Biologische wapens overal te koop, simpel en dodelijk

Irak is niet de enige die biologische wapens klaar heeft staan. Terroristen lopen er ook mee rond. Want de productie is kinderlijk eenvoudig.

ROTTERDAM, 21 FEBR. Het is alweer ruim twee jaar geleden dat Irak onverwachts onthulde welke enorme omvang zijn programma voor biologische oorlogsvoering had. Maar nog altijd lijkt het nauwelijks tot de publieke opinie door te dringen welk sinister precedent de Iraakse inspanningen hebben geschapen. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog stond een land klaar om een oorlog met biologische wapens te beginnen.

Biologische wapens zijn kinderlijk eenvoudig te produceren en de burgerbevolking is er niet tegen te beschermen. Bijna alle denkbare pathogene micro-organismen blijken gewoon te koop bij instituten die collecties aanhouden voor wetenschappelijk onderzoek of de bereiding van vaccins. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld de bacteriecollectie van de TU Delft en de schimmelcollectie van het Centraal Bureau voor Schimmelcultures in Baarn. Irak bestelde zijn dodelijke bacteriën in de jaren tachtig bij het Amerikaanse ATCC, CDC en bij het Institut Pasteur in Parijs. Gebleken is dat de instituten elke aanvraag die op waardig briefpapier binnenkwam honoreerden tegen een minimum aan kosten.

Staten zijn tot nu toe steeds teruggedeinsd voor de inzet van biologische wapens. Militairen wantrouwen de traagwerkende middelen die makkelijk een gevaar worden voor de eigen troepen. Bij terroristische groeperingen bestaan die bezwaren veel minder. En de interesse is aantoonbaar groot. In 1972 bleek een Amerikaanse sekte een monster Salmonella typhi, veroorzaker van tyfus, in bezit te hebben. In 1980 werd bij de Baader Meinhof-groep Clostridium botulinum, producent van het dodelijke botuline, gevonden. In 1995 werden bij de Japanse sekte Aum Shinrikyo, die het zenuwgas Sarin in de metro van Tokio verspreidde, cultures Bacillus anthracis (veroorzaker van miltvuur) en Clostridium botulinum aangetroffen. In hetzelfde jaar vond men bij een militante groepering in Minnesota een hoeveelheid zelfgewonnen ricine (het neurotoxine uit de wonderboom Ricinus).

Veel van de begeerde pathogene bacteriën en schimmels zijn ook gewoon 'uit de natuur' te halen. Met de twee meest favoriete bacteriën, Bacillus anthracis en Clostridium botulinum, is dat al heel eenvoudig. Ze komen volop in de bodem voor en zijn daaruit eenvoudig te isoleren. En het kweken van bacteriën, ook pathogene bacteriën, is bij uitstek low-tech.

“Onder de huidige omstandigheden is de inzet van Bacillus anthracis of de verspreiding van botuline-gif nog een geducht, vaak dodelijk middel. De bestaande detectie-apparatuur, hoe geavanceerd ook, is nog zo traag dat een omvangrijke besmetting vaak niet zal zijn te voorkomen”, zegt dr. P.J. van Dalen van TNO in Leiden. “Een doeltreffende vaccinatie tegen anthrax (miltvuur) is veel moeilijker dan vaak wordt aangenomen, daarvoor moeten in de loop van een jaar zes injecties worden gegeven.”