Duister dodenbestel; Bij de Dabajuro-indianen waren geen twee graven hetzelfde

In en bij de behuizing van Dabajuro-indianen op Aruba zijn depots aangetroffen die patronen blijken te vormen met de haarden en de begravingen. Misschien gaat het hier om heilige plekken, verbonden aan het huis.

Versteeg, A.H. en S. Rostain (eds.): The Archaeology of Aruba - The Tanki Flip Site. Publications of the Archaeological Museum Aruba 8/publicaties van de Natuurwetenschappelijke Studiekring voor het Caribisch Gebied 141. Aruba & Amsterdam, 1997. ISBN 99904 85 20 8 & 1381 2491. Het boek (ƒ 48,50) is slechts beperkt voor Nederland beschikbaar (0172-416240).

BIJ ZIJN OPGRAVING op Aruba heeft de archeoloog dr. A.H. Versteeg een diepe zucht niet altijd kunnen onderdrukken. Het onderzoek in Tanki Flip, oorspronkelijk een waterreservoir, betrof begravingen, afkomstig van Dabajuro-indianen. Alle overledenen bleken ín de nederzetting begraven, maar binnen huizen én daarbuiten. Geen twee graven waren hetzelfde. Op dit dodenbestel viel kortom geen pijl te trekken.

“Het is bizar”, zegt Versteeg. “Vaak zijn er meer individuen in één graf bijgezet. Zo hebben we een begravingsurn gevonden die bestaat uit twee in elkaar geschoven delen. Een omgekeerde urn lag daar als deksel bovenop. Hierin zaten resten van minstens zeven mensen, vier mannen, een vrouw en kinderen. De lange botten van de overledenen waren netjes gestapeld en de schedels daarop gelegd. Maar van sommige andere individuen hebben we alleen een dijbeen of een scheenbeen in een graf gevonden.” Versteeg stuitte ook op twee naast elkaar liggende kindergraven. “In een ervan zat een compleet skelet, op de onderkaak na. Tanden uit die onderkaak lagen er wel. De ontbrekende onderkaak lag in het graf ernaast.”

Niet bekend

De belangstelling voor de geschiedenis van de autochtone bevolking van Aruba is langzaam gegroeid. Echt wetenschappelijk onderzoek naar het verleden van Aruba - en van het Caribisch Gebied in het algemeen - begon wat ons land betreft met archeoloog/antropoloog De Josselin de Jong. In 1923 deed hij Aruba aan. Via De Jongs werk loopt de lijn door naar de activiteiten van Du Ry en Van Heekeren in de jaren zestig. En nu is die dan bij Versteeg beland.

Het onderzoek van Tanki Flip is niet Versteegs eerste opgraving op Aruba. In 1988, na een verzoek van dr. E. Fingal, directeur van het Archeologisch Museum van Oranjestad, ging hij aan het werk in Malmok. Daar werd een indiaans grafveld bedreigd door huizenbouw. “Het bleek een formeel grafveld en dat lijkt ongebruikelijk bij jagers-verzamelaars”, zegt Versteeg. “Maar we weten dat jagers-verzamelaars, als ze in de knel raken, de neiging vertonen hun territorium te accentueren. Dan doen ze dan door het aanleggen van begraafplaatsen. Mogelijk voelden deze zogenoemde pre-ceramische indianen zich door de pottenbakkende nieuwkomers bedreigd.”

Versteeg werkte in 1990 mee aan de archeologische kartering van Aruba. Daarbij werden 106 kleinere vindplaatsen ontdekt en drie grote sites van de ceramiek-makende Dabajuro-indianen: Savaneta, Santa Cruz en Tanki Flip. Ze liggen ongeveer acht kilometer van elkaar, werden binnen honderd jaar ingericht en verdelen het eiland in drie exploitatie-zones. Na de kartering koos men Santa Cruz uit voor een opgraving. Daarbij kwamen huisplattegronden te voorschijn van typische ronde huizen. Een paar hadden een doorsnee van een meter of acht, groot genoeg voor één of twee gezinnen. Er was ook een veel groter, ovaal huis dat 35 à 40 mensen kon herbergen, een zogenoemde maloca.

Santa Cruz betekende de eerste kennismaking met het Dabajuro-dodenbestel. Versteeg: “We hebben twee familie-groepen opgegraven. Ze lagen elk in een halve cirkel in de hoek van een huis. Sommige doden waren in grote urnen ter aarde besteld, anderen hadden een stuk vaatwerk op hun lichaam gekregen. Kinderen werden soms in urnen begraven of kregen grafgiften mee. In één grafkuil troffen we drie losse hoofden aan: een man, een vrouw en een kind, een graf daarnaast bevatte een vrouwenskelet zonder hoofd. Bij veel doden was een kies in de knieholte gelegd. En dan konden we ook nog een aantal herbegravingen onderscheiden.” De bizarre graven van Tanki Flip kwamen dus niet helemaal onverwachts.

PAALGATEN

Aruba telt een stuk of zestig tanki's (waterreservoirs). Tanki Flip werd rond 1830 aangelegd door of voor een zekere heer Filip. Toen er geld voor het onderzoek vrijkwam, formeerde Versteeg samen met zijn Franse collega en mede-auteur dr. S. Rostain een internationaal team waarin naast Franse en Nederlandse studenten en Arubanen, twee Amerikanen en een Cubaan werkten. Versteeg: “We hebben een grote hoeveelheid paalgaten teruggevonden. Daaruit kon met redelijke zekerheid een aantal plattegronden van onder meer maloca's worden gereconstrueerd. Maar we hebben uit de dateringen nog niet kunnen achterhalen wat er allemaal tegelijkertijd functioneerde, daarom is het moeilijk te zeggen hoeveel inwoners de nederzetting had. Toch, op basis van huidige etnografische gegevens over indianen in het noorden van Zuid-Amerika lijkt een schatting van honderdvijftig tot tweehonderd inwoners verantwoord. Voor heel Aruba in deze periode kom je dan uit op ongeveer vijfhonderd mensen. Falcón was bewoond door dezelfde Dabajuro-indianen en met deze vastelanders zullen er veel contacten zijn geweest. Ik denk ook dat dat absoluut noodzakelijk was, want bepaalde materialen ontbraken op Aruba.”

Historische bronnen uit wat latere tijd ondersteunen dat idee. Zo werden in de zestiende eeuw indianen van Bonaire in Falcón opgepakt, naar Caracas gebracht en daar als spionnen berecht. 'Het enige dat we deden', verweerden zij zich, 'was pijlriet zoeken. Want dat hebben we niet op ons eiland.' Versteeg heeft ook archeologische aanwijzingen gevonden voor bezoek aan, of van, het vasteland van Zuid-Amerika. Behalve de huisplattegronden zijn er depots te voorschijn gekomen waarvan een deel botten bevat van dieren die niet op Aruba voorkomen: zoetwaterschildpad en ocelot bijvoorbeeld. Met de depots, of caches, is iets opmerkelijks aan de hand. Er zijn er ook gevonden waarin mensenbotten zitten, aardewerken potten of stenen kralen.

PATRONEN

“De caches blijken patronen te vormen met de haarden en de begravingen”, zegt Versteeg. “Meetkundige patronen zoals gelijkzijdige driehoeken. Het lijkt er sterk op dat de ligging van depots, haarden en begravingen de locatie van de huizen bepaalde. Mogelijk hebben die drie features een representatie bovengronds gehad, want in de haarden en graven vonden we soms merkwaardige paalgaten. De haard heeft niet meer gebrand nadat de paal erin was gezet, en het skelet werd niet door de paal beschadigd. Nu is uit etnografische gegevens bekend dat er zich bij indiaanse huizen bepaalde plaatsen, voorwerpen en palen bevinden met een, zoals antropologen dat noemen, 'verhoogde betekenis'. Het zijn heilige plekken die verbonden zijn aan het huis. We vermoeden dat hier iets dergelijks het geval is geweest, maar dit is nog speculeren.”

Bij de samenstelling van hun boek kregen Versteeg en Rostain toestemming voor opname van een artikel van de Franse antropoloog Michel Perrin. Het schetst het dodenbestel van de Zuid-Amerikaanse Guajiro-indianen. La Guajira is een schiereiland westelijk van Falcón. Perrin beschrijft hoe deze indianen afscheid van hun overledenen nemen in een serie rouwbijeenkomsten en reinigingsrituelen, vervolgens in een primaire begraving waarin de lijken ontvleesd raken, en tenslotte in een secundaire begraving waarin de botten worden bijgezet. “Toen ik dat las, net nadat ik Tanki Flip had opgegraven, versteende ik”, zegt Versteeg. “Het resultaat van die beschrijving komt precies overeen met wat wij hebben opgegraven.”

Pre-ceramische indianen

Kleine, losse vondsten wijzen erop dat voor het eerst rond 5000 v.Chr. mensen Aruba bezochten. Dat is vroeg, naar Caribische maatstaven. Vanaf 3000 v.Chr. werd het eiland, net als Curaçao en Bonaire, bewoond door vissers/jagers-verzamelaars. Deze mensen bedreven geen landbouw, maakten geen aardewerk. Archeologen duiden hen aan als pre-ceramische indianen. Het lijkt een homogene groep te zijn geweest die er lang, zij het misschien niet onafgebroken, heeft gewoond. Omstreeks 1000 n.Chr. kwamen landbouwers-pottenbakkers, ceramische indianen, naar de ABC-eilanden. De oude bewoners verdwenen van het toneel. Op grond van kenmerkend aardewerk rekent men de nieuwelingen tot de Dabajuro, een groep indianen die tweehonderd jaar eerder aan de kust van Venezuela was opgedoken. Hún afstammelingen zagen in 1499 de Spanjaard Ojeda voet aan wal zetten. Kort daarna verklaarde de Spaanse regering de ABC-eilanden tot 'onnuttig' gebied. In 1515 deporteerden de Spanjaarden de indianen naar Hispaniola. Tewerkgesteld in mijnen en op landerijen stierven ze bij bosjes. Missionarissen protesteerden hiertegen. Hoe meer indianen omkwamen, hoe minder zieltjes zij konden winnen. Bij wijze van gebaar werd in 1527 een handjevol overlevenden teruggebracht.