'Ontslag Docters stond al snel vast'

DEN HAAG, 21 FEBR. Premier Kok heeft gisteren verklaard dat voor het kabinet al daags na de geruchtmakende vergadering van 22 januari van minister Sorgdrager (Justitie) met het college van procureurs-generaal vaststond dat 'super-PG' Docters van Leeuwen niet kon worden gehandhaafd. Sorgdrager had volgens Kok tijdens de ministerraad de volgende dag overtuigend betoogd dat ze geen werkrelatie meer had met Docters van Leeuwen en “dat er een grens was overschreden”.

Kok ging tijdens zijn wekelijkse persconferentie opnieuw in op de felle kritiek die hij op 23 januari had uitgeoefend op het college van procureurs-generaal, dat zich volgens hem kinderachtig zou hebben gedragen. De scherpte van Koks uitval kwam toen als een verrassing voor velen, mede omdat minister Sorgdrager na het bewuste overleg de verhitte gemoederen eerder wat leek te hebben willen sussen. Ook tijdens een debat donderdag in de Tweede Kamer over de kwestie werd gewezen op de ogenschijnlijke discrepantie tussen de uitlatingen van Sorgdrager en Kok.

Zijn opmerkingen, zo lichtte Kok gisteravond toe, waren slechts ingegeven door een vraag van journalisten of uit de affaire was gebleken dat Sorgdrager een zwakke minister was. Daarop had hij betoogd dat het meer ging om het gedrag van de PG's die met een kort geding hadden gedreigd wanneer de omstreden procureur-generaal Steenhuis niet een leespauze van 48 uur zou krijgen om een reactie voor te bereiden op een rapport over hem. De premier nam ook gisteren geen woord terug van wat hij eerder had gezegd over de top van het openbaar ministerie.

Kok zei niet geschokt te zijn door de verklaring die de PG's eergisteren afgaven, waarin ze hun verslagenheid over het onvermijdelijk lijkende vertrek van Docters van Leeuwen tot uiting brachten. Ze noemden diens ontslag “onterecht” en spraken hun grote waardering voor het werk van hun voorzitter. “Ik begrijp die uiting van medeleven en collegiale betrokkenheid”, aldus Kok. “Maar ik hoop van harte, en ik heb geen reden om daaraan te twijfelen, dat ook bij het OM de bereidheid bestaat om er alles aan te doen om de verhoudingen te herstellen.”