Geweld op tv zou agressie gewoner maken

ROTTERDAM, 20 FEBR. Het alom tegenwoordige tv-geweld, met vijf tot tien agressieve daden per uur, draagt bij aan een wereldwijde agressieve cultuur. Dat concludeert een grootschalig UNESCO-onderzoek onder leiding van dr J. Groebel van de Universiteit van Utrecht, dat gisteren in Parijs werd gepresenteerd.

Geweld wordt door jongeren als belonend ervaren, stelt het onderzoek vast, en bijna de helft van de 12-jarigen is vaak bang. Van de kinderen over de hele wereld kent 88 procent Arnold Schwartzeneggers 'Terminator', het merendeel ontleent aan film- of tv-helden een voorbeeld om aan moeilijke situaties het hoofd te bieden. Veel kinderen bevinden zich in een agressieve omgeving waarin de werkelijkheid en media-ervaringen de overtuiging ondersteunen dat geweld vanzelfsprekend is.

Uit de wereldwijde interviews met 12-jarigen, gemaakt door lokale scouting-afdelingen, blijkt dat kinderen gemiddeld drie uur voor de televisie doorbengen. Media-geweld compenseert in probleemgebieden de frustraties van kinderen, concludeert het rapport, en in welvarender gebieden voorziet het in de behoefte aan sensatie. Vooral de 'gewoonheid' waarmee geweld op televisie systematisch wordt gepresenteerd, baart de onderzoekers zorgen.

Het rapport beveelt een publiek debat over mediageweld aan, waaraan politici, pedagogen, tv-producenten, ouders en kinderen moeten deelnemen. Ook zou er een gedragscode moeten worden ingesteld, waarmee omroepen en tv-producenten zichzelf controleren op het gebruik van geweld. Het vak 'media-educatie' wordt in het Unesco-rapport aanbevolen; dat moet leiden tot bewuste en kritische media-gebruikers. Ook wijzen de onderzoekers op nieuwe media als Internet, waarop veel 'riskante' geweldsuitingen zijn te zien.

Kinderen besteden ten minste 50 procent meer tijd aan de televisie dan aan elke andere buitenschoolse activiteit. De kijk op de wereld is bij kinderen duidelijk beïnvloed door zowel echte als media-ervaringen. Bijna een derde van de kinderen in de agressie-gebieden gelooft dat de meeste mensen in de wereld slecht zijn, een vijfde denkt dat in de landen zonder gewelddadigheid. Bijna de helft van de kinderen in beide categorieën ziet een grote overeenkomst tussen wat zij waarnemen in de werkelijkheid en wat zij zien op tv.