieuw leven. Pas daarachter liggen de 289 graven en 48 kleine monumenten met de namen van spoorloos verdwenen slachtoffers.

De nieuwe begraafplaats is met zijn zware symboliek een ware ode geworden aan 'Democratie'. De toenmalige radicale studenten die rigoreus werden afgestraft zijn nu martelaren van het volk.

Wil dit ook zeggen dat Zuid-Korea nu een democratisch land is geworden? “We hebben een groot aantal problemen overwonnen, zoals militaire regimes en censuur van de media”, zegt een van de deelnemers aan de discussie-avond in het morsige avondschooltje in Kwangju, “maar we zijn pas halfweg in de ontwikkeling van democratie.” Van verschillende kanten wordt die avond opgemerkt dat de Koreanen hun denkwijze moeten veranderen. “Het onderwijs onder het militaire bestuur heeft ons verkeerde concepten meegegeven”, zegt iemand. Een journalist vult aan: “We hebben een confucianistische opleiding gekregen waarin we respect moeten hebben voor deugdzame leiders. Maar het confucianisme leert ook dat niet-deugdzame leiders hun macht niet waard zijn. Dat moeten we ook in de praktijk toepassen, want politici zeggen vaak dat ze alles 'voor het volk' doen, terwijl ze in werkelijkheid alleen aan zichzelf denken.” De altijd wakkere Soh Eugene reageert direct: “Dàt is nou precies politiek.”

De rol van het comité Kwangju Citizens Solidarity is dan ook niet slechts de herinnering levend houden aan de gebeurtenissen van 1980. “We moeten waakzaam blijven. Je weet nooit hoe iemand verandert als hij macht heeft, ook Kim Dae-jung”, zegt een van de leiders van de groep. Het comité wil daarom als waakhond blijven functioneren bij de actuele politieke ontwikkelingen.

Ook voor een van de studentenleiders tijdens de opstand van 1980, Lee Jai-eui, is die strijd van 1980 niet voorbij. Lee verloor veel vrienden in de strijd met het leger en zat een jaar achter de tralies, waar hij regelmatig martelingen onderging. Nu werkt hij als journalist bij een lokale krant en is actief in Kwangju Citizens Solidarity. “De test voor ons democratisch gehalte komt bij lokale verkiezingen”, meent Lee. Drie jaar geleden kende Zuid-Korea voor het eerst lokale verkiezingen voor burgemeesters en provinciale gouverneurs. Voordien was er geen enkele lokale autonomie en benoemde de overheid deze functionarissen. Bij de verkiezingen in Cholla echter, is er weinig verkiezingsstrijd. Een kandidaat van Kim Dae-jungs partij is direct zeker van zijn overwinning.

Lee: “We hebben in 1980 de waarde van vrijheid en democratie leren kennen. Omdat we zo gretig waren om via Kim Dae-jung democratie tot stand te brengen, stemt sindsdien iedereen op hem. De negatieve kant is dat we daardoor hebben gefaald in het creëren van een democratische samenleving in Cholla zelf. Iedereen stemt op DJ, ook al heeft meer dan de helft van zijn kiezers andere ideeën. Daarom moeten we nu ook het 'dictatoriale' aspect van DJ's leiderschap bekritiseren. We moeten werkelijke lokale autonomie tot stand brengen en niet automatisch voor de kandidaat van DJ's partij stemmen. Daarom worden de lokale verkiezingen in Kwangju deze zomer een test voor het democratisch gehalte van Cholla.”

Kwangju Citizens Solidarity is bereikbaar via Internet. Homepage: http://www.ik.co.kr/kcs/. Het comité publiceerde afgelopen jaar een Engelstalig boek over de opstand van 1980, gezien door de ogen van buitenlandse journalisten die destijds in de stad waren, met nawoord van Lee Jai-eui over de 17 jaar sindsdien: 'Kwangju in the Eyes of the World'. ISBN 89-7474-831-2.