Britse aristocraat en ontdekkingsreiziger Wilfred Thesiger: Hoe moeilijker het leven, hoe zuiverder de persoon

Ontdekkingsreiziger Wilfred Thesiger was de eerste Westerling die per kameel Arabische en Afri- kaanse woestijnen doorkruiste. Correspondent in Afrika Koert Lindijer bezoekt zijn held in Londen waar hij zijn laatste dagen slijt. De ontmoeting draait uit op een confrontatie tussen een heden- daagse reiziger en een oude romanticus.

Zijn door ouderdom aangetaste ogen lichten op. “Het is goed dat de Afar bij gevechten nog het geslachtsdeel van de tegenstander afsnijden om hun mannelijkheid te tonen. Er is al zoveel veranderd in de wereld.” Wilfred Thesiger (87) hunkert naar het verleden, hij verafschuwt het heden en vreest voor de toekomst. Zijn doorgroefde gelaat is als zijn schoenen, die er uitzien als verdroogde wortels. Goede schoenen zijn belangrijk voor een ontdekkingsreiziger. Ze zijn oud maar goed onderhouden met smeer van een stier. “Dit zijn mijn Keniaanse schoenen, ik kan me niet meer herinneren hoe oud ze zijn”, zegt hij met een verwijzing naar de bijna dertig jaar die hij doorbracht in dit Oost-Afrikaanse land.

Met een gevoel van diep respect en opwinding ben ik de man, die wel de laatste ontdekkingsreiziger is genoemd, gaan opzoeken in zijn flat in het Londense Chelsea. Thesiger geldt als voorbeeld voor menig reiziger die net als hij lange periodes door Afrika trekt. Zijn kracht en ontkenning van het gevaar vormen voor mij een inspiratiebron, zijn beschrijvingen van Afrika van vóór de onafhankelijkheid bieden stof tot reflectie. Reizen per kameel of te voet is meestal niet meer nodig, maar de belabberde infrastructuur stelt nog steeds zware eisen aan degene die wil verkennen. Het gevaar en ongemak blijken vaak even groot als in Thesigers dagen.

In de jaren vijftig trok hij door de lege vlaktes en over de zandduinen van de 'Lege Sector' van Arabië, in 1934 verkende hij het woongebied van de Afar in Ethiopië, hij leefde bij de moeras-Arabieren van Irak, dwaalde in de woestijnen van Soedan en Tsjaad en in Afghanistan, Jemen en Koerdistan, liep in Kenia naar alle uithoeken van het ruwe noorden. Tachtig leeuwen schoot hij in zijn leven, en hij is er trots op.

Thesiger is de enige Westerling die het oude Afrika en Arabië heeft gekend van ongetemde natuur, 'edele wilden' en feodale heersers als keizer Haile Selassie van Abessinië. Tijdens die reizen leerde hij een belangrijke les: “De kwaliteit van een volk vermindert door modernisering. De ontberingen die de bedoeïnen moesten ondergaan in de woestijnen van Arabië bepaalden hun karakter: edelmoedig, hard en oprecht. Hoe moeilijker het leven, hoe zuiverder de persoon.”

In zijn boek Arabian Sands beschrijft hij een van die barre tochten in het zand. Enkele dagen moesten hij en zijn bedoeïnen-begeleiders het stellen zonder voedsel en met slechts druppels water, totdat ze erin slaagden een haas te vangen. De hele dag praatten ze over hoe ze het beestje zouden gaan bereiden. Terwijl ze bij het kampvuur in verrukking naar de borrelende soep van hazenvlees staarden, verschenen er vanachter de zandduinen enkele onbekende stamgenoten. De wetten van de woestijn gebieden dat al het voedsel wordt gedeeld. De vreemdelingen waren door God gezonden en kregen daarom al het vlees en de soep. Vermoedelijk had Thesiger nooit eerder zo'n moeite zich aan te passen aan de edelmoedigheid van het woestijnvolk.

Thesiger werd in 1910 geboren in Addis Abeba, waar zijn vader Brits diplomaat was. Zes jaar later maakte hij de zegetocht mee van de troepen van Ras Tafari, die later keizer Haile Selassie van Ethiopië zou worden. In zijn autobiografie The Life of My Choice (1987) schrijft Thesiger: “Ik geloof dat die dag me een levenslang verlangen inprentte naar barbaarse pracht, naar woestheid en kleur. Ik leerde eerbied te hebben voor oude gewoontes en rituelen. Later zou ik hieraan mijn diepe afkeer ontlenen van Westerse vernieuwingen in andere landen en van de kleurloze uniformiteit van de moderne wereld.”

Als speciale gast woonde hij in 1930 de kroning bij van Haile Selassie, in Thesigers woorden 'een van de grootste staatslieden van deze eeuw'. Daarop volgde zijn eerste expeditie naar het gebied van de Afar in Ethiopië, waar hij de loop van de rivier de Awash in kaart bracht. Dit bleek het begin van een leven van reizen - per kameel, te paard of te voet, maar nooit in een auto. “Ik had de aantrekkingskracht tot het onverkende gevoeld, de dwang om te gaan waar anderen niet waren geweest.”

Steeds weer verkoos hij baantjes die hem leidden naar ongetemde gebieden. Hij was ambtenaar in de afgelegen provincie Darfur onder het koloniale bestuur van Soedan, vocht met Haile Selassie tegen de Italiaanse troepen in Abessinië, diende in het druzen-legioen in Syrië en bestudeerde de migratie van sprinkhanen in Saoedi-Arabië omdat hij dan de vrijwel onbekende 'Lege Sector' kon verkennen. Zes boeken schreef hij over zijn nomadische bestaan, waarvan Arabian Sands wordt gezien als een klassieker in de reisliteratuur.

Tijdens Thesigers leven is de wereld ingrijpend veranderd. Door nieuwe technologieën zoals de uitvinding van de auto en het vliegtuig kromp de aardkloot ineen, de consumptiemaatschappij verspreidde zich naar alle uithoeken en vernietigde traditionele levensvormen. Thesiger heeft zich altijd aangetrokken gevoeld tot wilde en onbedorven gebieden en volkeren, maar tegelijkertijd deed zijn generatie er alles aan om deze te vernietigen. “Ja, ik ben altijd een traditionalist geweest. Ik haat veranderingen.”

Wat bewoog deze Britse aristocraat om zijn leven door te brengen in de laatste maagdelijke delen van de aarde? En: herken ik mijn eigen drijfveren om in Afrika te willen wonen en werken, in die van mijn bejaarde voorganger?

Deze maand reis ik precies een kwart eeuw in Afrika, waar ik als correspondent meestal onderweg ben van het ene gewelddadige conflict naar het andere. Ook ik ontkom vaak niet aan het gevoel dat het vroeger beter geweest moet zijn. De oude sociale structuren en gewoontes die in ontoegankelijke gebieden nog worden gerespecteerd, blijken beter te voldoen dan de moderne die door geleerde ontwikkelingsdeskundigen worden gepropageerd.

Afrika is in beweging en weet niet hoe zijn verleden te incorporeren in zijn toekomst. De traditionele stamverbanden worden uiteen gerukt door meerpartijendemocratie, kapitalistische concurrentie en asociale samenlevingsvormen in stenen jungles. Op de drempel naar de grote verandering, met pessimisten die al praten over 'het verloren continent', heeft Thesigers hang naar het verleden niet noodzakelijkerwijs een reactionaire lading.

Franse wijn

Mijn uitnodiging voor een lunch grijpt hij met beide handen aan, hij wil graag zijn benauwde flat uit. Hij kiest het duurste restaurant van de buurt en bestelt een prijzige fles Franse wijn. Híj begint. “De invoering van onderwijs in Afrika heeft alles veranderd. De nomadische Samburu in Noord-Kenia bijvoorbeeld hadden het vroeger beter, want hun hele leven lag bij voorbaat vast. Toen ik voor het eerst de districthoofdplaats Maralal van Samburugebied bezocht, reed er welgeteld één auto. Tegenwoordig zijn er talloze paters, onderwijzers, toeristen en vele auto's. De Samburu willen nu niet meer lange afstanden lopen en hun initiatieceremoniën betekenen weinig meer. Hun oude leefwijze komt niet meer terug, er is al te veel veranderd.”

Met liefde in zijn stem praat hij over de bedoeïnen. Vlak voor de vondst van olie reisde hij in de jaren vijftig per kameel met enkele jonge bedoeïnen maanden lang door de woestijn van Arabië. Hij was de eerste Westerling die de 'Lege Sector' twee keer doorkruiste. “Ik leerde het goede gevoel kennen dat het gevolg is van ontberingen. Ik leerde simpele dingen waarderen, zoals de smaak van schoon water, de warmte van een kampvuur in de kilte voor zonsopgang. Ik hield van de stilte van de woestijn, waar je de ene zandkorrel over de andere hoorde schuiven. Die jaren in de woestijn waren de belangrijkste van mijn leven. De grote leegte, het bittere uitgedroogde land waar alleen de verandering van de temperatuur het voorbijgaan van het jaar markeert. Zoals Lawrence van Arabië zei: 'Niemand kan hier leven zonder te veranderen'.”

Een diepe teleurstelling overviel Thesiger toen hij enkele jaren later zijn bedoeïnen-reisgenoten in Arabië opnieuw ging opzoeken. Met afschuw ervoer hij hoe zijn inmiddels tot grootvaders geworden oude vrienden hem met een dure auto van de luchthaven kwamen afhalen. “Wie kan er tegenwoordig in Arabië nog op een kameel rijden”, verzucht hij als hij aan zijn voorgerecht begint. Er volgt een verhaal over het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke kamelen en het onderscheid tussen kamelen in Afrika en het Midden-Oosten. Thesiger laat zich niet gemakkelijk interviewen, híj heeft de leiding van het gesprek.

Volgens zijn in 1959 gepubliceerde boek Arabian Sands verkozen de bedoeïnen het harde leven in de woestijn boven luxe: 'Ze hadden zich ergens permanent kunnen vestigen maar verkozen hun vrijheid, los van ambtenaren en regering. Daarom werden ze bewonderd en beschouwd als superieur'. De gigantische olievondsten zouden vervolgens het leven van de bedoeïnen grondig veranderen. De olie tastte de cultuur en gewoontes van dit woestijnvolk ingrijpend aan. De bedoeïnen omarmden de moderne tijden toen zij daartoe de kans kregen. Thesiger had hun bekwaamheid zich aan te passen aan nieuwe tijden onderschat.

Nobele edelen

In Arabian Sands stelt Thesiger nooit de vraag aan de bedoeïnen zelf of ze willen veranderen, nooit houdt hij hun de spiegel van de moderne tijd voor. Die opstelling riekt naar paternalisme. Zijn bewondering voor 'nobele edelen' vindt haar oorsprong in zijn aristocratische achtergrond. Geboren in een familie van stand en tijdens zijn onderwijs op elitaire kostscholen in Oxford en op Eton leerde hij mannelijkheid, moed, loyaliteit en weerstandsvermogen als deugden kennen. Die waarden, die volgens hem de moderne mens goeddeels ontbeert, herkende hij later in de krijgerstraditie van stamculturen en vooral bij nomadische volkeren. In zijn autobiografie beschrijft hij een voorval in de Danakil. Hij ontmoet een Afar die voor het eerst bij een rivaal de penis had afgesneden en deze trofee komt laten zien. 'Hij kwam op me over als het Afar-equivalent van een aardige, tamelijk bewuste leerling van Eton die zojuist zijn schoolkleuren had gewonnen voor cricket'.

Een kleine eeuw na Thesigers geboorte domineren niet de aristocratische maar de liberale waarden in de wereld. Dat leidt tot een vrijwel onoplosbare paradox, zoals Michael Asher opmerkt in zijn biografie Thesiger. Als we de laatste traditionele volkeren respecteren en hen bewonderen, moeten we ze dan niet dezelfde mogelijkheden gunnen die wij moderne mensen hebben? En als ze de keuze maken, net als wij, om te moderniseren, moeten we dan ophouden ze te respecteren en bewonderen?

Menig Afrika-reiziger van deze tijd vertoont een diep ontzag voor de culturen van de laatste traditioneel levende volkeren. Hun gewoontes en samenlevingsvormen passen exact in de moeilijke natuurlijke omstandigheden, moderne wetenschappers of ontwikkelingswerkers zouden het niet beter kunnen bedenken. Gedurende mijn verblijf de afgelopen jaren bij de Samburu en Maasai ontdekte ik nieuwe vormen van respect en broederschap, waarden die mijn leven verrijkten. Afrikaanse culturen hebben de moderne wereld iets te leren. Semi-nomadische volkeren als de Maasai en Samburu in Oost-Afrika die hun waardigheid en sociale cohesie ontlenen aan hun sterke cultuur, zijn echter niet conservatief maar traditioneel. Veranderen willen ze wel, maar op hun eigen voorwaarden. Het tempo van die veranderingen kunnen ze niet zelf bepalen en dat leidt tot ontsporingen. Goed opgeleide Maasai klagen over uitbuiting door andere volkeren in de nieuwe natiestaat en ze kennen het schrikbeeld van de beroofde indianen in Amerikaanse reservaten. Het zijn de nieuwe Afrikaanse autoriteiten, vrijwel exclusief van landbouwvolkeren, die hun 'primitieve culturen' willen uitbannen terwijl de rijke en romantische toerist hen juist in 'het stenen tijdperk' wenst. De nieuwe generatie van de Maasai en Samburu toont zich allang niet meer ongevoelig voor de wereld om hen heen. De jongeren beseffen steeds meer dat als ze niet veranderen de andere volkeren binnen de natiestaat die zich wel ontwikkelen, hen zullen overspoelen. De moderne wereld tolereert geen keuze, aanpassing is noodzaak geworden.

Dat dilemma wilde Thesiger nooit onder ogen zien. Iemand die wil oordelen over de verdiensten van oude culturele waarden dient zich af te vragen of hij zich niet laat leiden door een gevoel van ongenoegen met de eigen moderne cultuur, waardoor hij traditionele levensvormen gaat idealiseren. Thesigers hang naar het tribale leven neemt soms reactionaire vormen aan. Over Soedan zegt hij: “Ze wilden helemaal geen onafhankelijkheid, door ons onderwijs gaven we de Soedanezen dat idee. De onafhankelijkheid bracht Afrika chaos.” Hij noemt de 'aan Afrika opgelegde democratie' een vervloeking. “Wat me nog het kwaadste maakt, is al die ophef over de rechten van de mens”, betoogt hij als de zalmsalade wordt geserveerd. “Verdomme, wie geeft ons het recht ons in andermans zaken te mengen en om overal de bescherming van de rechten van de mens af te dwingen? Ik geloof niet in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het is onpraktische nonsens.”

Nu schrik ik op. Ik wilde van een (ver)kenner over Afrika leren, maar hij verkondigt nu larie. Dergelijke oppervlakkigheid ken ik van blanke ex-kolonialen in Afrika die op hun veranda's bij een vlammende zonsondergang en na enkele borrels hun waarheden spuien. Ik dacht dat Thesiger het opnam voor de waardigheid van de Afrikaan. Het grootste gewin van de onafhankelijkheid was dat Afrikanen hun waardigheid terugkregen, de grote instabiliteit die daarop volgde ten spijt. Het democratiseringsproces op het continent verloopt moeizaam, maar de behoefte eraan blijkt wijdverspreid. Wie met Afrikanen leeft, ervaart die behoefte aan verandering en probeert begrip op te brengen voor de moeilijkheden van het groeiproces. Waarom dan niet Thesiger? Of leefde hij in zijn eigen gedachtewereld in de woestijnen en savanne, niet met maar naast de mensen? “Ik ben een Brit”, zegt Thesiger en hij gaat er voor rechtop zitten. “Ik ben geen blanke Afrikaan in Afrika. Ik heb nooit geprobeerd één met hen te worden. Ik was altijd een Britse bezoeker, een Brit die de waarden van zijn cultuur als de beste ziet. Het Britse rijk heeft een heleboel goede dingen gedaan.”

Ultieme vrijheid

Reizen betekent voor mij aanpassen en open staan voor de meest bizarre praktijken. Oordelen is niet altijd nodig. Het valt moeilijk over dit verschil van visie een discussie met Thesiger aan te gaan. Mijn respect voor hem blijkt te groot voor een felle woordenwisseling. En misschien wil ik mijn bewondering voor deze laatste ontdekkingsreiziger geen deuk laten oplopen. Thesiger doet uitspraken, vaak citerend uit eigen boeken of eerdere vraaggesprekken. Daar moet ik het mee doen. Ik vraag hem naar 'de geest van het nomadisme', naar de ultieme vrijheid die het reizen oproept. “Ja, ik ken die geest”, antwoordt hij droogjes. “Daarom was de mooiste periode uit mijn leven in de woestijn. Ik was vooral op zoek naar nomaden of herdersvolkeren. In Afrika hebben de bestuurders altijd geprobeerd de nomaden zich te laten te vestigen. Ze kunnen hen niet controleren en daarom verafschuwen ze hen.” Daar is sinds Thesigers reizen weinig aan veranderd. Nomaden, jagers of andere natuurvolkeren worden genegeerd en diep veracht door de Afrikaanse heersers, door zowel conservatieve regimes als in Kenia en Botswana als de regeringen van de 'nieuwe leiders' in Oeganda en Ethiopië.

Zoals Thesiger reisde is nauwelijks meer mogelijk, daarom ben ik jaloers op hem. Wij kennen nauwelijks meer de bedoeling van reizen, de kunst van het reizen is ons ontschoten. Mensen reizen tegenwoordig niet meer, ze pendelen heen en weer. Thesigers nalatenschap voor de moderne wereld is dat er méér bestaat in de verhouding tussen mens en aarde dan kan worden begrepen door een autoraampje, een natuurserie op de televisie, een wandeling in het bos of door het lezen van een ecologisch rapport. Aan deze geest van het reizen, zoals religieuzen die te voet naar Rome trokken deze moeten hebben ervaren, kunnen alleen dichters, schrijvers of andere kunstenaars nog woord geven.

Kan Thesiger het omschrijven? Hij kan het ook niet concretiseren. “Ontbering en gevaar, ik denk dat het verlangen hiernaar in bijna iedere mens leeft”, verklaart Thesiger zijn dringende behoefte aan reizen. “Als de expedities voorbij waren, voelde ik me gevangen in huis.” Kent hij dan geen diepere verklaring in zijn leven? “Ik weet daar niets van af. Het betrof een behoefte een uitdaging aan te gaan.” Lange trektochten door de woestijn, onder een door sterren verlichte hemel, geven toch bij uitstek de tijd om daarover na te denken. “Mijn geest werkt niet zo. Je dicht me een verdienste toe van een veel intellectueler iemand. Ik ben geen intellectueel”, verklaarde hij in een eerder interview in de Financial Times.

Lange en moeilijke trektochten bestaan goeddeels uit verveling, eenzaamheid en frustratie met slechts korte momenten van schoonheid, opwinding en vrees. Hoe ging Thesiger om met die eindeloze saaie momenten? Hij zegt zich nooit eenzaam te hebben gevoeld op zijn reizen, altijd omringde hij zich met jonge vrienden uit de bevolking. “Ik ging naar plaatsen omdat ik er vrienden kende.” Ik betaal de hoge rekening van de vijfgangenlunch en we stappen in een Londense taxi. Bij zijn flat vraagt hij me naar boven te komen “want ik voel me er zo eenzaam”. In de lift zegt hij: “Als je terugbent in Kenia doe dan vooral de groeten aan Kibiriti.” Kibiriti (lucifer in het Kiswahili) is zijn enige pleegkind nog in leven in Maralal. In zijn in 1994 gepubliceerde boek My Kenya Days schrijft hij bij de Samburu te willen sterven. Toen zijn pleegkinderen overleden, vertrok hij echter definitief naar zijn flat in Chelsea.

Ongrijpbare man

In zijn somber ingerichte woning, die hij erfde van zijn moeder, laat hij een recente foto zien. Deze werd vorig jaar gemaakt in Zuid-Afrika, waar hij naar toe vloog om de vredespijp te roken met de Zoeloes. Britse troepen onder leiding van zijn grootvader Lord Chelmsford braken vorige eeuw de militaire macht van dit krijgshaftige volk. Na een bezoek aan de historische plaats van de veldslag ontving hij een Zoeloe-speer die de naam iKlwa draagt. “Net als het zuigende geluid van een speer die uit een mensenlichaam wordt getrokken”, aldus Thesiger. Zijn ogen flikkeren van plezier.

Thesiger leefde tot enkele jaren geleden nooit lang in deze flat, hij was er altijd op doorreis voor een nieuwe tocht. Nooit getrouwd en zonder kinderen slijt hij zijn dagen nu alleen. Het onderhoud met Thesiger heeft me verward, maar mijn respect voor de grootste ontdekkingsreiziger van deze eeuw staat overeind. Wel voel ik medelijden opkomen. Aan het einde van The life of my choice, zoals hij zijn leven in zijn autobiografie noemde, komt zo wel een erg eenzaam einde. Als wijze oude heer verdient hij een beter einde. In het traditionele Afrika zou hij dat gekregen hebben.

In de muffe geur van zijn huis probeer ik me opnieuw een oordeel te vormen over deze ongrijpbare man. Vele ontdekkingsreizigers in de vorige eeuw bleken evenals Thesiger zonderlingen, gedreven door diepe en mysterieuze impulsen. Zij droegen in hun vaandel het officiële motto om in Afrika Westerse godsdiensten en commercie te introduceren. Thesiger had geen enkel motto, zijn beweegreden was louter avontuur. De wereld is, hoe spannend de reisgidsen ook worden geschreven, geen avontuur meer. Overal staan ANWB-borden, bevinden zich wegrestaurants of anders penetreerden er wel hulporganisaties. Thesiger is daar mede 'schuldig' aan. De landkaarten die hij maakte van de 'Lege Sector' gebruikten de oliemaatschappijen enkele jaren later voor hun ontginningen.

Thesiger is een romanticus, een Brit met aristocratische trots die meer door toeval dan opzet in de laatste onbedorven gebieden verkeerde. Door de stoomwals van kritiekloze modernisering gaat veel waardevols verloren in Afrika. Terecht wijst Thesiger daarop. Maar zijn visie werd bepaald door zijn eigen specifieke omstandigheden, niet door die van de Afrikanen. Daar ligt het verschil tussen een Afrika-verkenner uit het verleden en de betrokken reiziger van nu die zijn leven in Afrika slijt.