Het wezen van de bizon

Opeens wist Picasso het: met een zaklantaren kun je ook tekenen. Hij ging in een donkere kamer staan, voor een camera met de sluiter wijd open, bewoog de brandende lamp in een reeks tekenbewegingen en binnen een minuut had hij een echte Picasso gemaakt. Het is misschien wel vijftig jaar geleden.

Life, het geïllusteerde weekblad, maakte er een reportage van. Het mooist waren de foto's van de kunstenaar zelf terwijl hij in actie was, ja, als een toreador, en na afloop: zijn minzaam-vrolijke gezicht. Hij zei: 'Dit is de eerste zaklantarenkunst uit de wereldgeschiedenis.'

Met ieder gereedschap valt kunst te maken. Niki de St. Phalle heeft eens zakjes verf, alle kleuren, voor een doek opgehangen. Als je er met een buks op schoot, spatte het zakje uit elkaar. De druppels raakten het doek en na zo'n schietpartij was er een kleurrijk geheel van verticale structuur ontstaan. Windbukskunst. André Breton heeft de stelling verdedigd dat je de absolute daad kon stellen door met een revolver de straat op te gaan en in het wilde om je heen te schieten. Revolverkunst, later vooral in de Verenigde Staten met machinegeweren gepraktiseerd, maar niet door kunstenaars. En wie is de Japanner die op welke Biennale een dode koe in een groot aquarium wilde deponeren om het dier daar voor de duur van het evenement te laten rotten? Dat zou het publiek met zijn neus op de vergankelijkheid drukken. Is het aquariumkunst? Daar valt iets voor te zeggen, want zo'n glazen doos nodigt uit tot veel creativiteit, zoals een opgespannen doek tot schilderen.

Nadat het penseel en de naald concurrentie hebben gekregen van de buks, de revolver, het aquarium en nog veel meer, terwijl verf en de etsplaat, de steen en het houtblok nog maar een paar van de vele materialen zijn, ontstaat er behoefte aan een nieuwe rubricering naar gereedschap en datgene waarop het wordt gebruikt. Door nieuw gereedschap plus materiaal ontvangt de scheppende geest de uitnodiging om zijn verbeeldingskracht en vakmanschap op een nieuwe manier te beproeven en, wie weet, iets te maken dat niet alleen nog nooit eerder is vertoond, maar waarmee ook de grondslag voor een nieuw genre is gelegd. Dit soort dingen denkend liep en zat ik in het Whitney Museum of American Art naar de overzichtstentoonstelling van Bill Viola's videowerk te kijken.

De videokunst wordt op niet ouder dan dertig jaar geschat. Toen zijn de betrekkelijk goedkope camera's met veel band op de markt verschenen. Een wezenlijk verschil met de filmcamera, ook die op 16 millimeter film draait, want zo'n rol duurt tien minuten en daarna kost het vermogens om het opgenomene te laten ontwikkelen en het tot iets te monteren dat het aankijken waard is. Video is dus begonnen als een verleiding voor arme of gemankeerde cineasten. En er zijn cineasten, nog altijd arm maar niet meer gemankeerd, die veel aan de wonderapparaten te danken hebben. De betere zijn trouwens, behalve voor de kieskeurigsten, volledig gelijkwaardig aan de filmcamera geworden. Maar intussen is naast de filmkunst de videokunst gegroeid.

Bill Viola wordt beschouwd als een pionier en een grootmeester tegelijkertijd. Het museum heeft twee en een halve verdieping voor zijn werk ingeruimd. Wat is daar te zien? De kunstenaar heeft bijvoorbeeld zijn camera opgesteld in een golvend landschap waar een stuk of twintig bizons grazen. We zien een half uur grazende bizons, eerst van veraf, en dan gaandeweg komen ze dichterbij, met tot besluit een kop in close-up. Eerst dacht ik: Bill Viola heeft het zich hier nogal gemakkelijk gemaakt. Hij laat de bizons het werk doen.

Maar nu: even naar een bizon kijken is iets heel anders dan een half uur of meer naar zo'n kudde. Het resultaat is dat je je gaat verdiepen in de bizon an sich, zal ik maar zeggen, zijn treurige hersenloosheid, de zware kop die zich eindeloos over de grassprietjes buigt, de close-up van een oog met de volstrekt lege blik. Hoeveel weegt zo'n beest. Een ton. Daar lopen tonnen hulpeloze zinloosheid door het gras. Ik dacht aan Jaap van Heerden: 'Wees blij dat het leven geen zin heeft.' Het kan sterker: 'Wees nog blijer als je daar niets van merkt.' Maar wie heeft ooit een blije bizon gezien.

Niet zo lang geleden hebben we de tentoonstelling Meesterlijk Vee gehad. Als ik aan een stier denk, dan aan die van Potter: stoer beest, stier der stieren. Zo is hij toen door de schilder uit de wei gelicht. Viola heeft van zijn bizons iets heel anders gemaakt. Een film voor de bioscoop is het niet, ook niet als je hem als natuurfilm zou bekijken; een schilderij evenmin. Het is dus video, een ander soort kunst, die je misschien alleen met een videocamera kunt maken en de blik die daarbij hoort.