Veiligheid veerboten niet overal even goed

ROTTERDAM, 20 FEBR. De veiligheid van de veerboten in de Oostzee is over het algemeen in orde. Op de Noordzee varen nog verscheidene verouderde ferry's maar op de Middellandse Zee is de situatie aanmerkelijk slechter.

Dat blijkt uit onderzoek door de Consumentenbond, uitgevoerd met Britse, Belgische en Duitse collega-bonden. Inspecteurs onderzochten de veiligheid op 75 veerboten, warbij werd gekeken naar reddingsmateriaal, vluchtwegen en brandveiligheid. Vooral met reddingsboten en -vlotten en met zwemvesten is regelmatig iets mis. Jaarlijks zetten veerboten alleen al op de Oostzee en Noordzee meer dan 100 miljoen mensen en 18 miljoen auto's over.

Bij de boten op de Middellandse Zee, bijvoorbeeld op de route van Italië naar Griekenland, ontbreekt het vaak aan duidelijke vluchtroutes en aan informatie over veiligheidsmaatregelen. Het treurigst is het gesteld met de veren tussen het Griekse vasteland en eilanden als Kos, Kreta en Paros. De informatie is daar niet zelden in maar één taal of ontbreekt helemaal, de reddingsvlotten en -boten zijn in veel gevallen verouderd en de vluchtroutes kennen obstakels, als ze al te vinden zijn.

Op deze veren verbleven tijdens de vaart ook soms passagiers op het autodek en vrachtauto's bleken zelden vastgesjord. Op twee schepen waren de waterdichte deuren tijdens de tocht niet vergrendeld.

Toch noemt de bond de uitkomsten van de inspecties redelijk positief, met name van de Oost- en Noordzeeferry's. De bond maakt zich wel zorgen over de gebreken aan de vluchtroutes: gangen zijn te smal, trappen te steil en leuningen ontbreken vaak. Op menig schip is het meubilair niet verankerd en zijn brandblusapparaten ongelukkig opgehangen. Niet altijd krijgen de passagiers een veiligheidsplan uitgereikt en ze kunnen nauwelijks wijs uit plattegronden.

De veren op de Oostzee zijn over het algemeen in orde. De situatie op de Noordzee blijft daarbij achter omdat er nog verscheidene oude schepen varen, waarvan de algemene veiligheidssituatie beter kan.

Na ongelukken met de Herald of Free Enterprise voor de Belgische kust (1987) en de Estonia in de Oostzee (1994) sloten Nederland, Groot-Brittannië, Ierland, Duitsland en de Scandinavische landen een akkoord over strengere veiligheidseisen. De overige landen ondertekenden dit verdrag niet, vooral om financiële redenen: de noodzakelijke ingrepen zijn kostbaar.

De Scheepvaartinspectie kan zich in grote lijnen vinden in de conclusies van de bonden. Volgens inspecteur P. Dessens zijn er strenge controles voor zowel de Noordzeetransporteurs als die over de Oostzee. In landen aan de Middellandse Zee, met name in Griekenland is de controle volgens hem “flexibeler”. (ANP)