Poezenparade

In de Kunsthal in Rotterdam ging vorige week een tentoonstelling open waar alleen maar schilderijen van katten te zien zijn, geschilderd door Henriëtte Ronner-Knip. Om het begin van die tentoonstelling te vieren, was er een modeshow. Niet met mensen, maar met poezen. En niet met lieve maar gewone poezen als Piet die in een boekhandel aan de Rotterdamse Oude Binnenweg woont, alleen lieve poezen van adel mochten optreden.

De baasjes van de poezen wandelden heen en weer met hun katten in hun armen. Er waren woeste Noorse boskatten, schele Siamezen en Perzen met deftige bontjassen in allerlei kleuren. Het zeldzaamst waren de helemaal kale katten uit Mexico, met zorgelijke snuiten vol rimpeltjes.

Eén kat durfde niet: we hoorden hem krijsen achter het gordijn en hij weigerde uit zijn hok te komen. Maar de heel grote 'lappenpop'-poezen met de liefste gezichten van de wereld vonden het juist gezellig om alle mensen te komen bekijken. De Karthuizers, met hun prachtige gele ogen, wilden alledrie op de grond springen: opgetild worden vinden ze stom. De mevrouw op de foto draagt een Mankx, een poes zonder staart. Ze had natuurlijk haar mooiste jasje aangetrokken, vertelde ze. Het was zwart toen ze begon, maar toen het feest voorbij was, was het wit van de haren van de Mankx. We mochten hem even aaien: dat voelt gek, een poes aaien zonder staart - net of je hand uitglijdt.