'Waken voor een nieuw systeem van onderdrukking'; Zuid-Afrikaans rugby-bastion ligt zwaar onder vuur

De regering-Mandela lijkt vastbesloten de blanke bastions in de sport af te breken. Vooral rugby moet het ontgelden. Zelfs het in Zuid-Afrika gekoesterde symbool, de springbok, moet van de tricots verdwijnen.

KAAPSTAD, 20 FEBR. Bepaalt president Nelson Mandela straks de opstelling van het Zuid-Afrikaanse rugbyteam? Sportbestuurders vrezen dat het zo ver nog eens komt na de boodschap van de regering dat de sport in Zuid-Afrika voortaan zal moeten voldoen aan stringente voorwaarden van 'positieve actie'.

Het ANC, de regeringspartij van de vroegere amateur-bokser Mandela, noemt sport “één van de laatste bastions van apartheid” en is vast van plan daar verandering in te brengen. In nationale teams, vooral bij het rugby en het cricket, zijn niet-blanke spelers nog altijd een zeldzaamheid.

Het ANC overweegt quota vast te stellen om ploegen een afspiegeling te laten zijn van de bevolking. Tegenstanders van de plannen spreken over een “nieuwe vorm van onderdrukking” en over “blackmail”.

Huidskleur is in het multiraciale Zuid-Afrika, met zijn beladen verleden, van grote betekenis. Sinds het overwegend zwarte ANC in 1994 via democratische verkiezingen aan de macht is gekomen, poogt de partij op alle terreinen van de samenleving het verleden van rassenongelijkheid en racisme uit te bannen. Het parlement is bezig met wetgeving die alle bedrijven ertoe verplicht het personeelsbestand in overeenstemming te brengen met de samenstelling van de bevolking: 77 procent zwart, 12 procent blank, 8,5 procent gekleurd en 2,5 procent Aziatisch. De sportwereld mag hierop geen uitzondering vormen, vindt Mandela's partij, temeer daar de beroepssporters veel geld verdienen.

De ANC-minister voor Sport, Steve Tshwete, zegt dat selectie voor sportploegen weliswaar nog steeds op basis van prestatie moet gebeuren, “maar om daaraan enige betekenis te geven, met name voor de historisch achtergestelden zal er een programma moeten komen van positieve actie”. De minister zal dit jaar komen met een 'Wet op de Nationale Sport' die alle takken van sport moet openstellen voor alle kleuren Zuid-Afrikanen.

“De wet is niet bedoeld om controle over de sportwereld te krijgen of om de bonden een dictaat op te leggen, het is geen communistische truc. Wat wij beogen is het creëren van een klimaat waarin de sport in dit land gedijt”, aldus Tshwete. Volgens de sportminister kunnen grote delen van het land, “niet alleen onder de massa's, maar ook in de regering en het parlement zich niet langer identificeren met bepaalde nationale teams, vooral de rugby- en cricketploegen. Soms denken we eraan quota in te stellen.”

Veel verder dan de minister gaat de overkoepelende Nationale Sportraad die heeft gewaarschuwd dat Zuid-Afrikaanse teams die niet representatief zijn niet langer aan internationale wedstrijden mogen deelnemen.

De voorzitter van de raad, Mluleki George - die eind vorig jaar aan de kant werd gezet als bestuurder van de nationale rugbybond - vindt dat het in de rijen van de rugbyers en de cricketers ontbreekt aan enige notie van wat “transformatie van de samenleving” betekent.

Het voornaamste doelwit van de zwarte kritiek is de rugbybond SARFU, waartegen zelfs een proces gaande is om hem open te breken. Rugby was in de tijd van de apartheid, tot 1994, een bastion van (vermeende) blanke superioriteit, toen vooral Afrikaners - Zuid-Afrikanen van Nederlandse afkomst - de rangen van het nationale team vulden. Er is sindsdien weinig veranderd. Het nationale twaalftal bestaat nog altijd uitsluitend uit blanken.

“Men hoeft slechts te kijken naar de opstellingen van de Supertwaalf-teams (de beste teams van Zuid-Afrika), waarin slechts vier zwarten op 120 spelers zaten. De conclusie is dat rugby nog steeds vastzit in de oude bedeling”, aldus mevrouw Lulu Xingwana, voorzitter van parlementaire sportcommissie van het ANC.

Drie jaar geleden behaalden de Springbokken in eigen land de wereldcup rugby en poseerde president Mandela, gekleed in het grasgroene nationale tricot, vol trots met het (blanke) vijftiental.

Sindsdien kwam de SARFU verscheidene malen zeer negatief in het nieuws door zijn kennelijke weigering de rugbywereld open te stellen voor niet-blanken. Vorig jaar augustus moest de afrigter van de Springbokken, André Markgraaff, opstappen nadat hij zich zeer kwetsend en discriminerend had uitgelaten over de voorzitter van de Sportraad, Mluleki George, en over zwarten in het algemeen. De regering-Mandela lijkt nu vastbesloten het blanke bastion dat rugby heet af te breken. Zelfs het gekoesterde symbool, de springbok, moet van de tricots verdwijnen.

De sportbonden zelf willen niets van de veranderingen weten. Zowel de SARFU als de United Cricket Board verkondigt dat ze niets tegen hebben op zwarte en gekleurde spelers, maar dat er onder de 'achtergestelde' groepen nog te weinig kwaliteit bestaat.

De Nationale Partij, de voormalige uitvoerder van de apartheid, heeft de plannen van de regering neergesabeld en “racistisch' genoemd.

“We moeten ervoor waken dat we in Zuid-Afrika niet een nieuw systeem van onderdrukking en blackmail in het leven roepen”, aldus woordvoerder Abe Williams, een kleurling.