Voor groot of klein publiek

Bij de BBC zijn ze er uit. Sinds daar zeven jaar geleden de marketingman van een groot farmaceutisch bedrijf de baas werd, is de omroep voortdurend op zoek naar het oordeel van luisteraar en kijker.

Op het symposium 'Ongehoord Goed' van de Nederlandse Programma Stichting (NPS) - de A-omroep zonder leden die verplicht twintig procent van zendtijd vult met cultuur - over de taak van de publieke radio en televisie gisteren, in het Amsterdamse Paradiso was G. Dixon een van de sprekers. In een vorige functie bij de BBC was hij leider van de afdeling klassieke muziek. Hij vertelde dat de BBC met zeer uitgebreide marktonderzoeken werkt en in focusgroepen voortdurend in gesprek blijft met de luisteraars. Ook naar de wensen van fans van de commerciële concurrent Classic FM wordt nadrukkelijk geluisterd.

Maar de kwaliteit blijft voorop staan, zo verzekerde Dixon, geen delen van delen van overbekende werken, maar volledige uitvoeringen van interessante stukken door goede orkesten. Want radio heeft een democratiserende taak. Niet iedereen krijgt de klassieke muziek met de paplepel toegediend en niet iedereen kan bij een uitvoering lijfelijk aanwezig zijn.

De BBC heeft voor een hardere lijn richting festivals en orkesten gekozen. De omroep vindt dat orkesten moeten spelen wat bij het radioprogramma past, en niet wat hen zelf goed uitkomt. De BBC betaalt alleen als het orkest dat dan ook levert, aldus Dixon.

In dat verband wees Michaël Fahres, redacteur van het NPS-programma Supplement op Radio 4, erop dat in Nederland veel orkesten onder druk van de kaartverkoop minder gewaagd programmeren en de radio als een makkelijke bron van inkomsten zien, zonder veel rekening te houden met de behoeften van de radiomakers. Daardoor blijft veel van het met radiogeld vervaardigde materiaal als onbruikbaar op de plank liggen.

De discussie over de taak op het terrein van de klassieke muziek was er vooral een van gelijkgestemden die allemaal de klassieke arbeidsvitaminen van Classic FM verfoeiden en zich na enig gemor makkelijk lieten geruststellen door Hans Hierck, coördinator van Radio 4, die verzekerde dat de zender voor kwaliteit zou blijven staan.

Het interessantste deel van de discussie speelde zich af over de vraag of er op Radio 3 plaats moest zijn voor de muziek van allochtonen. Bij de regionale en lokale radiostations is er voor de muziek van andere in Nederland verblijvende culturen al vrij veel aandacht. Maar Marokkaanse of Turkse pop is op het landelijke Radio 3 vrijwel niet te horen. Wat er wel gedraaid wordt, is voor het merendeel muziek van een twintigtal grote platenmaatschappijen. De honderden uitgevers van wereldmuziek, verzamelnaam voor lokale 'allochtone' stijlen, weten niet door te dringen tot de Hilversumse popprogrammeurs.

Basyl de Groot, een van de vier muziekredacteuren die bepalen wat er op die zender tussen zes uur 's ochtends en acht uur 's avonds wordt gedraaid, verdedigde zich door erop te wijzen dat Radio 3 van de politiek een 'verdien-zender' moet zijn en de opdracht heeft veel luisteraars te trekken. Binnen dat stramien kan maar een enkele 'moeilijkere' plaat worden gedraaid.

De Groot zag het niet als een taak van zijn zender om vernieuwend te zijn. Dat lag volgens hem meer op de weg van commerciële stations als Radio 538 en Kink FM die voor een kleinere doelgroep werken. Als iets daar een zekere bekendheid heeft gekregen, pas dan zou Radio 3 het naar een groter publiek kunnen 'doorduwen', zoals met de muzikanten Wes of Khaled is gebeurd.

M.J. Sanders-ten Holte, lid van de programmaraad van de NPS, zei dat haar de schellen van de ogen waren gevallen. “Het belang ligt blijkbaar bij de platenmaatschappijen. We zijn een publieke omroep en we moeten zeker ook voor allochtone mensen programma's brengen.”