Meeste partijnieuws gaat over conflicten

De verkiezingscampagne wordt voor een belangrijk deel uitgevochten via de media. Drie politicologen onderzoeken hoe de campagne in de media terechtkomt. Ze publiceren daarover wekelijks op deze plaats. De wetenschappers turven en analyseren daartoe de politieke berichtgeving in de landelijke kranten.

Wat is nieuws? Twee weken geleden ging het over nieuwsaspecten waaruit het gezag van politici blijkt, vorige week over inhoudelijk nieuws (nieuws over issues). Maar hoe inhoudelijk is het politieke nieuws? Vormen inhoudelijke meningsverschillen tussen Sorgdrager en de top van het openbaar ministerie over de rechtshandhaving nieuws, of is 'muiterij' nieuws? Vormden in 1994 de opvattingen van Hirsch Ballin en Van Mierlo over abortus nieuws, of was het nieuws dat Van Mierlo zei dat hij Hirsch Ballin de oren van het hoofd wilde trekken? Hoe belangrijk is inhoudelijk nieuws nog in verhouding tot strategisch nieuws over conflicten en mislukkingen? Amerikaans onderzoek laat zien dat in de afgelopen decennia de strategische optiek terrein gewonnen heeft. Kijkers en lezers zouden hierdoor in een afstandelijke, cynische rol worden gedrukt.

In Nederland gaat ongeveer tweederde van het partijnieuws over conflicten, kritiek en steun (conflict-georiënteerd nieuws), of over succes en falen van partijen (horse race-nieuws). Reden genoeg voor een nadere beschouwing, met voorbeelden van artikelen uit deze krant.

Elf procent van het nieuws over steun en kritiek in de landelijke dagbladen gaat over interne partijstrubbelingen ('Weerstand tegen Wallage bij PvdA', 16 januari). Nieuws over intern gerommel is altijd slecht voor een partij. Waarom zou men een politicus geloven die zelfs in de eigen partij ter discussie staat? In de grafiek over interne steun en kritiek is te zien dat de PvdA van de vier grote partijen nog het minst de gelederen gesloten houdt. Zo'n 29 procent van het strategische nieuws bestaat uit kritiek en steun afkomstig van andere partijen ('Kok verwijt Bolkestein gespierde taal', 10 februari). Bij minder betrokken kiezers wordt door wederzijds gehakketak het beeld geschapen dat politici niets beters te doen hebben dan elkaar vliegen af te vangen. Bij geïnformeerde kiezers, die al half partij hebben gekozen, kan kritiek van ideologische tegenstanders het effect hebben dat het oudepartij-imago wordt opgepoetst. Zo meten VVD en PvdA hun meningsverschillen breed uit en polariseren elkaar naar ongekende hoogte.

Wellicht mislukte de polarisatie-strategie van de PvdA aan het begin van de jaren zeventig mede omdat toen de christelijke partijen in het midden alle media-aandacht opeisten. De kritiek op D66 komt uit alle hoeken, zodat de kiezers er niet uit leren waar D66 voor of tegen is. Zo'n 35 procent van het nieuws over partijen bestaat uit kritiek of steun van de media zelf of van geciteerde, doorgaans 'neutrale', actoren. Die kritiek en steun komt tot uiting in hoofdredactioneel commentaar ('Waar is de premier?', 14 februari), maar ook in terloopse misprijzing of instemming ('Els Borst is eigenlijk altijd arts gebleven', 24 januari). D66 blijkt het meest onder media-vuur te liggen. Tenslotte gaat nog zo'n 25 procent van het strategische nieuws over succes en falen, over winst en verlies ('Sorgdrager raapt eigen scherven', 24 januari). De VVD wordt al met al succes toegeschreven ('Bolkestein heerst en zijn critici zwijgen', 23 januari). Een partij die als verliezer te boek staat oefent geen aantrekkingskracht uit op de talloze aarzelende kiezers die nooit een binding met die partij hebben gehad. Dat belooft weinig goeds voor D66, want de grafiek laat zien dat voor journalisten D66 de grote verliezer is. Al met al is het strategische nieuws uit de landelijke dagbladen van de afgelopen maanden het gunstigst voor de VVD en ongunstigst voor D66. Het CDA krijgt als oppositiepartij weinig nieuws, maar dus ook weinig kritiek. Anders dan in 1994 jaagt het nieuws CDA-kiezers niet weg. Maar trekt het nieuwe kiezers?