Geneeskunst werknemers rukt op

Een danserspoli, kapperspoli, bouwvakkerspoli: de geneeskunst voor werknemers breidt zich uit. Bedrijfsartsen en werkgevers zijn er blij mee, maar politiek en niet-werkende patiënten vrezen een tweedeling in de zorg.

AMSTERDAM, 20 FEBR. Een Bulgaarse violiste van het Nederlands Philharmonisch Orkest lijdt aan een frozen shoulder en zit al ruim een jaar thuis. Inmiddels kan ze haar armen weer naar boven toe strekken. “Elke orthopeed zou haar genezen verklaren”, zegt orthopedisch chirurg B. Rietveld, die haar onder behandeling heeft. Maar de pijn is niet weg. Lange tijd een viool op de arm tergt de linkerschouder. Rietveld zet de behandeling voort.

Rietveld is geen doorsnee orthopeed. Behalve medicus is hij ook afgestudeerd musicus (trompet en harp). Als arts is hij volledig gespecialiseerd in de problemen van musici en dansers. In het Westeinde-ziekenhuis in Den Haag leidt hij sinds 1994 het Medisch Centrum voor Dansers en Musici, beter bekend als de 'danserspoli'. Volgens Rietveld is de danserspoli geen 'wachtlijstomzeilend initiatief', bedoeld om een bepaalde groep patiënten buiten de reguliere gezondheidszorg om sneller te kunnen genezen. “Er was in de reguliere zorg gewoon onvoldoende kennis en tijd om dansers en musici te behandelen.” Zijn patiënten komen via de huisarts en de verzekeraar betaalt. Moet hij opereren, wat volgens hem weinig voorkomt, dan moeten zij net als andere orthopedisch patiënten in het Westeinde twee tot drie maanden wachten.

De aandacht voor zieke werknemers neemt toe. Arnhem beschikt al enige jaren over een kapperspoli (officieel 'Centrum voor Huid en Arbeid' genaamd en ook bedoeld voor andere beroepen) en een bedrijvenpoli. De nieuwe stichting Centra voor Arbeid en Gezondheid werkt aan de oprichting van vijf 'expertisecentra' voor de bouw, waar - voorlopig 100.000 - werknemers met gezondheidsklachten terecht kunnen. De medische kosten van 'arbeidsgerelateerde aandoeningen' bedragen zo'n twaalf miljard gulden per jaar, berekende NIA-TNO vorig jaar in opdracht van minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Aandoeningen van het 'bewegingsapparaat' (onder meer rugklachten) en psychische klachten nemen elk veertig procent van de kosten voor hun rekening. De eerste categorie zit gemiddeld 79 dagen thuis, de tweede 98 dagen, becijferde het onderzoeksbureau NZi. Door de privatisering van Ziektewet en de WAO draaien werkgevers grotendeels op voor de kosten.

Volgens adviseur M. de Bosschere van GMG (Gezondheids Management Groep), die de formule van de expertisecentra bedacht, zullen die in eerste instantie gespecialiseerd zijn in “het houdings- en bewegingsapparaat”, maar later ook in psycho-sociale en ademhalingsklachten. Met werkgevers en ziekenhuizen worden gesprekken gevoerd voor in totaal twintig centra. Werknemers zullen er terecht kunnen voor diagnose en bemiddeling voor behandeling. “Wij zullen kijken waar de wachtlijst laag is of voorzien in behandeling op bepaalde tijden, bijvoorbeeld op zaterdag.” Alle zorg heeft plaats op tijden “dat het normale zorgproces niet verstoord wordt. In sommige ziekenhuizen kan dat buiten werktijd zijn.” De werkgever betaalt. Ook niet-werkenden kunnen bij de centra terecht, maar voor hen is betaling (nog) niet geregeld.

De patiëntenorganisatie NP/CF is fel tegen. “In een speciale avondkliniek voor ruggen moet ook de niet-werkende terecht kunnen”, vindt E. Verkaar van NP/CF. “Nu is het zo dat hij maar moet zien hoe hij het betaalt, want extra zorg valt per definitie buiten de verstrekkingen. Je moet eerst afspraken maken met de verzekeraars, zodat iedereen er terecht kan.”

De politiek twijfelt. In december bleek een ruime meerderheid in de Tweede Kamer het er niet mee eens dat minister Borst (Volksgezondheid) een proef met een 'bedrijvenspreekuur' in Leeuwarden had goedgekeurd. Daarbij zou een bedrijfsarts werknemers kunnen verwijzen naar een extra spreekuur van een orthopeed en een neuroloog. Een eerste stap naar tweedeling in de zorg, vreesde de Kamer. Onzin, vindt bedrijfsarts W. Brouwer, bestuurslid van de stichting Bedrijvenpoli in Arnhem. Volgens hem zijn dergelijke initiatieven alleen maar gunstig. “Als dit land bezaaid was met bedrijvenpoli's zou het helemaal geen WAO-probleem hebben. Bij ons is de uitstroom naar de WAO gehalveerd.”

De Arnhemse bedrijvenpoli bestaat al vier jaar. “Wij zijn de enige die het openlijk doen”, zegt Brouwer enigszins bitter. “Andere bedrijven maken stiekem afspraken met een ziekenhuis.” De stichting Bedrijvenpoli, niet meer dan een balie in het Arnhemse ziekenhuis Rijnstaete, huurt van het ziekenhuis diensten als gebruik van operatiekamer en werkuren van een orthopeed en neuroloog. Vier grote bedrijven (AKZO, NS, BASF en KEMA) betalen de kosten, maar ook werknemers van kleinere bedrijven kunnen terecht. De nadruk ligt op diagnose maar ook zijn kleine operaties mogelijk, bijvoorbeeld van een voetbalknie. “Dat doen wij op zaterdag, maar het zijn er niet veel, misschien twee per maand.”, zegt coördinator J. Koster. Het totaal aantal patiënten schat ze op vijf à zes per week. Met het ziekenhuis is afgesproken het werk zoveel mogelijk buiten werktijd te verrichten. Volgens Koster slaagt de poli hier voor negentig procent in. Alleen het maken van röntgenfoto's gebeurt volgens haar onder reguliere werktijd. “Maar dat zijn hele korte ingrepen. Wij hebben geen zin om patiënten daarvoor terug te laten komen.”

Ziekenhuizen en medisch-specialisten hebben in het algemeen nog te weinig kennis en aandacht voor arbeidsgerelateerde aandoeningen, stelt Borst in de notititie Wachttijden en tweedeling die maandag verscheen. Expertisecentra kunnen volgens de minister een oplossing vormen, maar zij meent dat ook een intensievere samenwerking tussen huis- en bedrijfsartsen zou kunnen bijdragen aan lager verzuim.

Chantée Pardoen (10), leerling van de balletacademie in Amsterdam, heeft pijn in haar polsen en liezen. “Merk je dat je minder ver komt in arabesk?”, vraagt Rietveld, die op de röntgenfoto's niets heeft kunnen vinden. Hij concludeert dat haar pezen geïrriteerd zijn doordat zij de laatste maanden hard is gegroeid. Hij verstrekt een recept en adviezen die de gemiddelde orthopeed waarschijnlijk niet snel zou geven. “Goed placeren en meer parallel werken tot de pijn is weggezakt.”