Indonesië bezorgt buurlanden hoofdpijn

In Zuidoost-Azië groeit de bezorgheid over de crisis in Indonesië en het wegvallen van het Indonesisch leiderschap in de regio. Soeharto maakt de buurlanden bang.

SINGAPORE, 20 FEBR. Indonesië bezorgt zijn Zuidoost-Aziatische buren slapeloze nachten. De groeiende onzekerheid over de politieke toekomst van het land en de uiterst wispelturige koers van de roepia hebben steeds duidelijker hun weerslag op landen als Maleisië, Singapore, Thailand en de Filippijnen die bang zijn dat Indonesië de zorgvuldig gekoesterde stabiliteit in het Verre Oosten nu ernstig bedreigt.

Indonesië geldt als grootste en dichtstbevolkte land in de regio al jaren als de primus inter pares van ASEAN, de associatie van Zuidoost-Aziatische landen. En de Indonesische president Soeharto geldt, als de enige mede-oprichter in 1967 van ASEAN die nog in functie is, al meer dan dertig jaar als de belangrijkste stem binnen het gezelschap. Maar hoewel Indonesië door de overige acht lidstaten van ASEAN (Birma, Brunei, de Filippijnen, Laos, Maleisië, Singapore, Thailand en Vietnam) nog steeds wordt beschouwd als de formele leider, is het duidelijk dat Soeharto en de zijnen dit diplomatieke leiderschap door de problemen in eigen land in praktijk niet langer kunnen vervullen.

Sinds kort ligt de dagelijkse regie van de landengroep daarom in handen van Maleisië, dat dit jaar het voorzitterschap van ASEAN vervult. De Maleisische premier Mahathir Mohamad reist al een aantal weken langs zijn collega's in de regio om oplossingen te zoeken voor de financieel-economische crisis die Zuidoost-Azië sinds vorige zomer in de greep houdt. Maar de afgelopen dagen, tijdens een toernee die hem langs zijn ambtgenoten in Singapore, Thailand, de Filippijnen en Brunei voerde, draaide het in al zijn gesprekken nog maar om één ding: hoe kunnen de ASEAN-landen de schade die Indonesië de regio toebrengt tot een minimum beperken?

De eigen zorgen die de crisis in Zuidoost-Azië teweegbrengt, zijn zo voorlopig even ondergeschikt gemaakt aan de toestand in Indonesië. Maar zoals de ASEAN-leiders vorig jaar al worstelden in hun rol tegenover president Soeharto toen de regio maandenlang lag verscholen onder een asgrijze wolkenmassa als gevolg van hevige bosbranden in Indonesië, zo blijkt ook nu weer dat er veel belemmeringen zitten in het onderlinge diplomatieke verkeer. Mahathirs missie leverde tot nu toe vooral woorden, en nauwelijks daden op.

“Binnen ASEAN geldt het principe dat niemand zich met elkaars binnenlandse politieke aangelegenheden bemoeit. Het begrip 'non-interventie' is de afgelopen weken wel voorzichtig opgerekt, maar erg veel verder dan het uitspreken van “grote zorg” over de situatie in Indonesië is men nog niet gekomen. Wie verder gaat dan dat, stoot Indonesië voor het hoofd en dat wil men hier nog steeds voorkomen”, zegt de Maleisische professor Zakaria Ahmad, docent strategische vraagstukken en veiligheidsstudies aan de Kebangsaan universiteit in Kuala Lumpur.

“De ASEAN-landen zitten bovendien nu in een extra lastig parket, want hoe je het ook wendt of keert: Indonesië is ondanks alles nog steeds met voorsprong het belangrijkste land in de regio. En Soeharto is de sleutelfiguur om wie alles hier draait.” Volgens Zakaria beperkt de Indonesische suprematie binnen ASEAN de politieke leiders in de regio in ernstige mate in hun acties en uitspraken.

Maleisië behoort samen met Singapore tot de landen die de turbulentie in Indonesië het sterkst voelen. Zo zag Mahathir zich onlangs min of meer gedwongen onder druk van Soeharto een voor Maleisië vrij noodzakelijk plan voor massale repatriëring van illegale Indonesische immigranten in de ijskast te zetten. Indonesië is bang dat het naar huis sturen van naar schatting bijna een miljoen illegaal in Maleisië verblijvende Indonesiërs de sociale onrust in Indonesië verder zal vergroten.

Maar Maleisië riskeert een soortgelijk gevaar met de illegaal in het land verblijvende Indonesiërs die de afgelopen maanden als gevolg van de economische crisis massaal hun baan verloren. Als zij blijven zal, zo vrezen politicologen, de criminaliteit en de sociale onrust ook in Maleisië stijgen. Bovendien bestaat de kans nu Maleisië niet hard durft op te treden tegen de illegalen, dat wanneer de situatie in Indonesië escaleert, miljoenen Indonesische vluchtelingen ook nog eens de oversteek naar Maleisië zullen maken.

Voor Singapore, dat tot de grootste investeerders in Indonesië behoort, dreigt eenzelfde gevaar, al kan het eiland, dat in omvang niet groter is dan de provincie Utrecht, zijn grenzen een stuk makkelijker dichthouden dan Maleisië. De Indonesische vluchtelingen die de oversteek naar Singapore maken, zullen ook niet illegaal het land binnenkomen, want zij zullen voornamelijk bestaan uit rijke etnische Chinezen. Het kleine maar financieel sterke Singapore geldt in bankkringen als het belangrijkste financiële centrum van de regio voor veel Chinese zakenlieden die in Indonesië actief zijn. “Er staat hier in Singapore voor miljarden dollars op bankrekeningen van Chinese zakenlieden uit Jakarta”, zegt een analist in Singapore.

De groep overzeese Chinezen uit Indonesië zal zijn wijdvertakte familienetwerk in Singapore aanspreken om straks een eventueel veilig heenkomen te vinden. De eilandrepubliek, die ligt ingeklemd tussen de islamitische landen Maleisië en Indonesië, is het enige land in Zuidoost-Azië waar de bevolking voor het merendeel uit Chinezen bestaat: van de drie miljoen inwoners is driekwart Chinees. Via een uitgekiende bevolkingspolitiek houdt Singapore de etnische verhoudingen steeds gelijk, maar door de spanningen in Indonesië groeit bij de Singaporezen nu de angst dat de rassenrellen kunnen overslaan naar de stadstaat.

De groeiende haat tegen de Chinezen in Indonesië beangstigt de Singaporezen in steeds hogere mate. Om die reden is het niet verrassend dat juist de Singaporese premier Goh Chok Tong en oud-premier Lee Kuan Yew steeds mondiger worden in het uiten van hun 'zorg' over de onrust in Indonesië. “Soeharto maakt de markten bang door Habibie als zijn vice-president aan te wijzen”, zei Lee onlangs. “Indonesië wordt geconfronteerd met hevige problemen. De toestand is zorgelijk. We verwachten dat de roepia voorlopig nog erg veel in waarde zal schommelen”, zei Goh deze week.

Maar daar bleef het bij. Ook Lee en Goh beperken zich voorlopig zoveel mogelijk wat betreft de ASEAN-bemoeienis in de Indonesische crisis: het uiten van hun zorg.