Verenigde Staten handhaven druk op Irak; Annan 'optimistisch' op weg naar Bagdad

PARIJS/ WASHINGTON /BAGDAD, 20 FEBR. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, is vandaag volgens zijn medewerkers optimistisch naar Irak vertrokken in een laatste poging een Amerikaanse militaire actie te voorkomen. De Verenigde Staten handhaafden tegelijkertijd de druk op het Iraakse regime.

Kofi Annan vertrok vanochtend naar Bagdad in een speciaal ter beschikking gesteld Frans toestel, dat hem, naar verwachting maandag, ook weer naar Parijs zal terugbrengen. Volgens een VN-woordvoerder in Bagdad begint Annan morgenochtend besprekingen met Iraakse ministers over de kwestie van onbelemmerde toegang voor VN-wapeninspecteurs tot alle plaatsen waar zij verboden wapenmateriaal vermoeden, inclusief zogeheten 'presidentiële plaatsen'. Een ontmoeting met Saddam Hussein was nog niet vastgesteld.

De woordvoerder zei dat Annan het gevoel heeft dat de Irakezen “in een constructieve stemming” zijn, en bereid zijn “positieve gesprekken” te voeren. Hij onderstreepte eens te meer dat Annan niet komt onderhandelen. “Dit is het moment om te verzekeren dat de resoluties van de Veiligheidsraad van de VN worden nageleefd.”

President Clinton zei gisteren nog geen beslissing te hebben genomen over een ultimatum aan president Saddam Hussein. Maar hij gaf zijn nationale-veiligheidsteam opdracht buitenlandse reizen uit te stellen. Met name vice-president Al Gore en minister van Defensie William Cohen hebben bezoeken afgezegd.

Clinton zei te hebben gesproken met zijn Franse ambtgenoot Jacques Chirac, en het eens te zijn dat Annans missie “een kritieke gelegenheid is om de uitkomst te bereiken die wij allen prefereren - een vreedzaam en beginselvast einde aan deze crisis”. “Maar laat me duidelijk zijn”, zei hij. “Als diplomatie faalt, dan moeten we en zijn we bereid om te handelen. De keus is aan Saddam Hussein.”

Clinton zal deze boodschap later vandaag nog eens uitdragen in een televisietoespraak tot Arabische landen, na de aanvaarding door de Veiligheidsraad van de VN van een nieuwe olie-voor-voedselregeling. De resolutie die de Veiligheidsraad op het punt staat te aan te nemen, voorziet in een verhoging van het bedrag waarvoor Irak olie mag verkopen (om levensmiddelen en medicijnen aan te schaffen) tot 5,3 miljard dollar per half jaar. Deze maatregel is bedoeld om nog eens te tonen dat de internationale gemeenschap geen conflict heeft met het Iraakse volk, maar met Saddam Hussein.

De president van de Verenigde Arabische Emiraten, sjeik Zaid bin Sultan al-Nahayan, verwierp vanochtend het gebruik van geweld tegen Irak. Hij waarschuwde dat een aanval de Oost-West-relaties kon schaden en van invloed zijn op de situatie in de Golf. “Dergelijke militaire actie is in niemands belang”, aldus sjeik Zaid. De Golfstaten tonen zich de laatste dagen steeds minder enthousiast over een aanval op Irak. (Reuters, AFP, AP)