Kunstcollectie onderwerp strijd

ROTTERDAM, 21 FEBR. De waardevolle kunstcollectie van Kurt Kirchbach (1890-1967) wordt opgeëist door een Zwitserse advocaat, die zegt dat hij diens erfgenaam is. De collectie bestaat uit beeldhouwwerken en schilderijen van Emil Nolde en tweehonderd tekeningen van Lovis Corinth. Waar de Kirchbach-kunstcollectie zich op dit moment bevind is onbekend.

Onlangs eiste de advocaat, Werner Stauffacher uit Zürich, al de fotocollectie van Kirchbach op, nadat bekend was geworden dat deze vorig jaar mei voor 5,5 miljoen gulden werd geveild bij Sotheby's in Londen. Dat gebeurde onder een valse naam, zo onthulde de Frankfurter Allgemeine Zeitung vorige maand. De veilingcatalogus vermelde niet Kirchbach, destijds lid van nazi-partij, als de oorspronkelijke eigenaar van de collectie maar ene Helene Anderson.

Vervolgens maakten de werkelijke verkopers, Angelica en Hans Joachim Burdack, zich bekend. Ze verklaarden dat Kirchbachs weduwe Hildegard, die in 1995 overleed, hen de foto's had geschonken op voorwaarde dat haar naam nimmer in de verband gebracht zou worden de foto's. Daarom verzonnen de Burdacks een valse eigendomsgeschiedenis.

De advocaat Stauffacher zegt nu dat hij door Hildegard Kirchbach tot erfgenaam is benoemd. De aanspraak die hij maakt, wordt echter aangevochten door Eckbert Von Bohlen und Halbach. Deze telg uit de Krupp-dynastie en zoon van de industrieel, aan wie Kirchbach enkele jaren voor zijn dood zijn fabrieken verkocht, zegt documenten te bezitten waaruit blijkt dat hij en niet Stauffacher als zaakgelastigde werd aangewezen. Von Bohlen zegt in opdracht van de weduwe Kirchbach de kunstverzameling te hebben geschonken aan het Kunstmuseum in Bazel.

Volgens de Duitse kunsthistoricus Herbert Molderings, die ook de vervalste herkomst van de fotoverzameling in het dagblad Frankfurter Allgemeine Zeitung onthulde, behoorde de nu verspreid geraakte fotocollectie in het museum in Bazel te worden ondergebracht. Hij beschikt over drie testamenten van de weduwe Kirchbach, het laatste uit 1975, waaruit deze bestemming blijkt. “Sotheby's heeft weinig reden de Burdacks op hun woord te geloven”, aldus Molderings.