Puur klinisch was een faillissement een mooie oplossing; Cor Baan, president Daf Trucks, over Daf's ondergang in 1993

Ooit was hij landelijk secretaris van de PvdA, nu is Cor Baan president van Daf Trucks en senior vice-president van Daf's Amerikaanse moederbedrijf Paccar. Voor het eerst spreekt hij nu uitgebreid over het faillissement van Daf in 1993: hoe vroeg hij al in de gaten kreeg dat het fout zou gaan, wat er allemaal geprobeerd is om het te voorkomen, en wie er welke rol speelde.

Cor Baan: “Ik ben pas echt gaan leren toen ik in de vierde klas van de HBS zat. Daarvoor eh...”

Deed u niets?

Cor Baan: “Nou ja, mijn moeder overleed in 1952, tien jaar nadat was vastgesteld dat ze Hodgkin had. Ik zoek geen excuses, maar het gezin sloeg toen wel los.”

Margreet Baan: “Hij was pas veertien.” Cor Baan: “Mijn vader was zijn vrouw kwijt en zijn geld ook, want hij was niet goed genoeg verzekerd. Hij had drie pubers. Naast zijn baan als hoofdonderwijzer moest hij bijles gaan geven. En hij werd koordirigent.”

Margreet Baan: “Toen ik zestien was dacht ik: als ik zo doorga, loopt het fout met mij af.” Nog een paar weken en dan verhuizen ze naar een appartement aan zee in Scheveningen. Hij is de president van Daf Trucks, zij is sinds 1981 zijn vrouw. De villa-met-inpandig-zwembad waar ze nu nog wonen is verkocht. In de woonkamer met de rode Perzen zijn de muren al kaal. “Het is een bewerkelijk huis,” zegt Cor Baan. “Vorig jaar juni ben ik heel ziek geweest. Dan ga je nadenken.”

Hij had een ontstoken nier, die moet worden weggehaald. Er bleken ook kwaaraardige cellen in te zitten. Ze waren niet uitgezaaid. “Ik kan er nu wel weer relaxed over praten, ik heb geluk gehad. Maar ik zag de hele film aan me voorbij trekken. En ik heb Margreet beloofd om 96 te worden.”

Hij voelt zich weer goed genoeg om in juni van dit jaar niet met pensioen te gaan, zoals hij van plan was. Hij blijft nog een of twee jaar, de nieuwe eigenaar van Daf - de Amerikaanse vrachtwagenfabrikant Paccar - heeft het hem gevraagd. Hij is de enige bestuursvoorzitter in Nederland, en misschien wel van de wereld, die na een faillissement en na een overname nog steeds op zijn plaats zit.

Zijn vader was nog bij de oprichtingsvergadering van de PvdA. Een echte rooie en Nederlands Hervormd - wat in Utrecht, waar ze in 1946 gingen wonen, niet zo opviel, maar in Heerlen daarvóór wel. In 1960 ging Cor Baan, pas getrouwd, weer terug naar Heerlen om voor het Haagse accountantskantoor Moret de staatsmijnen te controleren. Als niet-katholiek kwam hij vanzelf terecht bij de niet-katholieke oude vrienden van zijn vader, die inmiddels wethouder waren of partijvoorziter van het gewest Limburg. Ze vroegen of hij hen wilde helpen. Zes jaar later, augustus 1966, zat hij op het partijbureau in Amsterdam. En in maart 1967 werd hij gekozen tot landelijk secretaris. Zijn voorganger was ziek geworden toen Ivo Samkalden (minister van Justitie) één van de Drie van Breda (Duitse oorlogsmisdadigers) had vrijgelaten. De Ed. van Thijnen, de Piet Dankerts, de Cees de Galans, de Marcel van Dams, hij leerde ze daar allemaal kennen. Maar zelf, zegt hij, hoefde hij de politiek niet in. Hij deed ook niet mee met Nieuw Links.

Cor Baan: “De contributie werd nog langs de deuren opgehaald, met dubbeltjes en kwartjes. Ik heb dat geautomatiseerd. Ik constateerde dat hij bij bureau de inkomsten lager waren dan de uitgaven. Dat moet anders, zei ik. De staf moet kleiner.”

Meneer de accountant. Cor Baan: “Na het congres, zei Anne Vondeling. Die was voorzitter. Maar toen het congres voorbij was, zei hij: nu nog even niet. De PvdA die in eigen kring mensen zou ontslaan, dat lag heel moeilijk. Maar het moest. Ik maakte een plan en toen zie Anne: dat plan is niet goed. Het was wel goed, dat werd door onderzoek bevestigd. In juni was er een bestuursvergadering en ik zei: Anne, neem een beslissing. Ik weet nog dat een van de andere bestuursleden toen in de vergadering zei: als we je nou beloven om een beslissing te nemen. Toen ben ik weggegaan. Dat was in 1969.

Nam u ook afstand van de Pvda? Hij lacht, geeft geen antwoord. Margreet Baan: “Ik heb een goede invloed op hem gehad.” Cor Baan: “Voor mij hield het op toen de PvdA in de jaren zeventig een lijstverbinding aanging met de CPN. Dat vond ik idioot.”

Wat stemt u nu? Cor Baan: “Daar laat ik me niet over uit.” Margreet Baan: “Waarom niet? Dat kun je toch gewoon zeggen?”

In ieder geval geen PvdA. Cor Baan: “Die conclusie zou ik niet trekken. Even later: “Ik praat er niet over omdat ik rekening wil houden met de gevoelens van de Daf-gemeenschap. Anders krijg je: goh, heb je gehoord dat...” Margreet Baan: “Nou, wat?”

Hij ging terug naar Moret en werd nu een tijdje gevraagd door concurrent Arthur Young die een kantoor wilde openen in Den Haag. Cor Baan: “Omdat het Amerikanen waren heb ik het in het eerste gesprek meteen gezegd. Ik zei: voordat jullie het achteraf horen, jullie praten met een socialist. So what, zeiden ze. Het was voor hen gen issue. Ze vroegen of ik nog contacten had met mensen van de partij. Je kunt nu niet meer uitleggen waarom dat toen zo gevoelig lag. Ja, ik had nog contact met ze. Nu nog steeds trouwens. Als we Ed. van Thijn tegenkomen, of Relus ter Beek, of Jos van Kemenade...” Hij maakt zijn zin niet af.

Cor Baan: “Ik wilde graag zo'n kantoor leiden, dat had ik al een tijdje in mijn hoofd. Arthur Young had een paar prachtige klanten, we groeiden als kool. Het was leuk en leerzaam, maar ik vond toch: we controleren achteraf en we adviseren wat ze kunnen doen. Je moet maar afwachten of mensen naar je luisteren. Het was mij te steriel. Mijn bazen in New York zeiden: zorg dat je controller wordt bij een groot bedrijf. Het werd Pakhoed en toen ik daar een maand of tien zat, vroeg Ger Verhagen die daar toen voorzitter was wat ik nou eigenlijk echt wilde. Baas van de bottomline, zei ii. Dat was in 1975. Ik werd bas van Paktank Nederland en daarna van Paktank Europa en in februari 1982 hoorde ik dat Van Doorne een directeur zocht voor Daf International. In augustus ben ik naar Eindhoven gegaan.”

Margreet Baan: “Dat ben je toen maar heel kort geweest.” Cor Baan: “In oktober overlijdt Piet van Doorne, Van der Padt wordt voorzitter en in juli 1983 zit ik in de raad van bestuur voor marketing & verkoop. Ik ben er nog steeds trots op dat ik het toen zo gedaan heb.”

Cor Baan: “Ik kan wel zeggen, ik ben een doener. Maar met doen alleen kom je er niet. Je moet ook afstand kunnen nemen, anders hadden ze me er allang uitgegooid. Je moet kunnen zeggen: dit is het probleem, ik ga toch eens kijken of ik een uitweg kan vinden waar niemand aan gedacht heeft.”

Zoals? “Nou, toen Daf in de problemen kwam.”

U bedoelt in 1991? (Toen leed Daf de ergste verliezen ooit, vooral in Engeland, waar een paar jaar eerder de vrachtwagenfabriek Leyland was gekocht. Begin 1992 stelden de banken Daf onder curatele, begin 1993 ging Daf failliet.) “Nee, ik bedoel al in 1990. Ik zat hier op een zondag aan de keukentafel een notitie te schrijven voor Van der Padt. Ik schreef: dat en dat moet er gebeuren, anders gaat het hartstikke fout.” Margreet Baan: “Ik zie hem in de boeken verdiept zitten en opeens hoor ik hem zeggen: potverdorie...”

Cor Baan: “Ik kan er verder niets over zeggen, want de curatoren komen nog met het deel van hun verslag dat over de Finance Company gaat.” Margreet Baan: “We moeten nog veel voor ons houden.”

De curatoren schreven in hun verslag over het faillissement van Daf toch al dat het korte en lange geld niet goed gematcht was?

(Langlopende leningen met een hoge rente werden gedekt door de kortlopende leningen met een lage rente. Gaat mis als de rente op kortlopende leningen hoger wordt dan de rente op langlopende leningen - en dat gebeurde. Gaat nog erger mis als die leningen ook nog direct opeisbaar zijn - en dat waren ze.) Cor Baan: “Nou ja, dat was het probleem.”

En dat ontdekte u in 1990. Cor Baan: “Ik kan er niets over zeggen. Eerst het verslag van de curatoren.”

Maar u mocht zich er niet mee bemoeien? Cor Baan: “Ik was geen voorzitter. In oktober 1991 besloot de raad van commissarissen om mij als opvolger aan te wijzen voor Van der Padt. Van der Padt is tot en met 11 mei 1992 voorzitter geweest. Ik nam het op 12 mei van hem over.”

Hij praat nu snel: “Ik kan een paar dingen vertellen. Op 18 februari 1992 zeggen de banken de kredietlijnen op. Op 19 februari nemen ze alles in onderpand. We mogen alleen nog maar uitgeven wat we binnen krijgen. We zitten elkaar aan te kijken: wat moeten we nou?” Margreet Baan: “Je kon niks.”

Hij zegt nu niet: ik moest wachten tot Van der Padt weg was. Hij zegt: “Op 11 mei, bij de afscheidsreceptie, heb ik al tegen de mannen van Renault gezegd dat we voor het eind van het jaar uit het partnership voor de vans zouden stappen. We moesten dat jaar nog een inveteringsverplichting van vierhonderd miljoen aangaan en dat konden we niet. Op 13 mei had ik een afspraak met Helmut Werner van Mercedes, op de beurs van Hannover. Ik zei tegen hem: ik denk aan een alliantie. We moesten een partner hebben.”

Dat vond u al in 1990? “Ja.”

Luisterde Van der Padt niet naar u? “Daar wil ik niet over praten. Maar waarom zou ik al meteen op 11 mei...De vans, alles was onbespreekbaar. Margreet Baan: “Je hebt de punt van je tong gebeten.” Cor Baan: “Op 3 juni tekenden we een contract met een consortium van banken en in dat contract stond dat Daf uiterlijk op 30 september een overeenkomst moest hebben over een alliantie met een strategische partner. Op 13 mei had ik een strategische partner. Met Helmut Werner hadden we een prachtig plan.”

En toen lekte het uit. Margreet Baan: “Alles lekte uit.” Cor Baan: “We zouden de cabines samen gaan doen, motoren, het hele circus. Op 30 september lag er een letter of intent en toen zei een deel van de banken: ga naar Stuttgart en zeg tegen Mercedes dat ze een minderheidsbelang moeten nemen in Daf.” ABN Amro, de leider van het consortium, was de boodschapper. “Ik zeg: ze zullen wel gek zijn, ze nemen jullie positie over en jullie zeggen: dahag. Ik toch naar Stuttgart, ik moest wel. Werner zegt: waarom kom he met zo'n vraag, je weet het antwoord al. Ik zeg: jij moet het gaan vertellen, de banken betwijfelen of je serieus bent. Hij neemt meteen het vliegtuig naar Eindhoven en zegt tegen de banken: ik ben serieus, maar ik participeer niet voordat Daf geherstructueerd is. Het was in hetzelfde jaar dat Dasa met de Nederlandse overheid over de overname van Fokker onderhandelde. Daimler-Benz kon niet twee bedrijven tegelijk kopen.” Mercedes en Dasa zijn allebei van Daimler-Benz. “Ik dacht: okay, het is over. Er waren nog wat andere escapades, met Cummins, met Hino. Het gebeurde dat ik dan terugkwam in Nederland en dat het NOS Journaal me op het vliegveld stond op te wachten.”

Margreet Baan: “Je bent ook nog bij de Koreanen geweest. Dat lekte niet uit. Cor Baan: “Ik ben overal geweest. Alles mislukte. We hebben toen zelf een plan gemaakt, vierenhalf duizend man eruit, de Finance Company herstructureren, en dat heb ik toen naar Koos gestuurd en naar iedereen en alle banken.”

Hij bedoelt Koos Andriessen, toen minister van Economische Zaken. “Het was een goed plan, mits de financiering rond kwam. Dat was de conclusie van Arthur D. Little en Coopers & Lelyland. Op 28 januari 1993 denken we dat de financiering rond is, er moet alleen een overbruggingskrediet komen tot het moment waarop het onderzoek dat de banken eisen is afgerond. Andriessen houdt een persconferentie in Den Haag, ik in Eindhoven, en wat blijkt in de dagen daarna? Dat de Nederlandse en Vlaamse overheid geen overbruggingskrediet willen geven als de banken niet onvoorwaardelijk de financiering van het plan op zich willen nemen. Nou ja, dat duurde tot 2 februari en toen heb ik 's nachts om half drie definitief besloten om naar de rechtbank in Den Bosch te gaan en surséance te vragen.”

U besloot om de schulden van Daf af te wentelen op de aandeelhouders en obligatiehouders. “En de werknemers en de leveranciers.” Opeens boos: “Het was geen surséance on purpose hoor! Het was niet geconstrueerd! Ik heb niet met opzet een faillissement in elkaar gestoken! Ja, die suggestie beledigt me. Ik wéét dat er zo over gedacht is. Maar mensen hebben geen idee wat er bij een faillissement over een onderneming heen komt.”

Weer rustig: “We hebben net weer zo'n bijeenkomst gehad in het beursgebouw in Eindhoven om de werknemers te vertellen over de resultaten van het afgelopen jaar. Slokkie, happie, je kent het wel, en ik heb alleen maar positieve berichten en dan toch, in de pauze, roepen er een paar van die grote kerels tegen me: hé, ben jij ook van voor 1993? Denk je er nog weleens aan? Of weet je het niet meer? Puur klinisch was een faillissement een mooie oplossing voor Daf. Maar zo is het niet hoor.”

Cor Baan: “Op dinsdag 2 februari om twaalf uur 's middags komt Deterink binnen. Ik roep: zo, collega!” Hij lacht. “De bewindvoerder is formeel je medebestuurder, hè. Is er nog geld, roep Deterink. Nee niets, zeg ik. Mooi, zegt hij, gaan we eerst een boedelkrediet regelen. We stappen in de auto, pikken op Zestienhoven Friso Meeter op, rijden door naar ABN Amro, krijgen daar te horen dat we eerst maar naar Den Haag moeten.”

Meeter was de andere bewindvoerder. Ik zet mijn koffer op de motorkap, had hij tegen Deterink en Baan gezegd - dan kunnen jullie me herkennen.

De Nederlandse en Belgische overheid gaven een boedelkrediet, er kwam een businessplan en na drie weken zei Andriessen tegen Baan: kom op, we gaan voor jou vierhonderd miljoen bij elkaar sprokkelen. “Koos heeft het hele circus bij elkaar geroepen. AEGON, ABN Amro, de Rabobank, ING, hij kreeg ze allemaal om de tafel en ze deden allemaal mee.”

Margreet Baan: “Ze kloppen hem nog vaak op de schouders: 'Goh, Cor, dat hebben we toen mooi geregeld hè.”

Cor Baan: “Ik wist al die tijd dat het goed zou komen. De banken hadden alleen maar nadeel als ze Daf niet hielpen. Maar ik moet zeggen: ik kreeg ook veel morele steun. Jaap Peters. Aad Jacobs, Jan Kalff, Koos Andriessen, ik kon ze dag en nacht bellen.” Over vijf jaar wil hij er een boek over gaan schrijven. Margreet Baan trekt de onderste la vaon de servieskast open. Die ligt vol knipsels en ander papier. Cor Baan: “Boven heb ik nog veel meer.”

In 1993 bouwde Daf 40 vrachtwagens met 10,6 miljoen gulden netto winst. In 1994 waren het er 45 met 122,7 miljoen winst. In 1995: 60 met 163,8 miljoen winst - en dat was het jaar waarin bij het ministerie van Financiën een anoniem rapport werd bezorgd dat vol stond met rotigheid: Baan hield uit eigenbelang een overname door Iveco (vrachtwagendochter van Fiat) tegen, Baan hield uit eigenbelang iedere overname tegen, Baan had voor de financiering van zijn huis in Florida de Amerikaanse belastingen opgelicht, Baan had een exuberante levensstijl, óók toen Daf failliet ging.

Cor Baan: “Op een vrijdagavond belt Jaap Peters en die vraagt: ben je dit weekend nog in het westen? Ik zeg: Margreet vliegt zondag naar Florida, ik breng haar naar Schiphol. Mooi, zegt hij, kom daarna even bij mij langs.”

Jaap Peters, toen bestuursvoorzitter van AEGON, was president-commissaris van Daf.

“Ik schrok niet, nee. Het was zoveel onzin bij elkaar. Ik zei tegen Peters: doe maar onderzoek, mijn hele administratie, al m'n afschriften sinds 1958 liggen bij mij thuis. Er kwam een rapport, iedereen nam er kennis van, en toen was het over en sluiten. Begint Nova te bellen: we hebben gehoord dat Baan een overname door Iveco tegenhoudt. Ik zeg: bel ze maar. Ik bel zelf ook en ik zeg: jullie willen ons overnemen en dat komt hier op de buis. Zij lachen. Nova stelt de uitzending uit, maar twee dagen later heb ik ze weer aan de telefoon, ze willen hun verhaal toch brengen. Goed, zeg ik, ik kom wel. Ik kom daar, Paul Witteman zit klaar om me af te slachten en ik zeg: dat kun je wel doen, maar ik heb hier een papier in mijn zak waarin Iveco óók zegt dat het onzin is. Kijk, ik had kunnen wachten tot de uitzending begonnen was, dan had ik meer effect gehad. Maar dat doe ik dus niet. Je kunt het wel doen, maar dan weet je: op een dag pakken ze je keihard terug.”

In februari van het jaar daarop - Daf bouwde 80 vrachtwagens met zoveel winst - kreeg hij een briefje van Mark Pigott, op dat moment vice-president van Paccar, nu de chairman CEO. Of hij mocht langskomen, hij was toch in Europa.

Cor Baan: “Leuk, dacht ik.”

U dacht niet: die wil wat? “Nee hoor. Niemand had haast om zijn aandelen in Daf te verkopen. Economische Zaken niiet en België ook niet. Mark is komen kijken en hoe wij hier auto's ontwikkelen en bouwen en hoe we geld verdienen en in maart krijg ik een briefje van Chuck, zijn vader, dat hij de volgende maand in Florida zou zijn, wij misschien ook.”

Cor Baan: “Eind april zei Marc dat ze een serious interest hadden en in november was het rond.”

Margreet Baan: “Je zegt het veel te simpel. Je was heel bang dat het zou uitlekken en weer niet door zou gaan. Ons huis in Florida was onze dekmantel. Iedereen dacht: wat hebben die veel vakantie.”

Cor Baan: “Ik was heel erg voor Paccar. Dat bedrijf heeft in geen zestig jaar verlies gemaakt. En ze wilden ons zelfstandig voortzetten, het merk Daf laten bestaan. Nu, na anderhalf jaar, kunnen we vaststellen dat het vertrouwen in ons volledig is hersteld. Twee weken geleden hadden we een persdiner, in Aalsmeer. Normaal komen er honderddertig mensen, nu waren het er twee keer zoveel. Ik zeg tegen Mark Pigott: pak die kans om de jaarcijfers bekend te maken, zeg dat we zoveel winst hebben gemaakt, op zoveel omzet.”

Margreet Baan: “Ze hebben ook hartstikke veel vertrouwen in jou. Ze hebben je senior vice-president van Paccar gemaakt.”

Cor Baan: “Ik zat vanaf het begin in het operational committee. Ik wil niet arrogant zijn, maar voor Daf is het verdomd belangrijk dat we serieus worden genomen. Vijf jaar geleden heb ik iedereen gevraagd om er geld in te steken. De regeringen deden het om de werkgelegenheid en de technologie. De banken deden het om de kans om hun geld terug te krijgen te optimaliseren. De participatiemaatschappijen, AEGON en Nationale Nederlanden deden het omdat de minister druk op ze uitoefenden. En individuen deden het omdat ik het zo graag wilde. Iedereen heeft zijn investering meer dan teruggekregen. Alleen de aandeelhouders zijn de dupe. En de ontslagen werknemers. Maar de meeste zijn weer terug.” Honderdvijftig zitten er nog thuis.