Huiswerk maken in de moskee

ZEG MAAR OP school dat dát te moeilijk is hoor. Je hebt je best gedaan.'' De 12-jarige Marokkaanse Hanna zit met haar begeleidsters Carry Eernstman en Tanja van Zuilen over een kruiswoordpuzzel gebogen. Hanna moet die als huiswerk voor Tekenen maken. Een aantal woorden is cadeau gedaan, maar het overgrote deel moet ze zelf verzinnen en inpassen.

“Maar dan ben ik straks de enige in de klas die hem niet af heeft”, roept het meisje met verschrikte ogen. “De vorige keer hadden alle kinderen hem ook”. De twee begeleidsters kijken elkaar zuchtend aan, pakken een gum, en beginnen weer van voor af aan met de puzzel. “Het is onzinnig, moppert de één. “Wat heeft zo'n puzzel nou met tekenen te maken.”

Het is een doordeweekse avond. In Moskee Nour, in de binnenstad van Gouda, zijn 20 kakelende tieners bijeen voor hun huiswerkbegeleiding. Beneden in een gebedszaal zitten de jongens, en op zolder, met een aparte ingang, verblijven de meisjes. Vier vrijwilligers lopen van tafel naar tafel om de jongelui tot concentratie te manen, en te helpen bij Wiskunde, Engels of welk vak dan ook. De moskee begon acht jaar geleden, samen met de Goudse welzijnsorganisatie Het Woonhuis met het huiswerkproject. Toen was er een handjevol scholieren; inmiddels zijn het er 133, begeleid door een tiental vrijwilligers. Het resultaat is geweldig, vertelt voorzitter H. Hajji van de moskee stralend. “De cijfers van de kinderen gaan enorm vooruit. Er zijn bijna geen zittenblijvers meer.”

De samenwerking tussen de moskee en de welzijnsstichting was al eerder ontstaan, toen bleek dat veel Marokkanen niets begrepen van de post die via hun brievenbus werd bezorgd. “Het bestuur vroeg ons een spreekuur te beginnen”, vertelt H. Betlem, beleidsmedewerker van het Woonhuis. “Het was eigenijk niet onze taak, maar we zijn er toch op ingegaan, om zo het vertrouwen te winnen van de Marokkaanse gemeenschap.” Het idee voor de hulp bij het huiswerk ontstond daarna automatisch. “We maken ons grote zorgen om onze kinderen”, zegt Hajji. “Er gaan er veel te veel zonder diploma van school. Ze hangen op straat, en komen zo in contact met slechte dingen.”

Hajji vindt dat de Nederlandse leraren en directies van de scholen voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de problemen van de Marokkaanse jeugd. “Ze doen weinig moeite om de jongeren op school te houden.” “En”, voegt collega-bestuurder A. El Haddaoui er aan toe, “ze gaan er bij voorbaat van uit dat de Marokkaanse ouders geen belangstelling hebben voor de schoolprestaties van hun kind. Terwijl dat juist wél zo is. Alleen: Ouders haken af, omdat ze niets van de school begrijpen.”

Haddaoui: “Laatst hoorden we van een leraar die tegen een Marokkaanse ouder had geroepen: 'Wat? U woont al jaren in Nederland, en u spreekt nog steeds geen Nederlands? Belachelijk'. Maar ze begrijpen dan niet dat de meeste Marokkanen geselecteerd zijn om naar de Nederlandse fabrieken te komen, juist omdat ze ongeletterd waren. Als ze merkten dat je één woord Frans sprak, was je te slim, en namen ze je niet.”

De gemeente Gouda (71.000 inwoners) heeft een reputatie als het gaat om problemen met de Marokkaanse gemeenschap. Er wonen ongeveer 5.000 Marokkanen, terwijl bijvoorbeeld de Turkse gemeenschap uit 333 personen bestaat. “We hebben te maken met veel langdurig werklozen onder de Marokkanen, en veel criminaliteit”, zegt wethouder W. C. Hommels van Gouda, “We proberen daar van alles aan te doen. Ook op scholen. Maar het zijn problemen van lange adem, die je niet even oplost.” Hommels is er in het algemeen geen voorstander van dat een moskee zich ontfermt over de huiswerkbegeleiding van leerlingen. “Dat lijkt me een taak van de school. Als een school dat niet doet, dan moet daarover worden gepraat. Maar ik weet dat veel scholen wèl aan huiswerkprojecten doen.”

Woordvoerder W. M. Blok van het Goudse Crabeth-college, een mega-scholengemeenschap met ongeveer 4.000 leerlingen voor onder meer MAVO en allerhande beroepsopleidingen, denkt hardop na: “Huiswerkbegeleiding? Ik zal het eens navragen. Nee, dat hebben we niet. De begeleiding van leerlingen loopt via een mentor. In de toekomst beginnen we wèl met een project voor begeleid leren.”

H. Betlem van de Goudse welzijnsstichting Het Woonhuis schenkt zich nog eens een kopje thee in. “Er wordt door de overheden veel gepraat over passende hulp aan minderheden. Maar wat blijkt: het lukt maar niet omdat er een kloof is tussen de Nederlandse organisaties en de allochtonen. Wij als organisatie hebben geleerd dat het meer resultaat oplevert als je een stukje meegaat in de cultuur van de ander. Als Marokkaanse jongeren vroeger wilden weglopen, zeiden we: 'Prima, Dat moet je doen.' Nu zeggen we: 'We praten eerst met je ouders.' En tegelijkertijd geven we aan dat we begrijpen dat het niet eenvoudig is om in twee werelden te leven. Je bereikt daar veel meer mee. Waarom organiseren scholen geen ouderavond voor Marokkanen apart, met een tolk erbij? Het gaat er toch om dat het contact verbetert.”

Terwijl Khadija (15) en Nissa (14) op de zolder van de moskee hun Engels en Wiskunde hebben gelaten voor wat het is, en samen plaatjes bekijken in een volbeplakte agenda, zit Ouafaa (17) nog steeds geconcentreerd over haar Wiskunde A gebogen. Vrijwilligster Grace Boer legt haar uit hoe ze een curve moet lezen. Ouafaa doet via een dagopleiding voor volwassenen HAVO 4. Dat gaat goed, maar ze moet er behoorlijk voor studeren. Soms spreekt ze met Grace thuis af, om nog geconcentreerder te kunnen werken. “Als het lukt”, zegt ze, “word ik later politie-agent. Maar dan moet ik wel mijn diploma's halen.”