We dienen vooral als leden van de groep te leven; Nieuw rechts in Oost-Europa is gevaarlijk

In Polen en andere Oost-Europese landen komen steeds meer rechtse of centrum-rechtse regeringen aan de macht. Na een periode waarin 'ex'-communisten in de regering zaten, is zo'n ommezwaai niet verwonderlijk. De terugkeer of eerste opkomst van beschaafd rechts in deze regio kan zelfs hoopvol zijn. Toch zijn de rechtse ideologieën die onder deze regeringen van nieuw rechts opgeld doen, in werkelijkheid potentieel gevaarlijk.

'Nieuw rechts' in de postcommunistische tijd kent twee ideologieën. De bekendste is een combinatie van nationalisme, xenofobie en godsdienstijver, die in Polen bijvoorbeeld te vinden is in de populaire antisemitische preken en radiouitzendingen van de pastoors Rydzyk en Jankowski. Hun tirades zijn eigenlijk een nostalgische herleving van het 19de-eeuws nationalisme en populisme.

Zolang een vrijemarkteconomie bestaat en de modernisering voortschrijdt, zullen degenen die tijdens deze overgang achter het net vissen of menen achter het net te vissen, zich aangesproken voelen door zulke ideologische krompraat. Maar het betreft dan een minderheid die nog verder zal slinken naarmate er meer mensen van de groei profiteren.

De tweede ideologie van nieuw rechts is interessanter, en gevaarlijker. Het is machtige kost waarin radicaal-conservatieve denkbeelden en kritiek op het rationalisme zijn verwerkt.

Nu is in alle conservatisme wel een zekere antirationalistische tendens aan te wijzen. Van Edmund Burke tot Michael Oakeshott hebben critici de gebreken van het rationalisme laten zien. Hun geschriften over de Franse Revolutie of de uitwassen van de Verlichting richtten zich tegen het geloof dat de rede de ware oorsprong van alle sociale en politieke verandering is. Maar de intellectuelen van nieuw rechts in Midden-Europa zetten deze traditie voort met hun geloof dat de rede verantwoordelijk is voor alle leed en alle stompzinnigheid van de 20ste eeuw. In het bijzonder zou de rede aansprakelijk zijn voor de uitwassen van iets dat zij 'postmodernisme' noemen, een zonder twijfel ongunstig, maar nooit scherp gedefinieerd of omschreven etiket.

Deze kritiek op elke vorm van rationalisme leidt onherroepelijk tot een verwerping van het gedachtegoed van de Verlichting. Die gedachten vormen echter de grondslag van onze beschaving - en van de bezwaren ertegen. Niet alleen het onderwijs op scholen en universiteiten is doortrokken van de ontwikkelingsgedachte, deze vormt ook de kern van ons democratisch stelsel. Immers, algemeen kiesrecht gaat uit van de gedachte dat de kiezers ontwikkeld genoeg zijn om te weten waarom ze stemmen zoals ze doen.

Die grondgedachte wordt thans belaagd door nieuw rechts. Niet alleen omdat het communistische stelsel de uitwassen van het rationalisme belichaamde, maar ook omdat het morele verval van de moderniteit zou zijn voortgekomen uit het primaat van het rationalistische denken. Het rationalisme zou door zijn morele bankroet de oorzaak zijn van het liberalisme, het relativisme. Het heeft een breuk veroorzaakt in de culturele traditie, voor de afbraak van het gezin gezorgd, voor pornografie, openlijke homoseksualiteit, promiscuïteit (in seksuele en in velerlei andere zin), en de ontaarding van kunst en literatuur.

Welke doeleinden, welke toekomstvisie heeft nieuw rechts? Eén doelstelling is duidelijk: het is voor Europa maar tegen het Westen. Nieuw rechts ziet Europa als een spiritueel geheel van waarden, tradities, gebruiken en vroomheid. Het Westen is daarentegen een bont allegaartje van destructief materialisme dat alles omvat van McDonald's tot condooms, van Jacques Derrida tot Antonio Banderas.

Europa heeft in deze ideologie niets te maken met de EU of de NAVO. Het lidmaatschap van deze organisaties wordt niet bestreden. Het komt eerder neer op een soort modernisering zonder moderniteit. Veranderingen in de economie, de industrie, het bankwezen, de aanleg van nieuwe snelwegen, een beter telefoonnet, toegang tot Internet zijn allemaal prachtig, maar ze mogen niet gepaard gaan met veranderingen in waarden, ongebreideld individualisme of nieuwe zeden en gewoonten en een nieuwe levenswijze.

Men zou hier, in oneigenlijke zin, het door overmatig gebruik uitgeholde begrip global village kunnen toepassen: we mogen dan mobiele telefoons hebben en speculeren op internationale financiële markten, maar we moeten tegelijk leven zoals dorpelingen geacht worden te doen. We moeten veel kinderen krijgen, onze ouders respecteren, 's zondags naar de kerk gaan, wortelen in de bodem van ons vaderland en 's zaterdagavond misschien een glaasje drinken.

We dienen volgens de ideologen van nieuw rechts vooral als leden van de groep te leven, in een gemeenschapsgeest die niets te maken heeft met de communautaire denkbeelden van filosofen als Michael Walzer of Charles Taylor, maar meer met - weer een oneigenlijke zin - de traditie van de beweging Solidariteit die in opstand kwam tegen het Poolse communisme en dit ten val heeft gebracht.

Solidariteit was een sociale bevrijdingsbeweging, een wonderbaarlijk, maar tijdelijk samengaan van individuen, misschien zelfs van zielen. Maar revolutionaire sociale bewegingen zijn van korte duur, en terecht. Ze kunnen geen model vormen voor een 'normaal' maatschappelijk leven. Heimwee naar de verloren eenheid en het elan van Solidariteit is begrijpelijk, maar heimwee vormt geen hechte basis voor een nieuwe samenleving.

Intellectueel nieuw rechts is gevaarlijk in Polen en elders in Oost-Europa, omdat het gedijt bij de illusie dat we een economie en een beschaving als die van het Westen kunnen opbouwen zonder ook de maatschappelijke vrijheden te importeren die onvermijdelijk en onontkoombaar tot die beschaving behoren. Nieuw rechts wil vooruit door achteruit te marcheren. Maar een kunstmatige surrogaatsolidariteit kan alleen als droombeeld bestaan of met staatsmacht worden afgedwongen.