Uitslag Buitenlustprijsvraag; Tuinen in de lucht

De opdracht van de jaarlijkse Buitenlust- prijsvraag luidde dit jaar: ontwerp een tuin op een balkon of een dak. Het mocht een klein Sissinghurst worden, een wilde tuin, een dakmoestuin, een formeel Italiaans eetterras. De jury, bestaande uit Sarah Hart en Lien Heyting, is zoals gebruikelijk streng geweest. Vandaag maken zij de uitslag bekend.

De Buitenlust-prijsvraag van dit jaar was gewijd aan dakterrassen en balkons, tuinen hangend in de lucht of aan de zijkanten van gebouwen, heel anders dan gewone tuinen op de begane grond. Want zoals niemand een gewone tuin mooi zou vinden bestaande uit een boel planten her en der in de grond gepoot, zo is er ook weinig te beleven aan een daktuin waar de planten her en der in bloempotten in de rondte staan. Onmisbaar voor een goede daktuin is een of ander ontwerp, of een sterk ordenend beginsel, hoewel, soms zie je een balkon dat vol staat met planten, een miniatuur groene oase midden in de stad; dan doet de keus van de planten er nauwelijks toe, zolang er maar veel van zijn en ze er gezond uitzien. In zo'n geval is er geen sprake van ontwerp. Zo hadden vrienden van mij een rechthoekig plat dak, met waslijnen aan de ene kant en dozijnen planten in potten langs de kanten (niet in het midden of het dak zou zijn ingestort), bijna allemaal planten die een of andere gevoelswaarde voor hen hadden, zoals een Zweedse eik in een antiek zinken bad en witte seringen in oude gemeentevuilnisbakken; het was mooi omdat het een terras was, als tuin zou het erbarmelijk zijn geweest.

Het bijzondere van terrassen en balkons is in de eerste plaats dat ze bestaan; een mooi dakterras is opzienbarender dan een mooie tuin. Ze zijn onverwacht, ze zijn moeilijk; er is, denk ik, een ander soort tuinier voor nodig om er een succes van te maken. En dat is zonder de werkelijke moeilijkheden in aanmerking te nemen van planten kweken in het kunstmatige milieu dat je krijgt bovenop een gebouw, overgeleverd aan zon en wind. In een gewone tuin kun je planten hun gang laten gaan, maar op een dakterras moet je ze de hele tijd bewaken, zoals een cipier gestraften in een gevangenis; een week of twee van zorgeloze vergetelheid en ze zijn of omgekomen van dorst of de grote hebben de kleinere overwoekerd.

Er is nog een ander probleem waar we niet aan gedacht hadden, en waarvan een lezeres in Amsterdam ons opmerkzaam maakte die zelf geen daktuin heeft. Maar haar buren hebben er wel een, op dezelfde hoogte als haar slaapkamer, en “de eigenaar van het platte dak staat of zit op de gekste tijden met of zonder gezelschap bij de omwonenden naar binnen te kijken”. Dit dakterras heeft “schijnwerpers voor 's avonds” en de gebruikers laten rommel achter die overal heenwaait, voornamelijk op andermans daken en goten. Een afschrikwekkend beeld; je kunt dromen over groene oases daar in de lucht, maar schijnwerpers en pizzadozen komen uit een ander universum.

De inzendingen voor de prijsvraag waren opmerkelijk genoeg verdeeld in twee categorieën, echte daktuinen en fantasie. Het was fascinerend om te lezen over de belevenissen die mensen hebben met stukjes dak; sommigen stuurden foto's als bewijs. Er waren er ook die, immuun voor de droevige aanblik van een dode kerstboom die op hun dak was blijven staan, wonderbaarlijke tuinen bedachten met bomen, vijvertjes, speciale plantencontainers, irrigatiesystemen, barbecues en zitjes in de open lucht. Soms vroegen we ons af of er nog plaats zou zijn voor mensen om tussen al die dingen door te lopen zonder in de minivijver te stappen of te struikelen over de tuinstoelen. Er was een neiging tot volproppen - maar misschien is dat geoorloofd als je bezig bent de werkelijkheid te verfraaien.

Vreemd genoeg werd duidelijk dat het dakterras meer ruimte biedt voor extravagantie dan de gewone tuin. In gewone tuinen heeft excentriciteit vaak iets armoedigs; in de volkstuin is het weer aanvaardbaar. Het provisorische karakter van volkstuinen, met de trommel van een wasmachine gebruikt als waterfilter en oude ramen die het aardbeibed beschermen, is op een of andere manier ook aanvaardbaar voor daktuinen.

Natuurlijk zijn er ook grote en grandioze dakterrassen en daarvoor gelden andere regels. Er zijn in Amsterdam huizen met bovenop een laag aarde zoals een echte tuin, en ook in Parijs zie je soms echte tuinen hoog in de lucht op de zevende etage. In Londen was vroeger een beroemde daktuin boven het warenhuis van Derry & Toms; het speelt een rol in romans als een goede plaats voor clandestiene afspraakjes.

Zo kwamen we tot het inzicht dat een of ander origineel denkbeeld onmisbaar was, zonder zoiets zijn daktuinen te kleurloos. Het gaat er niet om een dakversie te maken van een tuin op de grond, dan hadden we ook wel een gewone tuinprijsvraag kunnen uitschrijven.

Er waren meer terrassen dan balkons, hoewel deze laatste, die de grootste uitdaging vormen (ze waren maar anderhalf bij drie meter), soms zorgden voor heel interessante oplossingen. Hetty Peeters uit Amsterdam stuurde een boekje in dat ze gemaakt had voor het examen van een kunstacademie en waarin een vrouw en haar balkon worden beschreven, zakken met aarde de trap op torsend, speciale planten aanschaffend en ten slotte verdwijnend achter een oerwoud; wel in de geest van de prijsvraag maar toch niet waar we om gevraagd hadden. Er waren aantrekkelijk simpele balkons met maar weinig potten. Er waren formele daktuinen, ook aantrekkelijk, en er was een opvallend fraaie foto van het ongerepte balkon voordat de eigenaar aan de slag ging. Aardig was ook de heg van wilgestaken van H. Horlings in Amsterdam.

Dan waren er beschrijvingen van wonderbaarlijke luchttuinen, vergezeld van invitaties aan de jury om ze te komen bekijken. Een aanlokkelijk idee: ik word altijd ondragelijk nieuwsgierig als ik planten zie bovenop een gebouw. Er waren pergola's met druipende wijnranken en rozen en clematissen, er waren hemelse plekken om te zitten tussen geparfumeerde planten, er waren groentes en vruchten: er was kortom vrijwel alles dat je ooit zou kunnen begeren en wij, de jury - bestaande uit Lien Heyting en mijzelf - hebben er gefascineerd in zitten grasduinen.

De eerste prijs is voor Birgit Speulman te Den Haag voor haar 'Daktuin als rotsplateau'. Dit was zonder twijfel de meest originele inzending, onverwacht en mooi, een daktuin zonder plantenbakken, waar de planten echt op het dak groeien. Het feit dat het hier het geleende dak van de buren betrof, en de gedachte het allemaal twee jaar te laten groeien alvorens er weer naar te kijken, was heel verrassend.

De tweede prijs gaat naar B. van de Venne uit Dordrecht voor een 'balkontuin'. Dat is heel praktisch bedacht; het balkon heeft schuifdeuren die geen bruikbare ruimte opeisen en de plantenbakken 'staan op een plank met wieltjes zodat deze kan zwenken voor onderhoud'. Er is net genoeg ruimte om te zitten en sommige planten zijn zelfs eetbaar: sla, bieslook, tomaten. De afrikaantjes, plus enkele kruiden, dienen om de sla tegen ongedierte te beschermen. De enige onidentificeerbare plant was een vermoedelijk niet-bestaande roos, niet in enige Plantfinder te vinden.

Van de derde prijzen gaat er een naar Eva-Maria Eras-Vonolfen uit Rotterdam, voor haar werkelijk bestaande daktuin, een bewuste poging de geest van haar grootmoeders oude tuin in Oostenrijk op te roepen. Ze begon met zaden van planten die ze kende als kind: cosmea's, leeuwenbekjes, margrieten en lobelia's in het grind en in de bakken 'grote heesters, o.a. spiraea's, berken, lijsterbessen, beuken, eiken en diverse naaldbomen'. Een tuin is misschien de beste vorm waarin je je eigen land kan overbrengen naar een ander, en tegelijk daarmee je eigen verleden. De ware geest van de daktuin schuilt in de zaden die tot kiemen worden gebracht onder 'een onbruikbaar geworden autoruit'.

De andere derde prijs is voor Petra de Jong uit Leiden voor haar dakterras, alleen 's avonds te gebruiken wanneer daar nog zon komt en in de gewone tuin al niet meer, en alleen om er te eten. Zodoende staan er planten die 's avonds geuren: tabaksbloemen, kamperfoelie; ook wat eetbaar is: tomaten, aardbeien, 'Sunberry' (kruising tussen braam en framboos), kruisbes, zelfs een wijnstok. Veel klimplanten, een kleine boom (Rhus glabra 'Laciniata'), grassoorten (Miscanthus sinensis 'Silberfeder' en Calamagrostis x acutiflora 'Karl Foerster'), Macleaya cordata en een Rosa rugosa. Kleinere planten zijn Hosta sieboldiana, Lavendula angustifolia 'Munstead', Convolvulus sabatius, Tropaeolum canariense, Achillea 'Walther Funcke' en Agastache foeniculum. Er is een nuttig assortiment van kruiden en zelfs een kleine badkuip met een witte waterlelie.

Eervolle vermeldingen:

C. Schneider uit Utrecht voor een 'balkontuin met veel bloemen en geur'; de bedoeling is er te zitten en aan drie kanten omringd te zijn door bloemen, afzonderlijk geplant in plaats van in groepen 'die regelmatig terugkeren: een bloemenvlak als een groot gemengd boeket.'

W. H. Birkenhäger uit Rotterdam voor een bamboe terras onder het motto 'Bamboe reikt tot in de hemel.' Bamboe creëert “zowel een esthetisch als een psychologisch welbehagen”: het is evergreen, het groeit snel, het is mooi en het ruist in de wind. Het is de bedoeling verschillende soorten door elkaar te gebruiken, met verschillende hoogtes, verschillende bladafmetingen en verschillende kleuren van stengel.

Maria Bornhijm uit Raamsdonksveer voor haar hoogst eigenaardige dakterras met een gevaarlijk hellend gazon, een blauwe regen die uit de tuin beneden omhooggroeit en een stortkoker die langs het huis naar beneden loopt: “van bovenaf kan er grasmaaisel / takkensnoeisel in gegooid worden. Onderaan staat een kruiwagen die afvoert”. Er zijn planten in potten langs de rand en smeedijzeren schapen gemaakt door 'een kunstzinnige smid'.