Luchtwapens minder slim dan ze lijken

De Amerikaanse bommen zijn slimmer dan ooit, en zeker dan de projectielen die in de Golfoorlog van 1991 werden gebruikt . Maar zijn ze zo doortrapt, dat Irak erdoor op de knieën gaat?

ROTTERDAM, 21 FEBR. De Verenigde Staten hebben iets met air-power, ofwel het 'luchtwapen'. En niet alleen omdat de eerste gemotoriseerde vlucht werd uitgevoerd door de Amerikaanse gebroeders Wright. Militaire vliegtuigen vormen de kristallisatie van Amerikaanse fascinatie voor technologie. In alle oorlogen waarbij de VS betrokken waren speelde het luchtwapen een voorname rol: de bommenwerpers van de Achtste luchtvloot - de Mighty Eight - die Duitsland vanaf 1942 bestookten, de Sabre-jagers die Koreaanse MiG's tot achter de Jaloe-grensrivier met China nazaten, en de B-52's die met operaties als Linebacker en Rolling Thunder Noord-Vietnam naar de onderhandelingstafel bombardeerden.

De jaren negentig vormen allesbehalve een trendbreuk, integendeel, de komst van de geleide 'slimme' bommen gaven het luchtwapen juist meer elan. Slimme projectielen die liftschachten binnengaan en munitiebunkers in vuurballen doen opgaan, zijn iconen geworden van Desert Storm, de bevrijding van Koeweit, en Deliberate Force, het luchtoffensief dat de Bosnische Serviërs in 1995 bracht tot het tekenen van een Dayton-vredesverdrag. En steeds luider klonk dat uitsluitend air-power voldoende was geweest om de vijand op de knieën te dwingen.

In werkelijkheid blijft de waarde van dit 'luchtwapen' in het algemeen, en de precisie-bommen in het bijzonder discutabel. Tijdens het luchtoffensief van Desert Storm gooiden 2.800 vliegtuigen van de anti-Iraakse coalitie bij meer dan 35.000 gevechtsmissies 226.000 bommen. Daarvan was maar negen procent 'slim': laser-, infrarood geleid, of televisie-gestuurd. Het Amerikaanse ministerie van Defensie, het Pentagon, stelde dat 97 procent had doel getroffen, maar een latere studie van de Algemene Rekenkamer wees uit dat minder dan de helft raak was geweest.

Het duurde zes weken voordat het Pentagon concludeerde dat de Iraakse slagkracht voldoende was geërodeerd om de grondoorlog te beginnen. De tank- en gemechaniseerde infanterie-divisies die met de 'linkse hoek' de Iraakse troepen in het Koeweit van opzij aanvielen, troffen nog veel ongeschonden uitrusting aan. Air-power bleek vooral het moreel van de dienstplichtigen te hebben aangetast, maar minder het materieel. “Na zes weken bombardementen had ik van mijn 39 tanks er nog 32 over”, zei een gevangen genomen Iraakse officier. “Maar na vier minuten tegen de Amerikaanse M-1 Abrams-tanks, had ik er niet één meer.” Desert Storm bewees dat het 'luchtwapen' - nog - niet zonder grondtroepen kon: precisie-wapens zijn niet zo precies en aan vliegtuigen hoef je je niet over te geven.

Sinds de Golfoorlog zijn de geleide wapens aanzienlijk verbeterd - sommige worden tegenwoordig al als 'briljant' aangeduid. Verschillende nieuwe types precisie-wapens, waarin de lessen van de Golfoorlog zijn opgenomen, zijn de afgelopen jaren operationeel geworden. Voordat het huidige conflict over de wapeninspecties uitbrak, deed het vliegdekschip Nimitz, dat tot twee weken geleden in de Golf-wateren koerste, proeven met de JSOW, het Joint Standoff Weapon. Dit projectiel kan - stand-off - van grote afstand door vliegtuigen worden gelanceerd. De JSOW vindt met behulp van het GPS satelliet-navigatie-systeem zijn weg naar het doel. De constellatie van 24 GPS-satellieten die rond de aarde draait, geeft de JSOW een driedimensionaal referentie-kader, waardoor de bom een 'box' van ongeveer een vierkante meter kan treffen. Deze methode is minder gevoelig voor bijvoorbeeld zandstormen of andere vertroebelingen van de atmosfeer, dan de laser-geleide bommen die in 1991 veel werden ingezet. De JSOW kan worden uitgerust met een hele reeks ladingen, waaronder antitank en antibunker. De Nimitz heeft de JSOW's voor haar vertrek overgeladen op het zusterschip, de Eisenhower.

Een andere ontwikkeling is de JDAM, Joint Direct Attack Munition. Met een JDAM-'setje' zijn gewone, 'domme' bommen om te bouwen tot precisie-wapens. Zo'n setje bevat eveneens een GPS-systeem en daarnaast beweegbare vleugeltjes zodat de bom zijn weg naar het doel kan vinden. De JDAM kan worden voorgeprogrammeerd, maar ook nog tijdens de vlucht worden 'omgeleid'. Inmiddels zijn duizenden van deze JDAM-systemen besteld.

Dit zijn maar twee voorbeelden van een hele serie nieuwe geleide wapens en verbeteringen. Er zijn tevens de zware Have Nap raket, het GBU-28 projectiel dat door tientallen meters aarde en beton kan dringen, en ook de Tomahawk-kruisraketten zijn inmiddels verbeterd met het GPS-systeem.

Niet alleen de projectielen zelf zijn verbeterd, ook de procedures om ze af te vuren. Volgens het blad Jane's Defence Weekly is recent het Rapid Targeting System, RTS, in gebruik genomen. Dit is een soort databank waarin hoogwaardige opnames van Iraakse doelen, inclusief de GPS-coördinaten, zijn opgeslagen. Deze informatie is onder andere verzameld door U-2 spionage-vliegtuigen en -satellieten, waaronder de KH-11 en Lacrosse. Voorheen waren deze gevechtsinlichtingen zo geheim, dat de piloten die bombardementsmissies moesten uitvoeren, deze niet in 'ruwe' vorm mochten bekijken. Doordat ze dat met RTS nu wel mogen, zou dit hun opdrachten sterk vereenvoudigen.

Nieuw is ook dat meer vliegtuigen met precisie-bommen kunnen worden uitgerust. Tijdens de Golfoorlog konden 320 gevechtvliegtuigen van de luchtmacht geleide wapens afvuren, nu zijn dat er intussen volgens het blad Aviation Week zo'n honderd meer geworden. De marine-vliegtuigen die zijn gestationeerd aan boord van de vliegdekschepen Washington en Independence zijn inmiddels uitgerust voor het afwerpen van geleide wapens, iets waar de meeste toestellen tijdens de Golfoorlog nog niet toe in staat waren. Zelfs de F-14 Tomcat luchtverdedigingsjagers hebben zogenoemde LANTIRN-apparatuur gekregen die de vliegtuigen in staat stellen bommen af te werpen - deze versie wordt dan ook de Bombcat genoemd. De Amerikaanse marine heeft daarnaast de afgelopen zomer geoefend met het drastisch opvoeren van het aantal aanvalsmissies per vliegdekschip. Tijdens een oefening bleek dat voor een beperkte periode van vier dagen 200 sorties per dag konden worden gehaald: meer dan het dubbele van wat in 1991 mogelijk was.

Wat Irak nu aan luchtaanvallen te wachten staat, heeft al een generale repetitie gehad: operatie Deliberate Force. Tussen 30 augustus en 14 september 1995 gooiden Amerikaanse, Franse, Britse en Nederlandse viegtuigen 1026 bommen af. Daarvan waren er 708 geleid - maar liefst 70 procent. Brandpunt van de aanval betrof de bevelsstructuur en de logistieke infrastructuur van de Bosnische Serviërs. De militaire potentie van de Bosnische Serviërs liep door de bomaanvallen dusdanig terug, dat ze vreesden geen weerstand meer te kunnen bieden in het geval van een Kroatische grondoffensief of van het Bosnische regeringsleger. Volgens berichten in de pers staat de Amerikaanse plannenmakers iets vergelijkbaars voor ogen. Door de arsenalen van de Republikeinse Garde en de hoofdkwartieren van de geheime diensten te bombarderen zou de Iraakse leiding oppositionele 'grondtroepen' in de vorm van een Iraakse volksopstand moeten vrezen. De kans hierop wordt echter niet hoog ingeschat, omdat een opstand in 1991 in bloed werd gesmoord, toen de anti-Iraakse coalitie met meer dan een half miljoen manschappen passief toekeek.

Voldoende Amerikaanse grondtroepen zijn nu in ieder geval niet aanwezig. En de mogelijkheid dat deze worden ingezet is, althans op dit moment, verwaarloosbaar. De Iraakse president heeft zijn Republikeinse Garde, waarvan algemeen wordt aangenomen dat deze hoog op de doellijst prijkt, een maand met verlof gestuurd: troepenconcentraties zijn er niet. En Irak zegt openlijk te zijn begonnen met het verspreiden van het materieel, zoals tanks, pantservoertuigen en raketwerpers. De vergelijking met Deliberate Force, een scenario waarin het luchtwapen van doorslaggevend belang was, lijkt dan ook vooralsnog niet op te gaan.