'Voetbal trekt in de VS meer fans dan in Nederland'

Thomas Rongen (41) werkt al bijna twintig jaar als voetbaltrainer in de Verenigde Staten. Hij is assistent-bondscoach van het Amerikaanse elftal, dat morgen in Miami een oefenwedstrijd speelt tegen Oranje.

MIAMI, 20 FEBR. In 1979 vroeg Rinus Michels aan Thomas Rongen: “Heb je zin in een avontuur? Dan kun je mee naar Amerika.” De voormalige speler van AFC en het Nederlands amateurelftal hoefde niet lang na te denken. Hij speelde bij de Los Angeles Aztecs met zijn idool Johan Cruijff, bij de Washington Diplomats met Cruijff en Wim Jansen en bij Fort Lauderdale met trainer Cor van der Hart en de spelers Jan van Beveren en Lex Schoenmaker.

Na zijn actieve loopbaan gaf Rongen Nederlandse en Duitse taalles op de universiteiten. Verder verzorgde hij trainingen op zijn eigen voetbalschool. Tegenwoordig is hij een gerenommeerde trainer. Ruim anderhalf jaar geleden werd hij door multimiljonair Robert Kraft, de eigenaar van de New England Revolution, weggekocht bij het universiteitsteam van Tampa Bay Mutiny. Tegen een salaris van drie ton per jaar kreeg Rongen de taak de ploeg uit Foxboro, een stad onder de rook van Boston, klaar te stomen voor de play-offs in de nieuwe Major League Soccer. Dat lukte vorig jaar, zij het dat het team reeds in de eerste wedstrijd door het knock-out-systeem werd uitgeschakeld.

New England Revolution is sinds kort ook de werkgever van Edwin Gorter (ex-FC Utrecht, Vitesse en NAC) en Richard Goulooze (ex-Cambuur, Heerenveen en AZ). En tevens van een aantal Amerikaanse internationals zoals de excentrieke Alexi Lalas. Vandaar dat Rongen door de USSF, de voetbalbond van de VS, werd gevraagd om bondscoach Steve Sampson te assisteren bij het nationale team dat morgenavond in het Pro Player Stadium van Miami de tegenstander is van het Nederlands elftal.

Rongen heeft zojuist de videoband bekeken van de laatste Nederland-België. Hij werd daar niet vrolijker van. “In die wedstrijd vertoonde Oranje nauwelijks zwakke plekken. Een schitterend elftal dat tot de beste van de wereld mag worden gerekend.” Toch gaat Rongen er vanuit dat de Verenigde Staten morgen een lastige sparringpartner zal zijn voor het Nederlands elftal. In vriendschappelijke duels werden Argentinië (3-0) en onlangs zelfs Brazilië (1-0) verslagen. Amerika kwalificeerde zich voor het WK door in de poule als tweede achter Mexico te eindigen. “Ons elftal kan een ongelooflijke wilskracht tonen. Zo'n instelling zie je bij weinig andere teams.”

Bijna vier jaar na het WK constateert Rongen dat het voetbal in de VS langzaam van de grond komt. In Amerika zijn 16,6 miljoen voetballers bij de bond aangesloten. Het zijn voornamelijk jeugdige spelers die in hun studententijd typisch Amerikaanse sporten als honkbal, basketbal en football laten prevaleren boven soccer. “Maar nu de competitie in de lift zit hebben jeugdvoetballers tussen zeven en veertien jaar ook idolen om zich aan te spiegelen”, meent Rongen.

“ABC en de sportzender ESPN besteden tegenwoordig veel aandacht aan voetbal. Twaalf van onze 32 wedstrijden worden live uitgezonden. Voetbal was hier net als dammen: iedereen wilde het doen, maar niemand kwam kijken. Dat is nu veranderd. De wedstrijden trekken in de stadions gemiddeld twintigduizend toeschouwers. Dat is meer dan in Nederland. Met de New Engeland Revolution hopen we volgend jaar op een moyenne van boven de dertigduizend uit te komen.”

De structuur van de Amerikaanse bond is opgebouwd volgens het model van de basketbal en honkbalbond. De clubs werken met salarycaps, een loonplafond voor voetballers. “Ik mag bij mijn club 1.6 miljoen dollar (3.2 miljoen gulden) aan honoraria verdelen over twintig spelers”, vertelt Rongen. “Dan ben ik ook nog verplicht voetballers uit verschillende landen aan te trekken. De toppers mogen maximaal 236.000 dollar (472.000 gulden) verdienen. Maar de echte sterren hebben door extra inkomsten uit reclamecontracten een jaarlijks inkomen van vijf tot zes miljoen gulden per jaar.”

De Amerikaanse voetbalbond heeft geen grenzen gesteld aan tekengelden en commerciële activiteiten. Earnie Stewart, speler van het Bredase NAC en het Amerikaanse elftal, verklaarde vorig jaar in Voetbal International dat sommige internationals in de VS te veel met hun eigen ego bezig zijn. Hij verdacht onder anderen sterspeler Eric Wynalda daarvan. “Dat is een jongen die zichzelf in de jacht op reclamecontracten dreigt te verliezen”, aldus Stewart.

Dat het Amerikaanse bedrijfsleven geld over heeft voor het voetbal, blijkt uit het contract dat de voetbalbond kon afsluiten met Nike. Het sportkledingconcern steekt de komende twaalf jaar liefst 250 miljoen gulden in het voetbal in de VS. Voornamelijk te besteden om de basis te verbreden. Rongen: “Het niveau van de trainers wordt nu ook steeds beter. De meeste coaches hebben een opleiding die te vergelijken is met de Academie voor Lichamelijk Opvoeding in Nederland. De Engelse invloeden hebben meer en meer plaatsgemaakt voor de West-Europese stijl.”

Het nationale elftal wordt niet zoals in andere sporten omringd door een uitgebreide staf van coaches. Sampson geeft de spelers in tegenstelling tot zijn voorganger veel vrijheid en laat ze ook geen zes uur per dag trainen, maar hoogstens de helft. “Dat Hiddink nu met zes coaches naar het WK gaat vind ik een beetje overdreven”, zegt Rongen.

“Ik zie ook weinig heil in sportpsychologen, die hier nog weleens worden ingeschakeld. De traditie is dat je aan het begin van het seizoen met je clubteam altijd op survival-tocht gaat. Dan wordt er gewerkt aan de teambuilding. Gooien ze spelers van een rots en als deze door hun ploeggenoten niet worden opgevangen is er iets mis met de saamhorigheid. Dat kan ik zelf ook wel bedenken.”