Stanislaw II Poniatowski (1732-1798); De hervormer van Polen

Adam Zamoyski: The Last King of Poland. Weidenfeld & Nicolson, 550 blz. ƒ 104,40

In de nacht van 28 december 1755 vertrok Stanislaw Poniatowski per slee vanuit zijn appartement aan de Nevski Prospekt in Sint Petersburg naar het Winterpaleis. Deze 'audiëntie' bij Groothertogin Catharina mondde uit in een amoureuze affaire. Een jaar later werd een dochter geboren. De verhouding tussen de latere keizerin van Rusland en de toekomstige koning van Polen vormt een belangrijk bestanddeel van een ingrijpende wending in de Europese geschiedenis.

Met deze anekdote opent Adam Zamoyski zijn kritische biografie van de laatste Poolse koning, Stanislaw II Augustus Poniatowski. Zamoyski, in New York geboren uit Poolse ouders, schreef eerder over Poolse 'Europeanen' als Chopin en Paderewski. In Engeland, waar hij zijn opleiding ontving aan het Queen's College in Oxford, publiceerde hij een zeer gunstig ontvangen geschiedenis van Polen, The Polish Way. Zijn biografie van Stanislaw II zal in Polen zonder enige twijfel tot een fel historiografisch debat leiden.

Volgens veel van zijn tijdgenoten was Stanislaw de intelligentste man die ooit op de Poolse troon zat, maar door anderen werd hij verguisd als usurpator, minnaar van Catharina en uiteindelijk landverrader. Zijn koningschap revitaliseerde het land, gaf Polen in 1791 een uiterst moderne grondwet en inspireerde Catharina de Grote tenslotte tot vernietiging van het Poolse Gemenebest.

In de vroeg achttiende-eeuwse constellatie vormde het Poolse Gemenebest de 'zieke man van Europa'. Politiek, economisch en sociaal stagneerde het land, dat zich uitstrekte van de Baltische landen tot diep in de huidige Oekraïne, in een internationale context met de stormachtige opkomst van 'verlichte' monarchieën als Pruisen en Rusland. Debet aan deze teloorgang, volgens Zamoyski en vele andere historici, was de Poolse adel, de szlachta. Het vetorecht waarmee iedere individuele representant in de Sejm (het aristocratische parlement) besluiten kon torpederen, had de weg tot hervormingen afgesloten. In 1717 werd Polen in feite een protectoraat van Rusland. Catharina de Grote 'garandeerde' de Poolse onafhankelijkheid en onderwierp het land aan de Russische raison d' état. In 1764 werd Stanislaw via een verkiezing onder Russische auspiciën aan de macht geholpen.

Occult

Stanislaw was een uitzonderlijk mens. Door de legendes en occulte aspecten rondom zijn geboorte - een Zweedse kabbalist, een Italiaanse arts en een rabbi voorspelden onafhankelijk van elkaar dat hem een grote toekomst wachtte - maar vooral met zijn gecultiveerde opvoeding onderscheidde hij zich. Karol Radziwitt, decennia lang een belangrijk tegenstrever van Stanislaw, had een voor de szlachta typerender opvoeding genoten. Op zijn twaalfde al alcoholist, leerde Karol moeizaam lezen met behulp van reusachtige, in boomtakken opgehangen metalen letters, waarop hij zijn schietoefeningen deed. De reputatie van Stanislaws vader, die aan de zijde van Jan III Sobieski bij Wenen in 1683 West-Europa had behoed voor de Turken en de personificatie was van Voltaire's honnête homme, opende alle deuren op zijn Grand Tour door Pruisen, Frankrijk, Engeland en de Nederlandse Republiek. Naast de liefde die Stanislaw voor Hollandse meesters opdeed trok hij een belangrijke les uit zijn verblijf in de Republiek, die hij tweemaal bezocht: 'Polen moet hervormd worden'.

Zijn koningschap gaf hem die mogelijkheid, maar de tegenkrachten waren groot en Stanislaw werd gehandicapt door terugkerende depressies. In toenemende mate zag hij zijn activiteiten in het kader van een door de Voorzienigheid uitgestippeld plan. De drie continentale grootmachten in Europa deden er alles aan om Polen zwak te houden. Het vetorecht moest overeind blijven en de macht van de gekozen koningen, een unicum in Europa, beperkt. Catharina belemmerde met gijzelnemingen en het platbranden van landgoederen van hervormingsgezinden in de Sejm alle vernieuwingen. En Pruisen probeerde de Poolse economie te vernietigen.

De interne hervormingen die Stanislaw desondanks tot stand bracht, waren imposant. Hij initieerde onderwijsvernieuwingen, industrialisering en sociale veranderingen ten faveure van de praktisch tot slavernij vervallen boeren en de in de Sejm niet vertegenwoordigde stadsbevolking. Het Gemenebest herstelde economisch razendsnel. De op 3 mei 1791 aangenomen grondwet vormde Stanislaws meesterwerk. Het koningschap werd erfelijk, het vetorecht afgeschaft en Montesquieu's scheiding der machten ingevoerd. Het dertig jaar eerder door Stanislaw geformuleerde program, de Anecdote Historique, leek als twee druppels water op de nieuwe realiteit.

Delingen

Stanislaws successen versnelden evenwel de ondergang van Polen. De Eerste en Tweede Deling, respectievelijk in 1772 en in 1792, bevestigden de onwil van de grootmachten om hervormingen te accepteren. De revolutie in Frankrijk en het spook van het Jacobinisme - dat Stanislaw eveneens vreesde - zetten Catharina op scherp. Jarenlang gebonden door oorlog, greep zij in na de Vrede van Jassy in 1792 met de Turken. Een nieuwe generatie patriottische Polen, de voorlopers van de Romantiek, accepteerde de Tweede Deling niet. Maar hun Nationale Opstand werd neergeslagen en Polen verdween van de kaart. Stanislaw overleed in 1798 in Sint Petersburg.

In een bij vlagen sublieme stijl beschrijft en analyseert Zamoyski de activiteiten en het complexe, veel weerstanden oproepende karakter van Stanislaw zonder psychologische platitudes. Aan de hand van de correspondentie met Catharina ontbloot hij de naïviteit van de Poolse koning, die tevergeefs vertrouwde op de sentimenten van de Russische keizerin voor haar voormalige minnaar en niet begreep dat voor haar slechts de Russische raison d'état telde.

Zamoyski toont een scherp inzicht in de diplomatie. Zijn beschrijvingen van de bijeenkomsten van de Sejm en het gekonkel der Magnaten zijn schitterend. Ook de niets ontziende Russen, de destructieve Pruisische vorsten en de afwachtende, opportunistische Oostenrijkers trekken in een kleurrijke parade voorbij. De passieve bemoeienissen van Frankrijk - de koning verbood zijn gezanten rechtstreeks de Minister van Buitenlandse Zaken te informeren en gaf tegenstrijdige instructies - wekken verbazing. Koel beschrijft Zamoyski de vernederingen die de koning van, vooral Russische, ambassadeurs, moest ondergaan. De unieke verantwoordelijkheid van de koning voor de ondergang van Polen, veelal door de tegenstanders van Stanislaw aangevoerd, wijst hij terecht af. Daaraan waren, aldus Zamoyski, de opportunistische Magnaten en hun clientèle schuldig. En zij waren op hun beurt de betaalde marionetten van de zonder scrupules handelende grootmachten.

Enige fout

Er blijven in Zamoyski's betoog ook vragen open. Stanislaws enige fout was, zo constateert de schrijver, dat hij niet sneuvelde of werd onthoofd. Nergens gaat hij echter uitputtend in op de vraag of Stanislaw de eer aan zichzelf had moeten houden. Gaf Stanislaws (bijna) permanente toegeeflijkheid Catharina niet een zekere troef in handen? Had Stanislaw Catharina niet voor een voldongen feit moeten plaatsen en (westerse) ballingschap moeten verkiezen? Daarmee had hij zijn reputatie voor het nageslacht kunnen redden. Polen natuurlijk niet. Toch zijn dit vragen die weinig afdoen aan de geslaagde exercitie van Zamoyski.

Stanislaw houdt ook nu nog de gemoederen bezig. In 1995 besloot men hem een eervoller laatste rustplaats te schenken dan het familiegraf in Wolczyn, waar de stoffelijke resten uit Sint Petersburg in 1938 waren aangekomen. Zijn omstreden reputatie bleek opnieuw tijdens de eredienst, die werd bijgewoond door de president en de primaat van de katholieke kerk, in de kathedraal van Warschau. Een kreet als 'verrader' klonk herhaaldelijk en ook 'minnaar van Catharina' schalde door de kathedraal. Wellicht draagt Adam Zamoyski's prachtige biografie bij tot een meer evenwichtig oordeel over Stanislaw II Augustus Poniatowski bij de herdenking van zijn tweehonderdste sterfdag op 21 februari 1998.