VS voelen niets voor een Japanse hoofdrol in Azië

De crisis in Azië lijkt voor Japan geen reden te zijn regionaal leiderschap voor zich op te eisen. Tokio heeft wel voorzichtig de oprichting van een Aziatisch Monetair Fonds gesuggeerd, maar de VS voelen niets voor een echt onafhanklijke rol van Japan. En China evenmin.

TOKIO, 21 FEBR. “Wij dringen er bij Japan op aan om leiderschap te tonen door de economie te dereguleren, de markt te openen en groei te genereren door vergroting van de binnenlandse vraag.” Deze woorden sprak de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, Stuart Eizenstat, vorige week in Washington, maar ze zijn inwisselbaar met teksten van andere Amerikaanse politici dezer dagen.

Er zit een eigenaardige inconsistentie in de uitlating van Eizenstat: als Japan leiderschap wil tonen moet het doen wat de VS zeggen. Met andere woorden: Japan moet juist géén leiderschap tonen maar moet de wensen van de VS volgen.

Vanuit Zuidoost-Azië zijn de afgelopen tijd in een andere vorm oproepen aan Japan gedaan om leiderschap te tonen. In december afgelopen jaar zei de Thaise minister van Financiën bij een bezoek aan de Japanse ambassade in Bangkok:“Thailand wil de vorming van een yen-blok in Azië steunen, maar de VS zullen er wel tegen waarschuwen.”

Op zijn beurt heeft ook Maleisië lang aangestuurd op een sterkere Japanse rol,namelijk in een economisch samenwerkingsverband van uitsluitend Aziatische landen, de zogenoemde East Asian Economic Caucus. In juli 1991 zei een hoge Maleisische ambtenaar met een verwijzing naar de Japanse veroveringen tijdens Tweede Wereldoorlog over deze plannen tegen een Japanner: “Dit is wat jullie vaders ons hebben proberen te leren.” Net als in de jaren veertig verzetten de VS zich echter fel tegen deze mogelijke vermindering van hun invloed in Azië. De VS wierpen vervolgens al hun energie in de totstandkoming van het Asian Pacific Economic Cooperation forum, begin jaren negentig, waaraan wèl Westerse landen meedoen, zoals de VS, Canada en Australië. Het Maleisische plan is een stille dood gestorven.

Een laatste voorbeeld is het Aziatische Monetaire Fonds dat Japan tijdens de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in september op tafel legde. De Amerikaanse onderminister van Financiën, Lawrence Summers, verklaarde in november dat het IMF “de centrale rol moet houden bij internationale steunpakketten”. En zo verdween het Japanse voorstel na fel verzet van de VS en het IMF diezelfde maand weer in de prullenbak.

Sommige Japanners die deze taferelen aanschouwen, noemen hun eigen land een “vazalstaat” van de VS. De oorsprong van deze verhouding ligt natuurlijk in de verloren Tweede Wereldoorlog, waarna de Japanners hun veiligheidsbeleid aan de VS overlieten en de VS Japanse exporten accepteerden om het land er economisch weer bovenop te krijgen.

“Kijk naar het Theatre Missile Defense project”, zegt een analist die liever anoniem wil blijven omdat de kwestie actueel is. TMD is een geavanceerde verdediging tegen binnenkomende raketten, waarbij satellieten de vijandelijke raketten vroegtijdig moeten signaleren. Het geheel bevindt zich nog slechts in het stadium van ontwikkeling. Een woordvoerder van het Japanse minister van Defensie wil slechts kwijt dat er “gezamenlijk onderzoek van Japan en de VS” gaande is en dat de betrokkenheid van Japan is gebaseerd op “een algemene interesse in zelfbescherming”. Als mogelijke afzender van vijandelijke raketten noemt hij slechts Noord-Korea. Eerder genoemde analist stelt echter dat de VS slechts geïnteresseerd zijn in Japans geld en Japanse technische kennis en daarom druk uitoefenen op Japanse deelneming. Bovendien: “De werkelijke opponent die de VS op het oog hebben, is natuurlijk China, niet Noord-Korea, al zegt niemand dat openlijk.”

“Het is een trade off”, zegt Tamotsu Asami, werkzaam bij het onderzoeksinstituut van de krant Yomiuri, de grootste krant van het land. Een trade off van veiligheidsbelangen tegen economische belangen. “Wij kunnen de VS niet al te boos laten worden. Als we de samenwerking op veiligheidsgebied weigeren, beïnvloedt dat de positie van de VS op economisch gebied. Maar diep van binnen zijn we natuurlijk kwaad op de VS.” De conclusie van deze redenering is dat de VS de Japanse handelstekorten tot op zekere hoogte tolereren in ruil voor financiële en materiële steun op veiligheidsgebied.

Deze relatie is onlangs nog uitgebreid, waarbij Japan steun belooft aan de VS in geval van incidenten buiten eigen grondgebied. China heeft fel geprotesteerd tegen deze overeenkomst omdat het meent dat de Japans-Amerikaanse relatie is gericht tegen China, gezien het voortdurende conflict rond Taiwan. “China uit die beschuldiging echter alleen op bepaalde momenten omdat het weet dat de gedachte anders vanzelf werkelijkheid wordt”, zegt Kazuko Mori, hoogleraar Sinologie aan de Universiteit van Yokohama. Volgens Mori gaan de Chinezen zeer weloverwogen te werk in hun beleid. Zo waren de Japanners zeer geschokt door de raketoefeningen rond Taiwan twee jaar geleden, maar was deze actie “voor de Chinezen geen militaire actie, maar een puur politieke daad.” Hetzelfde geldt het politieke gebruik van de beschuldigingen over 'herrijzend militarisme' en verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog aan het adres van Japan.

Op economisch gebied is Japan wel degelijk een voorbeeld voor China, meent Mori. De huidige crisis in Azië doet daar niets aan af want “de Chinezen kijken met een veel wijdere blik, ze kijken naar de Japanse ontwikkeling over de afgelopen honderd jaar”. Maar de herinnering aan de oorlog en de rivaliteit als grote buurlanden blijven een barrière voor werkelijke Japanse invloed in China. China is tevreden met de Japans-Amerikaanse veiligheidsrelatie zolang Japan daarmee onder de duim van de VS blijft.

De Japanners zelf hebben voorlopig niet de moed om onder deze Amerikaanse militaire paraplu vandaan te komen. Zolang dat niet gebeurd zal Japan zich ook de tirades van Amerikaanse functionarissen over 'gebrekkig leiderschap' moeten laten welgevallen.