Oude huizen (1)

Bernard Hulsman grijpt zijn boekbespreking van twee gelijkgerichte boeken (Boekenbijlage, 6 februari) aan om uit te halen naar de eigenwijze en eenkennige Nederlandse architecten. Die willen maar niet overgaan tot het ontwerpen van traditionalistische, romantische gebouwen. Daarmee missen ze twee keer de boot: ze plaatsen zichzelf buiten het zich wereldwijd ontwikkelende postmodernisme en lopen werk mis.

Als polemisch pleidooi voor een minder strenge opvatting van Nederlands bouwen is Hulsmans artikel verfrissend. Ik vraag me echter af of hij al redenerend en selectief citerend niet te veel in zijn eigen verhaal gaat geloven. Het eenkennige modernisme is nog niet aangevallen of hij tovert het zo mogelijk nog beperktere traditionalisme tevoorschijn als absoluut model. In zijn gesuggereerde eenkennigheid lijkt Hulsman zich eerder op te werpen als de Nederlandse prins Charles, op de bres voor goede oude waarden, dan als pleitbezorger van postmodernisme.

Het is zeker een goede (economische) zaak als puur modernisme in Nederland wat minder serieus genomen wordt. Maar dan niet om vervangen te worden door een nieuw absoluut model als traditionalisme. Om cultureel en economisch echt bij de tijd te zijn moet de (Nederlandse) architectuur zich ontdoen van alle absolute doctrines. Het is te hopen dat naast architecten ook opdrachtgevers en critici gaan beseffen dat het laatste waar het hedendaagse grote publiek behoefte aan heeft een eenheidsworst is, of die nu traditioneel of modern is.