Gemeente (1)

In NRC Handelsblad van 11 februari betoogde W. Derksen dat de gemeenteraad feitelijk niet meer aan het hoofd van de gemeente staat, maar 'een ondergeschikte positie' inneemt ten opzichte van het college van burgemeester en wethouders. Nu 'de gemeenteraadsverkiezingen niet meer zijn dan versierselen van de macht', acht hij de tijd gekomen voor een baanbrekend voorstel: laat de burger voortaan zowel het college van B en W (de 'raad van bestuur') als de gemeenteraad ('als raad van toezicht') rechtstreeks kiezen.

Bij dit voorstel passen enkele vragen en kanttekeningen. Wordt het niet ook tijd dat burgers ook het kabinet rechtstreeks kunnen kiezen? De Tweede Kamer neemt immers ogenschijnlijk ook een 'ondergeschikte' positie in. Zij is zelfs niet meer bij machte een bewindspersoon metterdaad te confronteren met de gevolgen van zijn of haar politieke verantwoordelijkheid.

En hoe moeten we ons dat voorstellen: rechtstreekse verkiezing van een college? Wordt degene die de meeste stemmen verwerft burgemeester? Hoe worden de portefeuilles verdeeld? Door loting? En is er nog een rol weggelegd voor de politieke partijen? Verder: wie bepaalt het te voeren beleid? De 'raad van bestuur'? Op basis waarvan? En wat te doen als de, eveneens rechtstreeks gekozen 'raad van toezicht' er in meerderheid anders over denkt? Kan de gemeenteraad dan de leden van het college ontslaan, of ontbindt in dat geval - en bij andere mogelijke conflicten tijdens de rit - het college de raad?

Het valt wel op dat aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen steeds stukken verschijnen die de indruk wekken dat je als kiezer lichtelijk gestoord bent als je gaat stemmen. Dat biedt voor publicisten het perspectief dat zij ná de raadsverkiezingen weer stukken kunnen schrijven over de bedroevend lage opkomst, het legitimiteitsverlies van de gemeenteraden, 'de lege stoel van de lokale politieke macht'. Zo blijft er in ieder geval werk aan de winkel.