'Alleen in fictie kun je helemaal eerlijk zijn'; 'Father of the pill ' Carl Djerassi verfoeit ' Absurde publicatie-race'

Wetenschappers laten zich drijven door een obsessieve zucht naar erkenning. Aldus chemicus, schrijver en kunstverzamelaar Carl Djerassi die de eerste anti-conceptiepil ontwikkelde.

'DE ENIGE TWEE volledig door mannen gedomineerde menselijke activiteiten zijn religie en wetenschap. Alle regels zijn uitsluitend door mannen bepaald, zonder enige vrouwelijke bijdrage. Daarom is het zo agressief en competitief, helemaal gedreven door testosteron. En toch beschikken we allemaal in principe over zowel mannelijke als vrouwelijke sekshormonen. Het is een evenwicht!'

Als Carl Djerassi, hoogleraar scheikunde aan de universiteit van Stanford, over de dominantie van mannen binnen het wetenschappelijk bedrijf praat, schieten zijn ogen vuur. Het zit hem duidelijk dwars. Niet voor niets komt het onderwerp keer op keer in al zijn werk terug. Djerassi: “Goed, mannen mogen dan iets meer publiceren dan vrouwen, maar de invloed van hun artikelen is gemiddeld lager dan die van vrouwen. En dat komt ongetwijfeld doordat vrouwen er niet zo op gericht zijn iets snel naar buiten te brengen, maar rustig de tijd nemen om alle losse eindjes aan elkaar te knopen. Daardoor is de kwaliteit ervan hoger en wordt het werk dus meer geciteerd.”

We praten in zijn appartement dat is gelegen in een van de duurste wijken van San Francisco, op de vijftiende verdieping met uitzicht op de Golden Gate en Alcatraz. De inrichting laat zien dat Djerassi geen doorsnee chemicus is. Overal staat moderne kunst, waaronder een recent werk van Niki de Saint-Phalle, dat een voorproefje biedt van haar enorme vrouwenfiguur die straks bij de Rotterdamse Willemsbrug zal worden geplaatst. Ook van zijn fenomenale collectie van het werk van de schilder Paul Klee - die al is toegezegd aan het San Francisco Museum of Modern Art - is een selectie te bewonderen. Djerassi begon met verzamelen in het midden van de jaren zestig. Hij kon dat doen omdat hij al heel vroeg aandelen had verworven in het biochemische bedrijf Syntex. Dit oorspronkelijk in Mexico gevestigde bedrijf was in 1951 het eerste dat een anti-conceptiepil ontwikkelde, iets waar Djerassi als hoofd research zelf direct verantwoordelijk voor was. Het leverde hem naast de titel 'Father of the Pill' ook de National Medal of Science op.

VLUCHT UIT WENEN

Niet slecht voor iemand die in 1938 op vijftienjarige leeftijd met niet meer dan twintig dollar op zak in de Verenigde Staten was aangekomen. Als zoon van joodse ouders was hij samen met zijn moeder net op tijd uit Wenen gevlucht. Al gauw bleek zijn uitzonderlijke talent voor de scheikunde. Hoewel hij zijn hele carrière verbonden is geweest aan universiteiten en er zo'n 1200 publicaties op zijn naam staan, heeft hij de banden met de industriële research altijd gekoesterd. In die zin was hij aanvankelijk zelfs in de Verenigde Staten een buitenbeentje: “Het was dan wel niet verboden, maar ook niet gewoon. Dus bestond er altijd een zeker element van bezorgdheid, van jaloezie ook. In elk geval ben ik door mijn andere activiteiten altijd financieel onafhankelijk geweest en als er mensen zijn die mij daarop willen veroordelen, dan is dat hun zaak. Ik heb nu eenmaal altijd op veel verschillende gebieden tegelijk gewerkt.”

Toch voelt Djerassi zich nog altijd niet op zijn waarde geschat. Dat komt overduidelijk naar voren in zijn autobiografie (1992), waarin hij met een niets ontziende eerlijkheid te kennen geeft zich met name door zijn vakgenoten miskend te voelen. “Waar een industrieel chemicus binnen het bedrijf wordt beloond met promoties en opslag, eisen de competitiedrift en het egocentrisme van een academisch chemicus externe, publieke beloningen: eredoctoraten, uitnodigingen voor lezingen, prijzen.” Daarvan had hij er, zo vond hij, veel te weinig gekregen en het was voor hem dan ook reden om te proberen erkenning te vinden op een heel ander gebied, de literatuur. Met succes, want inmiddels heeft hij al vier romans, een verzameling korte verhalen en een dichtbundel op zijn naam, die inmiddels in vele talen zijn vertaald, onder andere het Chinees en Japans.

Vooral zijn drie tot nu toe verschenen 'science-in-fiction'-romans bieden hem de gelegenheid uiting te geven aan alles wat hem bezighoudt: “De obsessieve zucht naar erkenning is een steeds terugkerend thema in mijn romans, omdat ik het gedrag van onderzoekers wil beschrijven, en me realiseerde dat dat egocentrische verlangen voor iedereen geldt. Ik ben er alleen wat eerlijker over. Waarom publiceren wetenschappers hun artikelen niet anoniem? Als ze het alleen zouden doen om de wetenschap vooruit te helpen, dan is dat toch goed genoeg? Maar nee, we willen alleen erkend worden, en dan alleen maar door vakgenoten en niet eens door de buitenwereld. Die betekent niets voor ons. Daarom doen we ook geen enkele poging om met die buitenwereld te communiceren. Zij die het wel doen, worden er zelfs voor gestraft. Neem Carl Sagan. Hij is nooit verkozen tot lid van de National Academy of Sciences. Ik was erbij toen daarover gestemd werd, en men bezwaren maakte dat hij te veel tijd besteedde aan televisieoptredens en aan het schrijven van boeken. Interactie met de buitenwereld kan je dus zelfs schaden. En wij als wetenschappers betalen daar de prijs voor in de vorm van de negatieve, bijna anti-wetenschappelijke gevoelens bij het grote publiek.”

Al eerder kreeg Djerassi het verwijt naar het hoofd geslingerd dat hij de vuile labjassen buiten hing. Djerassi: “Maar het is juist des te belangrijker dat we dat in het openbaar doen, zodat men doorkrijgt dat we echt niet zo onschuldig zijn als pasgeboren baby's. De buitenwereld moet niet denken dat we onszelf op een voetstuk willen plaatsen. Je ziet wat er gebeurt als er eens een keer wetenschappelijke fraude gepleegd wordt. De hele boel staat op zijn kop, iedereen denkt dat wij geen van allen eerlijk zijn. En dat is allemaal een gevolg van die absurde race naar publicaties. Wat maakt het nu eigenlijk uit of je eerste of tiende bent? Het gaat erom wie iets het beste of het slimste doet. En toch blijven we maar zeggen dat er maar één gouden medaille is, we hebben een soort Olympische spelen zonder zilver of brons, alle anderen zijn laatste.”

In het begin van zijn carrière heeft Djerassi zo'n race aan den lijve ondervonden, toen zijn groep er als eerste in was geslaagd om cortison te synthetiseren. De bijdrage van het piepkleine Syntex leek te worden weggedrukt door het spierballenvertoon van twee groepen van Harvard University. Gelukkig werkten de Mexicaanse posterijen een keer heel snel, en verscheen het Syntex-artikel toch als eerste.

Het zijn dit soort kwesties die Djerassi in zijn fictionele werk aan de orde stelt: wetenschappelijke fraude, publicatiedwang en de positie van vrouwen en oudere onderzoekers, wier bijdragen aan de wetenschappelijke vooruitgang sterk worden onderschat. Hij heeft net het manuscript van zijn vijfde en voorlopig laatste roman ingeleverd, die in april eerst in Duitsland en vervolgens in de Verenigde Staten zal verschijnen. In Duitsland is hij bijzonder populair. Zijn eerste roman Cantor's Dilemma verscheen zelfs ooit als feuilleton in de Frankfurter Allgemeine en hij is er ook een veelgevraagd spreker. Wanneer hij over zijn boeken komt vertellen, vraagt hij de organisatoren meestal om zijn honorarium te besteden aan de aankoop van zijn boeken, die vervolgens gratis aan het publiek worden uitgedeeld. Hij weet hoe hij zichzelf moet verkopen. Toen hij zijn eerste toneelstuk af had, huurde hij voor een paar dagen een regisseur en een groep acteurs. Ze studeerden het stuk in en voerden het in Londen op voor een geselecteerd publiek van onder anderen theaterdirecteuren en journalisten. Die waren naar zijn zeggen zeer enthousiast, maar brachten hem ook tot het schrijven van alweer de derde versie van zijn stuk, omdat er toch een aantal dingen beter konden.

Djerassi: “Science-in-theatre bestaat eigenlijk nauwelijks als apart genre. Je hebt bijvoorbeeld Breaking the Code, [van Hugh Whitemore] over het werk van Alan Turing en Blinded by the Sun [van Steven Poliakoff] over de affaire rond de koude kernfusie. Beide zijn nog altijd zeer succesvolle stukken, waarin de wetenschap er toch wat bekaaid van afkomt. Terwijl het heel goed mogelijk is om op een eenvoudige manier wetenschappelijke ontwikkelingen aan een groot publiek duidelijk kunt maken. Weet je bijvoorbeeld waarom een man honderd miljoen zaadcellen kwijt moet? Dan ben je precies het goede publiek voor me. Ik wil wetenschap en literatuur combineren.”

Maar wat maakt het schrijven van toneelstukken en romans eigenlijk zo interessant? Djerassi: “Allereerst kun je alleen in fictie helemaal eerlijk zijn en zonder enig schaamtegevoel de waarheid vertellen. Ik vind het zelfs uiterst amusant om open en bloot iets te vertellen, zonder dat iemand dat ook maar door heeft. Verder is er de mogelijkheid om dialogen te schrijven of verhalen in de ik-vorm, iets dat in wetenschappelijk werk uit den boze is. Tenslotte ben je in de wetenschap volkomen afhankelijk van wat anderen voor jou gedaan hebben en wordt bovendien bijna al het werk in teams gedaan. Schrijven is een volkomen solitaire bezigheid, je bent van niemand afhankelijk. Je kunt een heel goede schrijver zijn zonder ooit een woord van Shakespeare te hebben gelezen. Maar een chemicus die het werk van de grote scheikundigen niet kent, is geen knip voor de neus waard.”

Djerassi heeft niet alleen maar fortuin gekend. Vooral de laatste twintig jaar kende zijn leven een aantal dieptepunten: in 1985 werd er darmkanker bij hem geconstateerd - wat hem er toe bracht zijn levensverhaal op papier te zetten - en in 1978 pleegde zijn dochter, een beeldend kunstenares, zelfmoord. Beide episodes behandelt hij uitgebreid in zijn boek: “Iedereen heeft het recht een einde te maken aan zijn of haar eigen leven. Ik zou dat bijvoorbeeld doen als in een vroeg genoeg stadium zou worden vastgesteld dat ik Alzheimer had. Daarom heb ik altijd een capsule met cyaankali bij me. De meeste chemici die zelfmoord hebben gepleegd, hebben het daarmee gedaan. In het geval van mijn dochter lag het heel anders en was het extra tragisch, omdat we ons pas later gerealiseerd hebben dat ze leed aan een klinische depressie. Tegenwoordig is dat goed te behandelen met medicijnen, maar zij heeft blijkbaar nooit professionele hulp willen zoeken.”

Haar dood was voor Djerassi aanleiding een kunstenaarskolonie op te zetten, aanvankelijk uitsluitend voor vrouwen. Op dit bijna volledig uit zijn kunstcollectie gefinancierde landgoed aan de Stille Oceaan worden kunstenaars een paar maanden in staat gesteld helemaal vrij van alle dagelijkse zorgen te werken en elkaar te inspireren. Binnenkort wordt de duizendste gast verwelkomd.

Voor Djerassi vormden deze turbulente perioden in zijn leven aanleiding om zich volledig op het schrijven te werpen. Na vijf romans is het inmiddels tijd geworden voor een serie toneelstukken. Het eerste heet ICSI en gaat net als zijn roman Menachem's Seed over de ethische dilemma's die door de voortschrijdende technologie worden opgeroepen. Djerassi: “ICSI staat voor Intra Cytoplasmische Sperma Injectie, een techniek waarbij de gynaecoloog onder de microscoop direct een zaadcel in een eicel injecteert. Het is het krachtigste hulpmiddel voor de bestrijding van mannelijke onvruchtbaarheid. In het stuk 'ontvreemdt' de vrouwelijke hoofdpersoon en vermeende ontdekker van de techniek een paar zaadcellen van haar Israelische minnaar, die door een ongeluk in een kernreactor onvruchtbaar geworden is. Zo slaagt zij er toch in om zwanger van hem te worden.”

STERILISATIE

ICSI houdt Djerassi al veel langer bezig. In 1994 deed hij een voorstel in Nature, dat veel stof deed opwaaien. Het stak hem al jarenlang dat al het onderzoek op het gebied van anticonceptie volledig gericht is op de vrouw. En dat terwijl sterilisatie van de man toch de veiligste en meest effectieve anticonceptiemethode is. Mannen zouden zich moeten laten steriliseren, nadat een zaadmonster was ingevroren. Als immers een enkele zaadcel voldoende is voor bevruchting, dan is zoiets ruim voldoende voor vele nakomelingen.

Vooral in Duitsland ontstond veel ophef over dit idee. Djerassi's voorstel om eerst de activiteit van een groot aantal zaadmonsters, verkregen van dienstplichtige militairen, op regelmatige tijdstippen te onderzoeken, stuitte velen tegen de borst. Djerassi: “Men nam niet eens de tijd om goed te lezen. Ik had het over vrijwilligers. Die zouden dan één keer extra moeten masturberen, en dat gebeurt in het leger toch al zoveel dat dat niet uitmaakt. Alles zou onder allerlei garanties volledig op vrijwillige basis gebeuren. Maar goed, het heeft niet zo mogen zijn. Toch ben ik ervan overtuigd dat binnen vijftig jaar seks en voortplanting volledig van elkaar zijn losgemaakt. Niet voor niets is de ondertitel van mijn toneelstuk Sex in an Age of Mechanical Reproduction. Seks is voor de lol, en reproductie zal onder de microscoop gaan gebeuren. En waarom niet? Je hebt straks de beste zaadcel en de beste eicel, vrij van erfelijke aandoeningen, gewoon voor het uitkiezen.”