M.

M., dat lijkt sinds vorig weekeinde er maar één te kunnen zijn. M. zocht zijn vrienden in een milieu van voornamelijk Amsterdamse kunstenaars en journalisten en hij is daar zo onaantastbaar befaamd dat kranten-interviews, een televisieprogramma en zelfs het NOS-Journaal volstaan met een introductieloos 'Ischa', als ze het over hem hebben.

Sinds vorige week is Ischa Meijer, zo heet hij voluit, niettemin gereduceerd van gewaardeerd scribent tot 'man van'. 'Man van' de schrijfster, die een boek maakte over hem en haar en over het voor haar verbijsterende feit dat ze van elkaar hielden. Dood is 'haar man', maar niet vergeten hun liefde. Daar zorgt haar boek voor. I.M. heet het.

Voor sommigen zit de wereld anders in elkaar. Die gaan naar de bioscoop, naar Tomorrow Never Dies, de nieuwe James Bond-film. Voor hen is M. de baas van James Bond. Sedert twee Bondfilms is M. geen man meer, maar een vrouw van middelbare leeftijd. Gespeeld door Judi Dench, mooi en sterk. Deze M. houdt van James Bond. In stilte en toch voor iedereen duidelijk. Waardig. James houdt ook van haar, hij acht haar hoog. Liefst zou hij elke avond bij haar terugkomen, maar ja, dat lukt zelden. Seks is zijn verslaving, maar dat moet zij zich niet aantrekken: met intimiteit heeft dat niks te maken, lieverd, die meisjes zijn een hygiënische maatregel, meer niet. M. accepteert dat, al zal ze te wijs zijn om dat geklets over seks die niets van doen zou hebben met intimiteit, voor waar aan te nemen. En ze is er niet minder verliefd om, wanneer James, ver weg, in levensgevaar verkeert. Even worden haar ogen vochtig bij zo'n bericht. Even, dan is het over. Recht die schouders, stiff die upper lip. Hier is sprake van echte Grote Liefde, dat ene ogenblik maakt het duidelijk.

Nee, dan de schrijfster. Connie Palmen hield van de journalist Ischa Meijer. Ook een grote liefde, ook wederzijds. Meijer overleed onverhoeds, Palmen besloot dat haar wanhoop over haar verloren liefde een boek moest worden. Soit, daar is ze schrijfster voor. Ook de schrijver J.J. Voskuil verwerkte een levenslange wanhoop literair en dat leidde tot een meesterlijk boek. Palmen betreedt voorts de schemer tussen literatuur en documentaire door haar boek te wijden aan het sterven van een reële mens die ze reëel liefhad - dat is gevaarlijk maar kan slagen, lees het boek dat Lisette Lewin schreef over de dood van haar vader. Palmens boek claimt de Grote Liefde als een besloten walhalla, slechts toegankelijk voor haar en haar minnaar. Onnozel, maar het mag, net als Renate Rubinsteins claim op Simon Carmiggelt in haar boekje over hun verhouding.

Maar waar M., mijn M. dan, M. van James Bond dus, haar liefde waardig laat zinderen, bestaat Palmen het haar boek gierend uit te venten. Voor krant en televisie acteert ze het personage dat in haar boek haar naam draagt. Met geposeerde onbeschaamdheid, dus dubbel hypocriet.

Hier is geen sprake van Grote Liefde, hier is het grote incasseren van zo veel mogelijk aandacht aan de orde, het grote confisqueren van een beroemde man en zijn beroemde kennissen en de grote verkoop van heel veel boeken.

Mijn M. bestaat niet. Ze kan leven noch sterven, haar zorgen zijn van papier, haar rode ogen van celluloid. Ze is het product van een stel gehaaide scenaristen en een dijk van een actrice. En toch voel ik meer voor mijn M. dan voor M. uit dat boek. En dat komt door die schrijfster.