Ontslag Docters is onterecht volgens OM

DEN HAAG, 20 FEBR. Het openbaar ministerie vindt het ontslag van hun hoogste baas, procureur-generaal A. Docters van Leeuwen, “onterecht”. Het college van procureurs-generaal schrijft dit in een verklaring. Deze verscheen na afloop van het debat in de Tweede Kamer gisteren, waar Sorgdrager het woord 'chantage' gebruikte om het optreden van Docters jegens haar te typeren.

Het college schrijft - namens het hele OM - dat er “binnen de organisatie sprake is van grote verslagenheid” over de genomen maatregel. Het roept de medewerkers van het OM echter op “loyaal en waardig” hun plicht te blijven doen. De verklaring is voor het debat in de Kamer, in samenspraak met secretaris-generaal Borghouts van het departement, opgesteld en moet volgens waarnemers vooral worden gezien als een 'in memoriam' voor de super-PG.

Docters heeft zich volgens Sorgdrager in de kwestie-Steenhuis deloyaal opgesteld. De Leeuwardense PG Steenhuis werd deze week 'bestraft' wegens een betaalde bijbaan bij het bureau Bakkenist. Dit onderzocht de verstoorde bestuurlijke verhoudingen in Groningen; het ressort van Steenhuis.

Sorgdrager heeft nadrukkelijk ontkend dat sprake was van een 'muiterij', maar gebruikte gisteren in haar slotwoord alsnog een krachtige term om het gedrag van Docters te omschrijven. Op donderdagavond 22 januari, toen de procureurs-generaal op het departement moesten verschijnen, heeft Docters volgens haar gedreigd zijn steun voor de komende modernisering van de rechterlijke macht in te trekken. “Ik heb dat opgevat als chantage of een dreigement, of welke term je daaraan wilt verbinden”, aldus Sorgdrager. Ze verwijt de super-PG het arbeidsrechtelijk conflict met Steenhuis naar een “hoger niveau” te hebben getild.

De coalitiepartijen PvdA, VVD en D66 toonden zich tevreden met de uitleg van Sorgdrager over het conflict. Het CDA wil een feitenonderzoek, de SP wil een parlementair onderzoek. Beide voorstellen kregen nauwelijks steun.

Sorgdrager meent dat het college van PG's “zo snel mogelijk moet worden aangevuld”. Ze heeft daarover al gesprekken gevoerd met waarnemend voorzitter C. Ficq. In een brief aan de advocaat van Docters heeft zij laten weten dat “de benoeming van een opvolger van Docters op dit moment geenszins aan de orde is”. Wel zal Docters worden bericht over zijn opvolging, zodat hij “tijdig” hiertegen een kort geding kan aanspannen. Docters gaat namelijk hangende zijn procedure niet akkoord met onomkeerbare stappen. Hij wil blijven als super-PG.

Kandidaten voor een plek in het college zouden de hoofdofficieren Holthuis (landelijk parket), Vrakking (Amsterdam) en Brouwer (Leeuwarden) zijn. De plaatsvervangende PG Amsterdam, E. Myer, wordt ook genoemd.