Sinn Fein voor twee weken uit vredesoverleg

LONDEN, 21 FEBR. Sinn Fein-voorzitter Gerry Adams heeft gisteren zijn achterban opgeroepen tot kalmte. Hij deed dat nadat de regeringen van Groot-Brittannië en Ierland zijn partij voorlopig uitsloten van het Noord-Ierse vredesoverleg.

Enkele uren later ontplofte een bom bij een politiepost in de buurt van Belfast. Daarbij vielen elf gewonden. Volgens de politiecommandant van Noord-Ierland, Ronnie Flanagan, was de aanslag “duidelijk het werk van republikeinse extremisten”.

Op een groot aantal plaatsen in Noord-Ierland heeft Sinn Fein, de partij die wordt beschouwd als het politieke tweelingzusje van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA), demonstraties belegd uit protest tegen de uitsluiting. Sinn Fein mag op 9 maart al weer aan de besprekingen meedoen als de IRA zich van elk geweld onthoudt. De regeringen hebben tot een korte sanctie besloten om te voorkomen dat Sinn Fein zich volledig van het vredesproces afkeert en de IRA weer naar de wapens grijpt.

Tot de sanctie werd besloten wegens twee moorden in Belfast die volgens de Noord-Ierse politie door de IRA zijn gepleegd, in weerwil van de belofte tijdens het vredesoverleg de wapens te laten rusten. Volgens Sinn Fein is er geen bewijs dat de IRA achter de twee moorden zat.

Met een korte sanctie kiezen Londen en Dublin voor het bewaren van een wankel evenwicht. Ze doen er alles aan om de slepende onderhandelingen gaande te houden. Ze willen alle partijen die banden onderhouden met terreurorganisatie bij het overleg blijven betrekken. Tegelijkertijd proberen ze de geloofwaardigheid van de onderhandelingen te bewaken. Alle deelnemers aan het vredesoverleg moesten beloven dat ze zich uitsluitend van vreedzame middelen bedienen. De regeringen kunnen dan ook niet ongestraft toezien bij geweld door paramilitairen die gelieerd zijn aan deelnemende partijen. En daarom eiste Londen maandag het wegsturen van Sinn Fein.