Omzetting van olie in gas veroorzaakt moddervulkaan

Op diverse plaatsen op aarde komen vulkanische structuren voor die niet ontstaan door de opstuwing van magma uit het binnenste der aarde, maar door de opwelling van een waterrijke massa zand en klei. Dergelijke structuren kunnen zeer groot zijn; een dergelijke moddervulkaan in Azerbadzjan is zo'n 250 meter hoog.

Diverse eigenschappen van deze Dashgil-moddervulkaan zijn onderzocht door een team van oliegeologen (Geomorphology 21), die ook de relatie onderzochten tussen de energie die verantwoordelijk is voor de voortgaande vulkaanvorming (elke zes tot 32 jaar vindt er een grote 'eruptie' plaats) en het voorkomen van olie-opwellingen in de directe omgeving.

De moddervulkaan heeft, in tegenstelling tot 'gewone' vulkanen, een min of meer vlakke top (van vele honderden meters in doorsnede) waar, via zo'n twintig kleinere vulkaankegels (elk 0,8 tot 3 meter hoog) en drie grote modderpoelen (30 tot 75 meter in doorsnede), ook in de perioden tussen de grote uitbarstingen voortdurend modder, water, gas en olie omhoogkomen.

Daarnaast komt er een 200 m lange 'sliert' op het plateau voor van zo'n tien sintelvulkaantjes. Het hele gebied vertoont dan ook grote gelijkenis met een 'echt' vulkanisch gebied.

In tegenstelling daarmee wordt de energie die nodig is voor het voortdurend opstijgen van water- en moddermassa's echter niet geleverd door het opstijgen van heet materiaal uit de diepe ondergrond. Toch moet er een energiebron zijn. Het blijkt dat die bestaat uit processen waarbij aardolie in de ondergrond wordt 'gekraakt' (dat wil zeggen dat moleculen van koolwaterstoffen met lange koolstofketens worden 'stukgeknipt' tot kleine moleculen met slechts enkele koolstofatomen): aardgas. Dat gas, dat op een diepte tot zo'n 2.000 meter wordt gevormd, staat onder druk en probeert opwaarts te ontsnappen door de zandige en kleiige sedimenten erboven, die ook water bevatten. Bij het opstijgen van het gas wordt een mengsel van sediment en water (modder) meegesleurd.

Doordat bij het opstijgen de druk afneemt, zet het gas steeds verder uit, waardoor een borrelende moddermassa ontstaat die steeds krachtiger wordt en steeds meer waterrijk sediment meesleurt, en die uiteindelijk het oppervlak bereikt. In die massa zijn nog sporen van de olie uit de diepere ondergrond aanwezig.

Het vrijkomende gas (vooral methaan) vormt geen opzienbarend grote hoeveelheid (het totale jaarlijkse volume in perioden zonder grote uitbarstingen bedraagt ongeveer 800 kubieke meter), maar de onderzoekers wijzen erop dat waarschijnlijk veel andere moddervulkanen, zowel op het land als in zee, door een soortgelijk proces worden aangedreven. Omdat er zoveel van dergelijke moddervulkanen bestaan, zou dit vrijkomen van methaan (een van de belangrijkste 'broeikasgassen') toch een zeer significante bijdrage kunnen leveren aan de toename van dit gas in de aardatmosfeer.