'Ik ben de gevangene van mijn achtergrond'

Maarten Atmodikoro (27) was totaalweigeraar toen de dienstplicht nog moest worden afgeschaft. De speler van NAC hangt een gevangenisstraf van zeven maanden boven het hoofd. “Ik zou het nog geen dag uithouden in die cel.”

ROTTERDAM, 2O FEBR. Profvoetbal in Nederland is een beroep voor stoere mannen die over weinig anders praten dan auto's, geld en sex. Maarten Atmodikoro is een Surinamer met Javaans bloed in de aderen. Hij speelde de laatste acht seizoenen bij SVV, Dordrecht'90 en NAC. Hij praat met zachte stem, hij leest kranten en boeken, hij heeft een afkeer van geweld. Hij is geen doorsnee voetballer. “Voetbal is geen oorlog. Voetbal is een sportieve strijd, zonder knuppels en geweren.”

Totaalweigeraar Atmodikoro werd in de zomer van 1995 opgeroepen voor militaire dienst. Hij meldde zich bij een kazerne in Bussum, kreeg een geweer aangereikt, maar weigerde het wapen in ontvangst te nemen. Hij kon meteen naar huis. Later moest hij voor de militaire commissie verschijnen in Den Haag, waar mannen met grote snorren en boze blikken hem tevergeefs op andere gedachten probeerden te brengen. Vorige week bepaalde het militaire gerechtshof in Arnhem dat hij zeven maanden celstraf krijgt. Atmodikoro gaat in cassatie bij de Hoge Raad en schrijft zonodig een gratieverzoek aan de koningin.

“De basis van het leger is geweld. Ook al gaan er militairen naar Afrika voor hulpacties, ze lopen daar niet voor niets met geweren rond. Al die wapens hoor je op den duur te gebruiken. Maar hoe kun je nu een mens doodschieten? Ik kan wel vervangende dienstplicht gaan doen, maar in tijden van oorlog kun je net zo makkelijk worden opgeroepen. Van het een komt het ander. Kijk maar wat er nu in Irak gebeurt. Nederland steunt Amerika en is meteen betrokken bij een conflictsituatie. Toch denkt de Nederlandse militair nog steeds dat het zo'n vaart niet zal lopen.

“De overheid beschouwt de burger als een marionet, maar ik heb alle touwtjes doorgeknipt. Mij kunnen ze niet als een poppetje behandelen. Ik beschouw de westerse maatschappij als een verkapte vorm van het communisme. Het individu heeft geen keuze. Alles is schots en scheef in deze wereld. De politiek in Nederland is een zooitje. Op welke partij zou ik straks moeten stemmen? Ik zou het echt niet weten. Ik heb ook geen zin om me te verdiepen in die onzin. Ik houd me liever bezig met muziek.

“Alle belangrijke beslissingen in Nederland worden door enkele hoge heren bepaald. In het leger is het niet anders. Toen ik die gezichten van de militaire commissie zag, werd mijn mening meteen bevestigd. Wat een poppenkast! Ze hebben gewoon een spelletje met me gespeeld, vlak voordat de dienstplicht werd afgeschaft, kinderachtiger kan het niet. Ze hebben nog één keer hun macht willen uitoefenen. Als ik geen voetballer was, waren ze misschien veel milder geweest met hun uitspraak. Ik ben de gevangene van mijn achtergrond.

“Als kind stoei je wel eens met je vrienden, maar ik heb nog nooit een ruzie gevochten. Ik zat op een christelijke school, ik heb een vrij rustige jeugd gehad. Alles draaide om het voetbal. Natuurlijk gebeurde er wel eens iets op het veld, maar wij liepen echt niet met een geweer of een knuppel rond. Voetbal is een sportieve strijd, er is geen haat en nijd. Je probeert alleen meer doelpunten te maken dan je tegenstander. Voetballers worden droevig van geweld.

“Ik probeer dit probleem zelf op te lossen. Ik praat er weinig over met mijn familie. De meeste mensen vinden me eigenwijs als ik geen advies vraag, maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Bij NAC maken sommigen mensen zich nog drukker dan ikzelf. Iedereen staat achter me: van de sponsors, de koffiejuffrouw tot het bestuur. In de kleedkamer worden wel eens flauwe grappen gemaakt; dan noemen ze mij een bajesklant of een crimineel. Maar dat is voetbalhumor, daar moet je tegenkunnen. Verder krijg ik allemaal positieve reacties. Brieven uit Friesland en Groningen, ongelooflijk!

“Als ik straks moet gaan zitten, word ik helemaal gek. Ik zou het nog geen dag volhouden, laat staan zeven maanden. Ik zal echt alles proberen om uit de gevangenis te komen. Die cel kan ook het einde van mijn voetballoopbaan betekenen, hoewel ik het liefst nog tien jaar zou willen doorspelen. Het bestuur geeft mij de garantie dat het zo'n vaart niet zal lopen. Ik heb namelijk nog een contract voor anderhalf jaar. Ik voel echt menselijke steun bij NAC en ik hoop maar dat ze me blijven steunen, ook als het minder goed met me afloopt.”