Prikkelpopje

IN EEN ZOMPIGE achterafstraat in Den Haag, zo wil het verhaal, huisde nog in de grauwe jaren vijftig een bijzondere speciaalzaak in schoenen en koffers. 'Reizigersbenodigdheden', stond er in vergeelde letters op de etalageruit. Anders dan de wat jongere verwende lezer zal denken, ging het hier niet om een voorloper van Neckermann, Arke of een andere instant-strandleverancier.

Nee, de winkel werd bezocht door kreukelige mannen met door wind en regen aangetaste hoeden, en met de gekwelde gelaatsuitdrukking van de ondergewaardeerde broodwinner. Het waren handelsreizigers. De koffers waren voorraadkoffers, een moderne versie van de aloude mars, en het schoeisel betrof uitsluitend een zwaar soort werkmansschoenen, schoenen die hun waarde tussen deur en deurpost moesten bewijzen.

Die winkel bestaat niet meer, want Nederland kreeg genoeg van al die voeten tussen de deur, en maakte het klassieke colporteren onmogelijk. Alleen de Jehova's getuigen gaan nog op de oude voet voort, maar die hebben kennelijk hun eigen schoenwinkel. Voor het overige namen folders en aanbiedingen de fakkel over, en later de gepersonaliseerde brieven die onthulden dat 'U, meneer Froukje Jansen' al bijna een fantastisch parelcollier ter waarde van ƒ 7,50 gewonnen had. Tegen die nieuwe vormen van ongevraagd bezoek vond de burger een gedeeltelijke remedie met de NEE-NEE-sticker.

Maar vrijwel tegelijk ontdekte de commercie een nieuwe kier in de omwalling van het privédomein: de telefoon. Het grote ongevraagde bellen en faxen begon, waarbij soms zelfs een computer werd ingezet. Ik heb nog een bandje uit mijn antwoordapparaat met drie kwartier gezeur van een of andere enquêtecomputer, die niet wenst te accepteren dat er niemand thuis is en dus eindeloos opnieuw begint.

Aan die ellende wordt nu wettelijk paal en perk gesteld, maar tegelijk komt men alweer via andere reten en spleten ongevraagd binnen: de PC en het Internet. De trendsetter is Microsoft, een bedrijf dat met MS-DOS als voet tussen de deur probeert zijn klanten zoveel mogelijk eigen producten door de strot te duwen, desnoods ongevraagd, zoals met de Internet Explorer. Microsoft moet voor die praktijken duur betalen met het imago van onverzadigbare uitknijper en monopolist. Of dat verwijt van monopolisme helemaal koosjer is, valt te betwijfelen, maar de woede en onvrede bij veel consumenten zijn echt. Die gelden waarschijnlijk niet zozeer economische onwelgevoeglijkheden als gedwongen winkelnering, koppelverkoop en monopolievorming, als wel de opdringerigheid van het bedrijf. Je voelt als klant haast de stimoroldampen van eigenaar Bill Gates door je nekharen strijken, en dat vindt die klant hoogst onplezierig.

De concurrentie, met bedrijven als Sun, Corel (eigenaar van Lotus en Wordperfect) en browserfabrikant Netscape voorop, mobiliseert die onvrede graag ten eigen bate, en terecht. Maar laat nu juist Netscape, het speenvarken dat het hardst door Gates geknepen wordt, zich aan precies dezelfde praktijken beginnen schuldig te maken! Vorige week haalde ik bij Netscape de nieuwste versie van hun browser, de Communicator 4.04, op. Na installatie verscheen een venster in beeld dat juichend meldde dat ik gratis software kreeg: de AOL Instant Messenger, een programma om rechtstreeks met anderen die online zijn, te kunnen kletsen. En mooier nog, riep het beeldscherm mij toe: het stond al op mijn computer. Ik hoefde mij alleen maar aan te melden, ook al gratis.

Bozig klik je zo'n venster weg. Ik had toch niet om die rotzooi gevraagd? Als ik rechtstreeks wil kletsen doe ik dat wel met een ander prima programma, dat allang op mijn PC staat. Je windt je nog even op over het ongevraagde en zinloze extra beslag dat op je schijfruimte gelegd wordt, maar al gauw ga je schouderophalend over tot de orde van de dag. Je doet er toch niets tegen, einde verhaal.

Maar dan: vijf dagen of daaromtrent later start je 's morgens nietsvermoedend je computer, en daar is dat venster godbetert wéér: toe nou, meld je nou aan! Hier kan Microsoft nog een puntje aan zuigen, want zo brutaal zijn ze zelfs in Redmond nog nooit geweest. Niet alleen ongevraagde spullen opdringen, maar dan ook nog onstuitbaar blijven zeuren, dat is nieuw, en ongelooflijk hinderlijk. En er deugt nog meer niet, want als we vervuld van wantrouwen even het knopje 'Tell me more' aanklikken, worden we verbonden met een gejubeltoonzette deel van de Netscape-internetsite, waar dat woordje 'gratis' toch een rare bijklank krijgt. Hier gaat het ineens over 'gratis proberen', en 'gratis voor wie zich NU aanmeldt'. Dat riekt naar heel even gratis. Naar een ordinaire fuik. Naar de praktijken van pushers, die eerst heel aardig gratis shots aanbieden, maar als het slachtoffer eenmaal afhankelijk is, rap de duimschroeven aandraaien. Bah.

Godzijdank biedt het internet ook op momenten dat brutaliteiten als die van Netscape je de adrenaline door de aderen doen schuimen, soelaas. Veel beter dan anti-stressballetjes of een bezoek aan een zweefcafé van het type Oibibio werkt een halfuurtje absurdistisch relaxen bij Piercing Mildred (www.mildred.com). Piercing Mildred is een van de zeldzame netsites die echt interactief zijn, en nog leuk ook. Het lijkt een beetje op het aardappelmannetje, dat u nog uit uw kindertijd kent: je kreeg een doos vol neuzen, handjes, voeten, oren en andere accessoires, en door die in een aardappel te prikken maakte je dan een mannetje. Bij Piercing Mildred gaat het andersom, en moderner toe: je krijgt Mildred, een koddig bloot figuurtje, of als je wilt haar mannelijke tegenhanger. En dan ga je Mildred mooier maken door haar te tatoeëren, door piercings aan te brengen, of door haar met een scheermesje met littekens te versieren. Wel voorzichtig zijn, want elke handeling kost 'geld', en je krijgt maar beperkt krediet. Ook kunnen versiersels vervaarlijk ontsteken, en dan moet je zalf 'kopen' om je creatie te redden. Je kunt je resultaten voor later bewaren, en je kunt aan een wekelijkse wedstrijd meedoen, waarbij virtueel krediet voor nog specatculairder verminkingen te winnen valt, en zelfs een heus, tastbaar prijsje.