In de ban van het niks

Miquel de Palol: Igur Nebli. Vertaald uit het Catalaans door Frans Oosterholt. Menken Kasander & Wigman, 693 blz. ƒ 65,-

Ruim twee jaar geleden verscheen de meer dan duizend bladzijden tellende roman De tuin der zeven schemeringen (1989) van de Catalaanse schrijver Miquel de Palol in een Nederlandse vertaling. Die is nu gevolgd door de minder monsterlijke, maar met zijn bijna zevenhonderd bladzijde nog altijd vervaarlijke tweede roman van Palol, Igur Nebli uit 1994. Beide boeken hebben niet alleen hun dikte gemeen. Ze zijn allebei gedrenkt in een mengsel van science-fiction en heldensage, doorspekt met raadsels en een schijn van diepzinnigheid, psychologische vlakte en een onbedwingbare hang tot bombast.

Veel van die zwakheden kon men De tuin der zeven schemeringen nog wel vergeven vanwege de originele en intrigerende vorm waarin Palol zijn boek geschreven had. Het was een duizelingwekkende raamvertelling met steeds weer nieuwe lagen en dubbele bodems, tot acht niveaus toe. De in elkaar grijpende vertellingen die Palol zijn hoofdfiguren in de mond legde, beschreven een door een atoomoorlog verwoeste wereld waarin een dodelijke strijd gestreden wordt om het bezit van een Juweel dat de bezitter mondiale macht belooft. Of het daarbij letterlijk om een edelsteen ging, werd niet erg duidelijk, maar waarschijnlijk was dat niet: Palols helden waren eerder bankiers en zakenlieden dan ridders van de tafelronde, al waren hun avonturen daar wel op gemodelleerd. De metafysische boodschap die de roman aan het slot in petto had, helderde de zaken evenmin erg op, maar klonk wel diepzinnig.

In Igur Nebli herhaalt Palol veel uit zijn eerdere boek, behalve de gecompliceerde structuur ervan. Opnieuw speelt het boek in de toekomst en zijn de voornaamste ingrediënten ervan ontleend aan het verleden - al doet de sfeer nu eerder denken aan die van het Romeinse Keizerrijk dan aan de sprookjesachtige middeleeuwen. Ridders bevolken nog altijd Palols universum, maar de samenleving wordt beheerst door een uitgebreid systeem van wrede Spelen waarin ieder zijn geluk kan beproeven maar ook verminking, ondergang en dood wachten.

Het geheimzinnig Juweel uit Palols eerdere roman heeft in Igur Nebli de vorm gekregen van een niet minder raadselachtig Labyrint, dat ontsloten moet worden opdat de geschiedenis een nieuwe loop krijgt. Tot die taak is Igur Nebli geroepen, Palols hoofdpersoon, die zich als zwaardvechter al een onovertroffen reputatie heeft veroverd en zich een groot deel van de roman op zijn taak voorbereidt door het leren ontcijferen van geheime boodschappen en oplossen van ondoorzichtige raadsels, want ook daarvan is Palols intrige weer doorspekt.

Met die bestanddelen, die nu juist de zwakste elementen van De tuin der zeven schemeringen vormden, heeft Palol een volkomen zinloos boek bij elkaar geschreven, zonder visie of betekenis, gespeend van enige humor of andere menselijke aandoening en vrij van elke prikkeling tot interesse. De labyrintische vertelling die de voornaamste charme was van het eerste boek heeft plaats gemaakt voor een chronologisch patroon, en daarmee blijven de intellectuele uitdagingen in dit boek beperkt tot de onnavolgbare kabbalistiek waarmee Igur Nebli en zijn helpers de ene cryptische boodschap na de andere ontcijferen.

Daarbij blijft de betekenis van het avontuur dat Nebli op zich neemt al net zo onwezenlijk als eerder de rol van het Juweel: wanneer het Labyrint door Nebli is doorkruist, gebeurt er eenvoudigweg niets: een paleisrevolutie maakt een einde aan Nebli's zegetocht en verder blijft alles bij het oude. Het hele avontuur was een even loos gebaar als Palols roman zelf, waarvan de hoogdravendheid niets meer dan een lege huls blijkt. Dat die ontnuchtering zelf de betekenis van de roman zou kunnen zijn, valt nergens uit op te maken. Tot aan het einde toe blijft Palol lijden aan een gewichtige woordkramerij die zichzelf heel erg serieus neemt.

Palol moet ook zelf hebben ingezien dat het zo niet verder ging. Een jaar na Igur Nebli publiceerde hij de voor zijn doen uiterst bescheiden roman L'Àngel d'Hora en Hora (De engel van uur tot uur) van een dikke tweehonderd bladzijden. Het is een enigszins schelmachtige moderne moraliteit, waarin Palol de roman en het denkproces over de wording van diezelfde roman op vernuftige wijze in elkaar gevlochten heeft. De taal is sprankelend en de humor, die in de voorafgaande boeken zo pijnlijk ontbrak, vaak hilarisch. Het boek moet maar snel in het Nederlands worden vertaald, om te laten zien dat het bij Palol ook anders kan.