Een trio op het wad; Weduwe van scholekster dringt zich op aan buren

Scholeksters vormen in uitzonderlijke gevallen een trio, zo ontdekten Groningse ecologen. Maar de driehoeksverhouding levert slechts voor één vogel voordelen op.

DOORGAANS LEVEN scholeksters (Haematopus ostralegus) zowel seksueel als sociaal een keurig monogaam leven. Maar in uitzonderlijke gevallen kan een paartje gezelschap krijgen van een opdringerige derde. Er ontstaat dan een moeizame driehoeksverhouding die alleen voor de binnendringer voordelen oplevert. Dat schreven de Groningse ecologen Dik Heg en Rob van Treuren vorige week in Nature.

Heg en Van Treuren deden jarenlang onderzoek aan een geringde populatie scholeksters op Schiermonnikoog. Uit hun onderzoek blijkt dat de opdringerige vogel altijd een weduw-vrouwtje is. Haar partner is óf gestorven óf heeft het aangepapt met een buurvrouw die hoger in de hiërarchie van de drukbezette scholeksterkolonie staat. Het weduw-vrouwtje volgt met haar gedrag een duidelijke lange-termijnstrategie. Zij wil haar zwaar bevochten nestplek in de kolonie niet prijsgeven en hoopt in een volgend broedseizoen met de buurman een nest te kunnen vormen.

Voor het scholeksterpaar brengt polygynie (meer vrouwtjes met één mannetje) alleen ellende met zich mee. Het vrouwtje ziet haar positie en haar nakomelingschap bedreigd. “Zelfs het mannetje ondervindt nadelen en dat is opmerkelijk”, zegt Heg. “Tot nu toe werd namelijk gedacht dat het mannetje in alle gevallen gebaat is bij een tweede vrouw. Meer legsels bij meer vrouwtjes betekenen immers meer nakomelingen. Maar bij de scholekster zit het anders.”

Heg en Van Treuren zijn de eersten die aantonen dat een mannetje nadelen kan ondervinden van een trio. Dat heeft te maken met de levenswijze van de scholekster. Een eenmaal gevormd paar vecht om de schaarse ruimte in dicht opeen gepakte territoria op een kwelder. Heeft zo'n paar eenmaal een nest, dan wisselen mannetje en vrouwtje elkaar af bij het uitbroeden van de eieren, die gedurende 24 dagen zonder onderbreking bebroed moeten worden. Als het mannetje van het nest is gaat hij op zoek naar voedsel, of hij is druk met het verdrijven van meeuwen die de eieren willen stelen of soortgenoten die de nestruimte willen kapen. Tijd om een tweede nest te verzorgen heeft hij dus niet.

AGRESSIEF

Bij polygynie raakt de broed verstoord. Van de waargenomen trio's was er bij 57 procent sprake van agressieve polygynie. Zowel het mannetje als het vrouwtje probeert het extreem opdringerige vrouwtje met agressief gedrag te verjagen. Ze laten het nest vaker dan normaal onbemand, waardoor meeuwen de eieren makkelijker kunnen stelen. Agressieve polygynie heeft een broedsucces van nagenoeg nul.

Bij de overige 43 procent zagen Heg en Van Treuren iets gebeuren dat nooit eerder beschreven is. Het agressieve gedrag veranderde in een samenwerking: coöperatieve polygynie noemen de Groningers dit. De vrouwtjes paarden allebei met het mannetje en voerden ook lesbische copulaties op. Er was één gezamenlijk nest. Daarin lagen niet vier eieren, zoals normaal, maar meestal zes of zeven. Toch was ook hier het broedsucces lager dan normaal. Dit heeft wederom te maken met de strikte eisen van het legsel. Blijkbaar kunnen scholeksters - er zit er maar één tegelijk op het nest - niet meer dan vier eieren uitbroeden, zo ontdekte Heg via een ingenieuze proef. In het nest van vijf paren legde hij zes dagen lang vier tot zes koperen eieren waarin een temperatuursensor zat verstopt. Elke anderhalve minuut registreerde de sensor de temperatuur van het ei. Lagen er meer dan vier eieren in het nest, dan werden ze in roulatie bebroed. Hoe meer eieren, hoe groter de kans dat een ei afkoelde. En in een afgekoeld ei ontwikkelt het embryo zich niet.

Voor het vrouwtje van het scholeksterpaar heeft coöperatieve polygynie alleen maar nadelen. Ze moet haar nest delen met een ander vrouwtje en ziet (een deel van) haar eieren niet uitkomen. Het mannetje ondervindt weinig nadelen als het nest uit slechts vier eieren bestaat. Maar zijn het er meer, dan daalt ook zijn broedsucces. Coöperatieve polygynie lijkt alleen maar voordelen te hebben voor het weduw-vrouwtje. Het opdringerige gedrag kost haar weliswaar veel energie, maar haar kans op nakomelingen is ongeveer vijf keer hoger dan wanneer ze zich laat wegjagen van haar zwaar bevochten plek en vanaf de zijlijn weer een plek in de kolonie moet zien te veroveren. Heg: “De grote vraag voor ons is nu om uit vinden wanneer een scholeksterpaar besluit over te schakelen van agressieve naar coöperatieve polygynie. Wat doet een paar besluiten om de binnendringer te accepteren.”