Koningin in nood (2)

De redacteur van W&O heeft de feitelijke informatie die ik hem verschafte tot een boeiend relaas gemaakt ('Koningin in nood', W&O, 14 febr.). Vanwege de haast kreeg ik tegen mijn gewoonte in, geen gelegenheid de tekst waar ik sprekend geciteerd word, te corrigeren. Mede daarom enkele korte opmerkingen.

Ik wil niet de indruk vestigen dat de medici een coup hebben gepleegd. Maar hun perceptie van de rol van NWO als researchorganisatie is een andere dan die van fysici en astronomen, en ik ervaar bij herhaling dat sommige medici de arrogantie van fysici beantwoorden met laatdunkendheid over het bestaansrecht van de stichting FOM; beide partijen zijn fout. Voor de natuurkunde en sterrenkunde is NWO de kurk waarop zij drijven: FOM steunt niet alleen individuele projecten, maar ontwikkelt ook in belangrijke mate het toekomstig beleid. In het rapport van de commissie-Rinnooy Kan wordt lovend over FOM gesproken; waarom dan toch deze goed draaiende organisatie slopen? Bij de medici, daarentegen, ligt de prioritering en coördinatie van het onderzoek voornamelijk in handen van de directies van de academische medische centra, daarbij gestuurd door de discipline-adviezen voor de geneeskunde van de KNAW. Gezien deze grote verschillen in de rol van NWO, is het gelijke-monniken-gelijke-kappen syndroom waarbij alle disciplines op identieke wijze binnen NWO georganiseerd dienen te worden, misplaatst.

De vergelijking met het P.J. Meertens-instituut werd te cryptisch en daardoor onbedoeld negatief. Het vakmanschap in het instituut heb ik niet in twijfel getrokken. Maar als ik de noden van de letterenfaculteiten aan de universiteiten zie, dan vraag ik mij af: is een zo omvangrijke inspanning op het gebied der dialectologie, volks- en naamkunde binnen het hele gebied der letteren gerechtvaardigd? Als ongeletterde leek kan ik de vraag niet beantwoorden. Maar hij moet wel gesteld worden. Dit soort vragen, nu, komt vanzelf aan de orde als men de instituten en het universitaire onderzoek in de discipline waartoe ze behoren in één bestuurlijk verband onderbrengt.