Weduwe verkoopt handschriften van Simon Vestdijk

ROTTERDAM, 20 FEBR. De weduwe van de schrijver Simon Vestdijk, Mieke Vestdijk-Van der Hoeven, gaat de handschriften van haar echtgenoot verkopen. “Ik heb altijd heel hard gewerkt voor het beheer van de nalatenschap, nu vind ik eigenlijk dat ik met pensioen mag”, zegt ze vandaag in een vraaggesprek met deze krant.

De opbrengst heeft Vestdijk-Van der Hoeven naar eigen zeggen nodig om haar 'pensioen' te kunnen betalen. Het werk van Vestdijk levert haar aan auteursrechten momenteel minder dan 10.000 gulden per jaar op. “Ik heb alles toch netjes uitgegeven? Alles is beschikbaar, het is nu alleen nog maar een hoop papier”, aldus Vestdijk-Van der Hoeven.

Onder de te verkopen stukken zijn ook de handschriften die zich bevinden in de collectie van het Letterkundig Museum in Den Haag, onder meer van Vestdijks romans Else Böhler, Duits dienstmeisje (1935), Surrogaten voor Murk Tuinstra (1940) en De koperen tuin (1950) en een groot aantal brieven van en aan Vestdijk. Volgens de weduwe had het Letterkundig Museum “niet meer dan een habbekrats” voor de collectie over, “onder meer omdat ze toch al in het museum waren. Maar dat is wel allemaal in bruikleen. Eén briefje en ze zijn daar niet meer.”

Directeur Anton Korteweg van het museum zegt “zeer ongelukkig”, te zijn met de voorgenomen verkoop. “Mevrouw Vestdijk heeft de handschriften aan ons aangeboden, maar vroeg er een immens bedrag voor. Daar konden we niet op ingaan. Ons aankoopbudget bedraagt 70.000 gulden per jaar; met flink wat fondswerven zouden we misschien 500.000 gulden bij elkaar hebben kunnen brengen. Dat bleek bij lange na niet genoeg.” Korteweg wil de exacte vraagprijs voor de collectie niet noemen.

Bij antiquaar Bubb Kuyper in Haarlem heeft Mieke Vestdijk-Van der Hoeven onlangs al de brieven aangeboden die componist Willem Pijper aan Vestdijk schreef over de onvoltooide opera Merlijn. Deze brieven zullen op 26 of 27 mei van dit jaar bij Kuyper worden geveild, met een verwachte opbrengst van tussen de zes- en achtduizend gulden. In welke volgorde ze de overige handschriften zal aanbieden wilde Vestdijk-Van der Hoeven nog niet meedelen. Of het Letterkundig Museum zal meebieden als de handschriften alsnog ter veiling komen kon Korteweg nog niets zeggen. “Dat hangt er helemaal van af voor welke prijs ze dan worden aangeboden.”