Koningin in nood

In 'Koningin in nood' (W&O, 14 februari) stonden twee onjuiste beweringen over het rapport dat de Evaluatiecommissle NWO in 1996 heeft uitgebracht. In de eerste plaats dat dit rapport grotendeels door mij geschreven zou zijn en dat ik dit zelf aan prof. Joan van der Waals heb verteld. Dit is een misverstand. Wat ik heb willen beklemtonen is dat dit rapport, dat uiteraard een gezamenlijk product is van de commissieleden, voornamelijk geschreven is door de ijverige Nederlandse leden (Rinnooy Kan, Levelt en ik) en niet door een ambtelijk secretaris, zoals meestal gebeurt.

Nog storender vind ik het misverstand dat de Evaluatiecommissie zou hebben aanbevolen dat alle wetenschapsgebieden gelijke scoringskansen “zouden moeten krijgen, onafhankelijk van de kwaliteit van de voorstellen”. Dat is onzin. Wat de commissie bepleit heeft, is dat zeer goede onderzoeksvoorstellen uit alle wetenschapsgebieden een gelijke kans op honorering zouden moeten krijgen. Nu is dit niet het geval. De honoreringskans van excellent biologisch of medisch onderzoek is kleiner dan die van chemisch of fysisch onderzoek. Het is zelfs zo dat biochemisch onderzoek dat via de scheikunde wordt ingediend (zoals mijn eigen onderzoeksprojecten) een betere kans maakt op honorering dan hetzelfde onderzoek dat via geneeskunde of biologie bij NWO binnenkomt. Die ongelijkheid berust op historische toevalligheden en de Evaluatiecommissie heeft ervoor gepleit om die ongelijkheid ongedaan te maken. Niet door de natuurkunde te plukken, ook dat is geen aanbeveling van de Evaluatiecommisie, maar door NWO meer geld te geven.

Meer geld voor NWO en wetenschap in het algemeen lijkt mij ook belangrijker dan bestuurlijke aanpassingen binnen NWO, hoe nuttig en nodig die ook mogen zijn. Terwijl in Amerika de wetenschap weer hoog op de politieke agenda staat en er een kolossale procentuele toename in het Amerikaanse biomedische onderzoeksbudget (NIH en ISF) op de begroting prijkt, dreigt in Nederland verdere afkalving van een al jarenlang gekort budget.

In plaats van energievretende territoriale conflicten in eigen achtertuin uit te vechten, zouden de Nederlandse onderzoekers zich eensgezind op de politiek kunnen richten, zoals ook onze Amerikaanse collegae hebben gedaan. Die zijn erin geslaagd om duidelijk te maken hoe belangrijk goed onderwijs en onderzoek zijn voor onze toekomstige welvaart. De argumenten, die Clinton en Gore hebben overtuigd, zijn hier evenzeer van toepassing.