Missie Perez is spookbeeld voor Annan

VN-chef Kofi Annan arriveert vandaag in Bagdad voor bemiddeling in de Irak-crisis. Kan hij een herhaling van het debacle van voorganger Perez de Cuellar uit 1991 vermijden?

ROTTERDAM, 20 FEBR. Kofi Annan kreeg vorig weekeinde een onverwacht telefoontje van voorganger Javier Perez de Cuellar. De Peruviaan belde de Ghanees volgens VN-functionarissen om hem te waarschuwen niet dezelfde fout te begaan die hijzelf in 1991 had gemaakt. Perez bezocht op 12 en 13 januari 1991 Saddam Hussein in een laatste poging hem tot inkeer te brengen na de Iraakse inval in Koeweit. De reis werd een zeldzaam debacle voor de VN-chef en de volkerenorganisatie zelf: Saddam poeierde Perez af, en enkele dagen later brak de Golfoorlog uit.

Kofi Annan (59) had het telefoontje van Perez niet nodig om te worden herinnerd aan diens euvele reis. De missie van Perez de Cuellar uit 1991 is een spookbeeld voor Annan, heeft hij zijn medewerkers al eerder toevertrouwd. Vlak voordat Annan gisteren via Parijs op weg ging naar Bagdad, waar hij vandaag aankomt, ontving hij Perez om wat langer te luisteren naar diens ervaringen. Beiden werden het er volgens een VN-woordvoerder over eens dat “de situatie nu anders is”.

Irak was destijds buurland Koeweit binnengevallen, had duidelijk gemaakt dat het klaar was voor een oorlog met de geallieerde coalitie van 28 landen en met Israel, en had tot dan toe andere pogingen om vrede in de Golf te bewaren verworpen. De VN hadden Saddam Hussein tot 15 januari de tijd gegeven zich terug te trekken uit Koeweit, en Perez' missie was de laatste kans op een vreedzame oplossing. De toenmalige VN-topman reisde op eigen gezag naar Bagdad, zonder de zegen van de VN-Veiligheidsraad, en vooral zonder steun van de Verenigde Staten, en daarmee zonder feitelijke onderhandelingsmacht. Nog voor zijn vertrek liet Saddam weten zich niet uit Koeweit terug te trekken. Perez werd door zijn staf met applaus uitgeleide gedaan op First Avenue en verklaarde bij aankomst in Bagdad “optimistisch” te zijn. Maar hij had, huiselijk geformuleerd, slechts één boodschap voor Saddam op zak: wegwezen uit Koeweit of rekening houden met een oorlog. Ruimte voor compromissen ontbrak.

Het werd een zware vernedering: Saddam liet Perez eerst uren wachten. Vervolgens kreeg hij in een gesprek van drie uur van de Iraakse leider een college over de onrechtvaardigheid van de geschiedenis. Saddam nodigde hem uit nog eens terug te komen als Perez een ander voorstel had. Toen de oorlog inmiddels was uitgebroken, maakte Bagdad het gezichtsverlies van de VN-topman nog groter door transcripten van het gesprek te laten uitlekken, waaruit velen, zeker in Washington, de indruk opmaakten dat Perez zich al te verzoenend had opgesteld.

“Ik faalde”, zei Perez de Cuellar deze week tegen The New York Times. “Saddam Hussein is verliefd op zijn eigen standpunten. Het is extreem moeilijk om hem wat flexibiliteit te laten tonen. Ik hoop dat mijn beste vriend Kofi Annan een wonder tot stand zal brengen.”

Saddam Hussein regeert inmiddels nog steeds, zonder echte oppositie, maar dit keer gaat het conflict niet over een van de grofste schendingen van het internationale volkerenrecht. Irak hindert nu zoekacties naar massavernietingswapens door het VN-wapeninspectieteam UNSCOM, voorgeschreven in VN-resoluties. Het militaire drukmiddel is dit keer een kleine coalitie onder leiding van de VS en Groot-Brittannië, met zeer weinig steun uit de Arabische wereld.

Annan staat er beter voor dan zijn voorganger: hij heeft niet veel speelruimte, maar wel meer dan Perez. Zijn les uit Perez' missie is dat een VN-chef niet gratis het prestige van de VN en hun leider op het spel kan zetten. De mogelijkheden voor een diplomatieke oplossing zijn groter dan in 1991, en daar heeft Annan naar toegewerkt. Hij heeft de volledige steun van de V-raad bij zijn oproep dat Irak de wapeninspecties onvoorwaardelijk en ongehinderd moet toelaten. “Ik heb wat ik nodig heb”, aldus Annan, die overigens liever een schriftelijke verklaring van de V-raad had willen hebben, en alleen een mondeling advies meekreeg.

Annan legt Saddam naar verwachting een 'UNSCOM-plus'-formule voor: onbeperkte toegang tot de acht 'presidentiële plaatsen' voor de inspecteurs van UNSCOM, die kunnen worden aangevuld met diplomaten. Annan heeft ook het aanbod bij zich om Irak meer olie te laten verkopen om daarvan onder meer voedsel te kunnen bekostigen, een gebaar naar de Iraakse bevolking, die getroffen wordt door de bestaande VN-sancties. De vijf permanente leden (P5) van de V-raad, de VS, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en China, gaan hiermee akkoord: UNSCOM kan ongehinderd controleren, terwijl Saddam zijn gezicht redt en Iraks nationale waardigheid in tact blijft.

Van de hoofdrolspelers, de P5, Irak en Annan, zijn alleen de VS publiekelijk sceptisch. De regering-Clinton houdt Annan, haar eigen kandidaat voor de VN-post, onder druk, nu hij op het hoogste niveau crisismanagement moet plegen. De VS roepen al dagen dat zij zich het recht voorbehouden een eventueel akkoord van Annan af te wijzen, wat in dat geval neerkomt op een militair optreden. Afgelopen dinsdag belde president Clinton Annan met een oproep, die een regeringsfunctionaris later aldus reconstrueerde: “De president zei voornamelijk: Kofi, zet me niet klem, doe dat maar met de Irakezen.” En: “We willen nu geen halfbakken oplossing.” Annans antwoord daarop: “Ik wil u aan mijn kant.”

Is Annan, een “man van het midden” zoals hij zichzelf noemt, wel meedogenloos genoeg, gezien ook de onberekenbaarheid van Saddam?, werd hem deze week gevraagd. De VN-chef zei zich af te vragen of “meedogenloosheid” wel het juiste vereiste is voor een oplossing. De Braziliaanse VN-ambassadeur, Celso Amorim, adviseerde hem voor zijn vertrek naar Bagdad: “Wees stevig over de inhoud, en flexibel over de vorm.” Als Annan daaraan vasthoudt, hoeft het spookbeeld uit 1991 niet te worden herhaald.