Schaatshype

De Nederlandse schaatsers waren uiterst succesvol bij de Olympische Spelen in Nagano. Ze kregen dan ook alle aandacht van de Nederlandse media. Raakten de andere sporten ondergesneeuwd?

Atje Keulen-Deelstra, oud-schaatster: “Voor Nederland staat het schaatsen centraal op de Olympische Spelen. Dat moet je groots aanpakken. Wij zijn een echt schaatsland, in Oostenrijk of Zwitserland zullen ze meer aandacht schenken aan skiën. De Nederlanders die dat willen zien, kunnen overschakelen op andere zenders. Er doen geen Nederlanders aan mee, dan is het minder interessant om naar te kijken. Ik denk niet dat het wat aandacht betreft veel uitmaakt of de Nederlanders succesvol zijn of niet. Ons land heeft veel echte liefhebbers en die genieten altijd. Ik zou hoogstens een keer extra weglopen om een kop koffie te zetten. De NOS volgt de Spelen trouwens op een leuke manier. Ze nodigt steeds mensen uit die erg betrokken zijn bij de schaatsers.”

Rob Geurts, bobsleeër: “Het is net alsof er geen andere sporten zijn. Zelfs aan Thedo Remmelink, de snowboarder, is weinig gedaan. Die jongen heeft in mijn ogen een fantastische prestatie geleverd, want in Nederland heeft hij absoluut geen mogelijkheden. Ik kijk noodgedwongen veel naar de ZDF, de BBC en Eurosport. Ik snap wel dat schaatsen in Nederland een volkssport is, maar de breedtesport mag ook best een beetje gepromoot worden. Van bobsleeën heb ik bij de NOS een samenvatting van tien minuten gezien. En Michiel de Ruiter mag heel kort iets vertellen over de nummers één, twee en drie van het freestyle-springen. Ik heb die sport in Lillehammer gezien en heb ontzettend genoten. Het scheelt natuurlijk dat er geen Nederlanders aan de meeste sporten meedoen, maar neem nu bijvoorbeeld curling. Bij Zweden doet toevallig de vrouw van Tommy Gustafson mee, krijg je wéér schaatsbeelden te zien. Van tien jaar geleden nog wel! Dat wil ik helemaal niet.”

Jan Loorbach, interim-voorzitter van NOC*NSF: “Nederland is nu eenmaal meer geïnteresseerd in schaatsen dan in rodelen en gecombineerd met de prestaties dwingt die sport dan ook meer aandacht af. Maar als je goed oplet, moet je vaststellen dat ook de andere sporten veel op televisie komen. Ze raken ons echter minder. Door de orgie van medailles zijn wij helemaal gefocust op het schaatsen. Maar er is ook een groot aanbod van ijshockey, biathlon en alpineskiën. Ik weet niet of het voor de breedtesport belangrijk is dat alle sporten uitgebreid in het nieuws komen. Ik heb heel veel respect voor Thedo Remmelink, maar je ziet gewoon dat een gouden schaatsmedaille een veel hogere kijkdichtheid met zich meebrengt dan een snowboard-wedstrijd. En de bobsleebond heeft volgens mij 120 leden. Stel dat er een verdubbeling komt, dan is dat nog niet geen doorbraak.”

Harald de Man, skiër: “Het is niet zo vreemd, want er doen bijna alleen maar schaatsers mee uit Nederland. Je hebt verder één snowboarder en wat shorttrackers. Als het NOC*NSF ons ook naar de Spelen had gestuurd, was het misschien iets anders geweest. Voor ons zou het natuurlijk beter zijn als andere sporten meer aandacht zouden krijgen, maar ik kan begrijpen dat het anders gaat.”

Jan Ykema, oud-schaatser: “Dat is moeilijk, omdat ik iemand ben die altijd heeft gezegd dat er te veel voetbal is. Maar het gaat nu zo goed met de schaatsers, je moet wel. In Duitsland zou zoiets de gehele dag op televisie zijn, de Amerikanen zouden met hun successen opstaan en ermee naar bed gaan. Je moet vooral kijken naar wat het volk wil. De mensen willen Marianne Timmer en Gianni Romme en ze willen vooral ook zien wat ze voor en na de wedstrijden doen. Nou, gooi ze er dan maar ziek mee. Ik heb tijdens een WK voetbal nog nooit gehoord dat er te veel aandacht aan geschonken wordt. Dan moet je daar nu ook niet over beginnen.”