Zin in een beursgang? Nee, dank u

Wie volgt Ajax naar de effectenbeurs? Kandidaten genoeg, maar de meeste ondernemingen kunnen niet. Hoeven niet zo nodig. Of willen niet. “Dat heeft nooit op de agenda gestaan.”

ROTTERDAM, 21 FEBR. Sterft, gij oude vormen en gedachten! /Slaafgeboornen, ontwaakt, ontwaakt! /De wereld steunt op nieuwe krachten, /begeerte heeft ons aangeraakt!

De Internationale heeft plaatsgemaakt voor internationale financiële markten. Oude structuren verbrokkelen in het zicht van internationale concurrentie en de jacht op groei. Amerika's grootste verzekeraar Prudential kondigde vorige week aan dat de huidige coöperatieve status zal worden omgezet in die van een naamloze vennootschap. Amerikaanse bankiers rekenen op de grootste beursintroductie uit de historie. In Engeland zijn al verschillende coöperatieve spaar- en kredietbanken en verzekeraars naar de beurs gegaan.

Met de gang naar het Amsterdamse Beursplein wil Ajax zijn clubliefde en zijn verenigingsstructuur niet kwijtraken, maar wel 100 tot 120 miljoen gulden bij beleggers ophalen. Als Ajax de beurs als kapitaalverschaffer accepteert, wat zit er dan nog meer in het vat in het Nederlandse bedrijfsleven?

“Ik staat hier in het hol van de leeuw als voorzitter van de hoofddirectie van een niet-beursgenoteerd bedrijf dat in de verste verte geen aanvechting heeft om naar de beurs te gaan”, zei H. Wijffels van de Rabobank in november op de jaarlijkse Dag van het Aandeel. De Rabobank, de grootste en meest kapitaalkrachtige Nederlandse coöperatie, viert zijn honderjarig bestaan dit jaar niet met een beursintroductie. “Wij hebben voldoende vermogen”, zegt een Rabo-woordvoerder. “En wij willen voorkomen dat wij twee doelen moeten dienen, het rendementsdoel van de kapitaalverschaffer en het doel van de leden die zich tegen de laagste mogelijke tarieven willen financieren.”

Een onderzoek van financieel adviseur Moret, twee jaar geleden, leverde een opmerkelijk hoge animo voor een beursgang op. Uit een enqûete onder topmanagers van 294 ondernemingen met tenminste 10 miljoen kapitaal kwam naar voren dat 160 bedrijven echte beurspotentie hebben. In totaal zijn er zo'n 200 ondernemingen aan de Amsterdamse beurs genoteerd.

Het links-liberale kabinet dat marktwerking propageert zorgt niet voor nieuwkomers op de beurs. Automatiseringsbedrijf Roccade zou als een second best oplossing naar de beurs kunnen, sinds een overname door concurrent Getronics eind vorig jaar onverwacht afketste. Hetzelfde geldt voor de Rijksmunt, Schiphol en het facilitair bedrijf voor de omroepen NOB.

KPN werd door minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) weliswaar verplicht om de kabeldivisie Casema van de hand te doen, maar dit leidde niet tot een beursgang. In november maakte France Telecom bekend Casema over te nemen.

Ook de dynamiek van de concurrentie lokt geen beursnoteringen uit. Vorig jaar constateerde adviesbureau McKinsey in een uitgebreide studie, Boosting Dutch Economic Performance, dat de zwakke controle op Nederlandse ondernemingsbesturen met name de coöperatieve landbouwsector parten speelt. De nadruk op lage prijzen voor de aangesloten leden ontmoedigt lange termijn-investeringen in onderzoek en ontwikkeling en de opbouw van merknamen.

Slechts één coöperatie - OPG, een medicijnengroothandel - is genoteerd aan de Amsterdamse beurs. De uitzondering bevestigt de regel. Kort na de publicatie van het McKinsey-rapport ging Cebeco-Handelsraad, de grootste landbouwcoöperatie, in zee met de Nationale Investeringsbank voor een kapitaalinjectie van 150 miljoen gulden. “Beursgang bleek toch voor de leden nog een brug te ver, voornamelijk emotioneel”, zei directievoorzitter ir. H. Boon tegen Het Financieele Dagblad.

Ook de bedrijven zelf vinden in veel gevallen de beurs een brug te ver, bij voorkeur verpakt in de woorden dat 'op dit moment niets uitgesloten kan worden'. Wavin, producent van kunstofbuizen, heeft geen plannen op korte termijn. “Het is zeker ooit aan de orde geweest, maar u kunt ons gerust van uw lijstje beurskandidaten 1998 schrappen”, aldus een woordvoerder. Druk van de aandeelhouders - de provincie Overijssel en Shell - lijkt het internationaal opererende bedrijf niet te voelen.

Ook ECT (containeroverslag) zit op het vinkentouw, sinds de vier aandeelhouders een zakenbank hebben ingeschakeld om de toekomst van de onderneming in kaart te brengen. Meer vastomlijnde plannen heeft F. van Lanschot Bankiers die afgelopen week de fusiebesprekingen met verzekeraar Ohra beëindigde. Een datum voor de beursgang heeft bestuursvoorzitter H. Heemskerk van Van Lanschot nog niet, “Maar het is zeker dat we naar de beurs gaan”. Heemskerk “sluit zelfs niet uit” dat dit nog dit jaar zal plaatsvinden.

Stelliger zijn twee andere financiële giganten, die gelieerd zijn aan de (semi) overheid. De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), die voor lagere overheden werkt, en de Nederlandse Waterschapsbank, die waterschappen financiert, zien niets in een beursgang.

“Wij genereren voldoende eigen vermogen uit de winst die wij binnen de bank houden en onze status als een overheidsbank zouden wij verliezen. Ook al staat de overheid niet formeel garant, die status speelt internationaal wel een rol”, zegt directievoorzitter mr. A. Koemans.

“Een beursgang is in strijd met ons karakter als bank van en voor de publieke sector”, zegt een BNG-woordvoerder. “Bij ons heeft het nooit op de agenda gestaan.”