Beatles en Duitse kevers

Het was geen toeval dat er op 8 augustus 1969 een Volkswagen geparkeerd stond aan de stoeprand van Abbey Road in Londen. Toen kreeg fotograaf Iain Macmillan aan het eind van die ochtend tien minuten de tijd om een hoesfoto voor de nieuwe langspeelplaat van de Beatles te maken. Het voertuig behoorde toe aan een bewoner van een flat naast de opnamestudio, en stond er vaak.

Maar nadat de plaat Abbey Road was verschenen, met de foto op de oversteekplaats, ondervond de eigenaar dat zijn nummerplaten (LMW 281F) een gewild object voor Beatle-verzamelaars waren geworden. Voortdurend verdwenen ze. Enig voordeel boekte hij pas in 1986, toen zijn vereeuwigde automobiel bij Sotheby's werd geveild en 2.300 pond opbracht.

Afgezien van deze kleine voetnoot hebben de Beatles echter nooit iets met de Duitse autofabrikant te maken gehad en dat willen ze graag zo houden. Vorige week bevestigde Volkswagen echter tegenover The Observer dat er op hoog niveau wordt onderhandeld over het gebruik van Beatle-nummers in de reclamecampagne voor het komende VW-model. Naar schatting zou dat de rechthebbenden 10 miljoen dollar opleveren.

Het probleem voor de drie overgebleven Beatles, die fel gekant zijn tegen dit soort 'verkwanseling' van hun artistieke erfenis, is dat ze het niet zelf meer voor het zeggen hebben. De exploitatierechten van hun songs berusten bij Sony en Michael Jackson. Die kunnen ermee doen wat ze willen - ook in reclamespots - zo lang ze maar een rechtmatig deel van de binnenkomende auteursrechten aan de Beatles afdragen.

Zo voer Royal Club Tonic in Nederland al in 1983 mee op de golven van de Beatle-faam door vijf hits uit de eerste Beatle-jaren te laten opklinken in een reeks reclamefilmpjes die het merk een imago van 'kwaliteit en volwassenheid' moesten bezorgen. Maar voor het gebruik van de oorspronkelijke platen werd geen toestemming gegeven. In plaats daarvan klopte Vrumona, de tot het Heineken-concern behorende leverancier van het drankje, aan bij producer Jaap Eggermont die eerder internationaal succes had geoogst met Stars on 45, een disco-achtige nonstop-parade van Beatle-hits die werden nagezongen door Nederlandse anonymi. Volgens hetzelfde procédé - elk nummer ingekort tot dertig seconden per filmpje - leverde hij de muziek voor Royal Club.

Niet bekend

Maar sindsdien hebben de overgebleven leden van de groep regelmatig blijk gegeven van hun onomwonden afschuw jegens dit soort exploitatie. Geërgerd namen ze er bijvoorbeeld kennis van, dat Nike een nieuwe schoen introduceerde op de klanken van Revolution, de beginselverklaring van wijlen John Lennon.

“Als we er niets tegen doen,” zei George Harrison, “dan zal uiteindelijk ieder Beatle-nummer terechtkomen in reclame voor beha's en vleespasteitjes.” Maar ook hij moest tot de ontdekking komen dat hij machteloos stond. In een recent interview verklaarde Paul McCartney, dat hij het hoofd in de schoot heeft gelegd. Zelfs zijn goede privé-betrekkingen met Michael Jackson hadden geen enkel gewicht in de schaal gelegd. Het onderwerp bleek onbespreekbaar.

Helemaal alleen in hun principiële bezwaren staan de Beatles overigens niet. De leden van de groep U2, die zelf de exploitatierechten van hun muziek in handen hebben gehouden, hebben tot dusver elke reclame-aanvraag geweigerd. Maar de Rolling Stones zitten er, aldus The Observer, niet mee. Zij ontvingen een paar jaar geleden 8 miljoen dollar van Microsoft voor het gebruik van Start me up, en dat niet alleen: tijdens hun laatste toernees fungeerden ze graag als uithangbord voor hun sponsor. En die sponsor was Volkswagen.