IOC geen sociëteit voor bejaarden

Het rumoer rond de benoeming van Willem-Alexander in het IOC-bestuur houdt aan. Komt hij niet in een “beschadigende en ondemocratische omgeving” terecht?

NAGANO / ROTTERDAM, 21 FEBR. Indringende woorden sprak NOC*NSF-voorzitter Wouter Huibregtsen op zijn eigen begrafenis. Juist hij had als lid van het Internationaal Olympisch Comité hervormingen kunnen aanbrengen, omdat zijn handen - in tegenstelling tot die van de kroonprins - niet gebonden zijn. Een man van zijn statuur had bovendien kunnen overleven in deze “beschadigende en ondemocratische” omgeving.

Het rumoer rond de IOC-benoeming van kroonprins Willem-Alexander houdt aan. Uitbundig danste zijn nieuwe IOC-collega Anton Geesink gisteren op het graf van Huibregtsen. De kroonprins zweeg, reed in zijn alter ego van W.H. van Buren een rondje met de Nederlandse schaatshelden en deelde in Nagano onverstoord medailles uit. “Hij is in alle opzichten een lijdend voorwerp”, meent mr. H. van Staveren, hoogleraar aan de juridische faculteit van de Vrije Universiteit. “Zelfs als hij nu alsnog overweegt zich terug te trekken voor het IOC, is hij afhankelijk van het standpunt van de regering.”

“Spijkers zoeken op laag water”, noemt het Nederlandse IOC-lid H. Verbruggen echter de aandacht voor de staatsrechtelijke en morele dilemma's van de kroonprins. “Dat rumoer na de uitlatingen van Huibregtsen dringt helemaal niet door tot het IOC. Ik denk dat premier Kok die kwestie in het parlement afdoende heeft behandeld.” Ook zijn Amerikaanse collega Anita Defrantz voorziet geen problemen voor de kroonprins. “Politieke onderwerpen worden zelden besproken in het IOC. Mocht het wel zo zijn, dan trekt Willem-Alexander zich gewoon terug.”

Met verbijstering hebben de leden van het IOC de Hollandse klompendans gevolgd om de zo fel begeerde, tweede zetel in het college van voorzitter Samaranch. “Het is typisch Nederlands te denken dat wij onze democratische normen en waarden kunnen opleggen aan het IOC”, meent Verbruggen, als voorzitter van de internationale wielrenunie één van de nieuwe collega's van de kroonprins. Volgens hem had alleen “de grootst mogelijke discretie” de kandidatuur van NOC*NSF-voorzitter W. Huibregtsen kans van slagen gegeven. “Het IOC is nu eenmaal een ondemocratische club”, meent W. Cornelis, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond. “Samaranch maakt zelf wel uit wie hij benoemt.”

Anita Defrantz bevestigt de lezing van Cornelis. De Amerikaanse oud-roeister is één van de vier vice-presidenten in de Executive Board (uitvoerend orgaan) van het IOC. Desondanks had zij alleen van horen zeggen “dat in Nederland nog vijf of zes mensen dachten dat ze kandidaat waren voor de functie in het IOC”. Ook Defrantz was verrast door de benoeming van Willem-Alexander. “Samaranch heeft de Executive Board pas op de ochtend van de benoeming meegedeeld dat de prins zijn kandidaat was.”

Daarna was diens benoeming niet meer dan een hamerstuk. “Maar zo gaat het niet altijd”, beweert Defrantz. “Samaranch is als voorzitter gebonden aan het Olympic charter, waarin zijn bevoegdheden zijn vastgelegd.” Als het hem zo uitkomt, natuurlijk. Werd Defrantz ook zelf niet overvallen, toen zij in 1986 door de IOC-president werd verkozen boven een illustere kandidaat als Peter Ueberroth, de man die de Spelen van Los Angelos organiseerde?

De Afro-Amerikaanse oud-roeister had zich juist gemanifesteerd als een luis in de pels van het establishment door een rechtszaak aan te spannen tegen de regering van president Carter, die een boycot uitvaardigde tegen de Spelen van 1980 in Moskou. Zes jaar later behoorde Defrantz tot het team dat in Lausanne het 'bidbook' van Anchorage voor de Winterspelen van 1992 presenteerde.

Tijdens die bijeenkomst werd Defrantz plotseling weggeroepen. Ze moest drie kwartier wachten in de lobby van het hotel waar een bijeenkomst van het IOC werd georganiseerd. “Toen werd ik naar binnen geleid, betrad het podium en moest met mijn hand de olympische vlag vasthouden en de eed voorlezen. Vervolgens kwam Samaranch naar me toe, hing een medaille om mijn nek en feliciteerde mij met het IOC-lidmaatschap. Ik heb nooit geweten dat ik een van de Amerikaanse kandidaten was. Ik ben nooit benaderd, door wie dan ook.”

Zo werkt dat dus in de schier ondoordringbare oligarchie van Juan Antonio Samaranch. “Hij heeft van het IOC een kopie gemaakt van de dictatuur van Franco”, luidde de beschuldiging van de Britse auteurs Andrew Jennings en Viv Simson in hun in 1992 verschenen boek The Lord of the Rings. Afgelopen week onderstreepte Jennings in het Algemeen Dagblad zijn eerdere aanval op het IOC. “De Spelen van de volgende eeuw worden bestuurd door mannen die het in deze eeuw bij het verkeerde eind hebben gehad”, concludeerde Jennings. Als we hem moeten geloven, drukt kroonprins Willem-Alexander binnenkort de handen van diverse corrupte zakenlieden, “die niet vies zijn van het aannemen van steekpenningen en het betasten van hostesses”.

Die kritiek is volgens H. Verbruggen niet meer dan “natrappen van mensen die al eerder wegens smaad zijn veroordeeld”. Hij wenst het beeld van een besloten sociëteit voor bejaarden te nuanceren. “Maar wie met Nederlandse ogen naar het IOC kijkt, zal zich zeker verwonderen”, erkent Verbruggen. “In Nederland is elke voorzitter een primus inter pares. In het buitenland word ik als voorzitter geacht over een hogere status te beschikken. Ik hoef geen aparte auto tijdens grote evenementen, ik ga net zo lief met de bus. Maar dat wordt niet van mij verwacht.”

Maar is Willem-Alexander niet door Samaranch uitverkoren, omdat hij zich graag door blauw bloed laat omringen en niet vanwege zijn bestuurlijke kwaliteiten? “Leden voor de sier bestaan niet meer”, zegt Defrantz met nadruk. “Huibregtsen had veel kunnen betekenen voor het IOC”, denkt Verbruggen. “Maar de benoeming van de kroonprins past tevens in het zoeken naar de ideale balans in het IOC. Daarom sloeg de kritiek van Ard Schenk nergens op. Volgens hem negeerde Samaranch de oproep om meer macht aan de atleten zelf te geven, maar hij vergeet dat zeker twintig oud-atleten al zitting hebben in het IOC.”