Europa kan wel wat meer zelfvertrouwen gebruiken

Twee dromen beheersten het Europa van de 19de eeuw: het socialisme en Amerika. Het socialisme heeft sindsdien aan werkelijkheidszin ingeboet maar menigeen droomt nog steeds van Amerika. Europa moet daar iets tegenover stellen, vindt Dominique Moïsi. Anders zal het tot een museum van zijn eigen verleden worden.

Is het tijdperk van de globalisering het Amerikaanse tijdperk? Door de crisis op de Aziatische markten is het grotendeels kunstmatige debat over de tegenstellingen tussen Westerse en Aziatische normen en waarden voorlopig gesloten. Westerse waarden zijn wellicht niet universeel, maar zoals de gebeurtenissen op de Aziatische markten aantonen is democratische controle hoogst noodzakelijk. Nu het Aziatische model uit de gratie is, wordt echter niet een algemeen Westers model bejubeld, maar de overwinning van Amerika.

Het World Economic Forum in Davos werd dit jaar gedomineerd door de VS. En het was geen toeval dat Hillary Clinton, 'First Lady of the Global World', de stralende ster van de show was. Dat was om redenen die de 'affaires' in het Witte Huis ontstegen.

De Verenigde Staten staan weer eens in het middelpunt van het strategische, politieke en economische wereldgebeuren. En daarbij hoort een vraag die al in het begin van de jaren vijftig is gesteld door Jean-Paul Sartre: is de Amerikaanse cultuur universeel? Is Amerika universeel omdat het een wereldmacht is of andersom? En: is Amerika, nu de Engelse taal langzaamaan de pendant wordt van het Latijn in de Romeinse tijd, een gematigd, verwaterd equivalent van het Romeinse Rijk? Op deze vragen is maar één antwoord mogelijk: ja, zij het een genuanceerd ja.

Niets symboliseert de centrale rol en de triomf van de Amerikaanse cultuur zozeer als de kunstvorm van de 20ste eeuw bij uitstek: de film en zijn incarnatie, Hollywood. Dit betekent niet dat er elders geen cinematografische reuzen hebben bestaan, van Eisenstein tot Bergman. Maar als industriële, commercieel machtige kunstvorm is de film Amerikaans.

Deze triomf van Hollywood is toe te schrijven aan twee factoren: ten eerste de inhoud van de boodschap en ten tweede haar alomtegenwoordigheid en algemene bekendheid. Of het nu gaat om de meesterwerken van Frank Capra, zoals Mr Smith Goes to Washington en Mr Deeds Goes to Town, tot Stephen Spielbergs meer recente succes Schindler's List - de boodschap is telkens dezelfde: je kunt als individu iets teweegbrengen. Waar een wil is, is een weg.

Deze triomf van het door mededogen of een nobel streven bezielde individu is universeel, en zij staat in schril contrast met het Marivaux-achtige van de Franse romantische film. Deze komt hierop neer: A houdt van B, die van C houdt, die van D houdt.

Toch is de machtige boodschap van Hollywood, de universele hunkering die ze belichaamt, niet specifiek Amerikaans, maar oorspronkelijk afkomstig uit Europa: bij Frank Capra uit het arme zuiden van Italië, bij Ernst Lubitsch en Stephen Spielberg uit joods Midden- en Oost-Europa. De boodschap stoelt op de openheid van Amerika en het ononderbroken succes van zijn multiculturele samenleving of wellicht zelfs smeltkroes. Zo is de zegetocht van de Amerikaanse popmuziek onlosmakelijk verbonden met het Afro-Amerikaanse erfgoed. En dan is er nog de invloed van Aziatische tradities, vooral zen, op hedendaagse Amerikaanse kunstenaars.

Ook andere nationale filmindustrieën zenden een universele boodschap uit. In een recente Algerijnse film die onlangs in Frankrijk in roulatie ging, loopt een kleine jongen in de woestijn, te midden van schrijnend symbolische beelden, vluchtend voor de waanzin van een moordzuchtige volwassenenwereld. Maar slechts weinigen zullen die film ooit zien. De meeste mensen zullen menen dat ze, om het universele van zijn boodschap te doorgronden, een minimum aan geografische, historische en culturele kennis over Algerije moeten bezitten. Amerikaanse films spelen zich daarentegen af tegen een decor dat bij toeschouwers overal ter wereld bekend is. Dankzij de western is iedereen in Arizona geweest zonder er ooit heen te zijn gereisd. Misschien geldt zelfs dat de metropool voor de buitengewesten niet alleen bekend, maar zelfs volstrekt inzichtelijk is, iets wat omgekeerd uiteraard niet geldt.

Natuurlijk is de gulle universaliteit van de Amerikaanse boodschap en haar vertrouwde decor maar één beeldje van de film. Men mag andere, minder grootmoedige realiteiten niet verhullen. Nodeloos geweld, brutaal materialisme en narcistisch individualisme zijn eveneens facetten van het Amerikaanse model. In haar toespraak tot het plenum in Davos wees Hillary Clinton er fijntjes op dat een pasgeborene in Shanghai meer kans heeft de vijf jaar te halen dan een baby in New York.

Toch jagen niet-Amerikanen die systematisch de negatieve zijde van de Amerikaanse cultuur belichten en trachten er barrières tegen op te werpen, een illusie na. Een land als Frankijk, met de overtuiging, sinds de Franse Revolutie, dat het eveneens een universele boodschap heeft uit te dragen, staat hierbij voor hetere vuren dan meer 'bescheiden' naties als Groot-Brittannië of Duitsland. De Fransen moeten ruiterlijk erkennen dat ze de taalstrijd tegen het 'Amerikaans Engels' al verloren hebben - tegen die hedendaagse, minder verfijnde versie van de taal van Shakespeare. Om niet de vorm maar de inhoud te bewaren, niet het medium maar de boodschap, moeten de Fransen zich spiegelen aan Amerika en zijn belangrijkste pluspunten: openheid en flexibiliteit.

Twee voorbeelden typeren de tegenstelling tussen Europa, of althans Frankrijk, en Amerika. De Franse aids-kenner en mede-ontdekker van het HIV-virus heeft om leeftijdsredenen zijn laboratorium moeten verlaten en volgt nu een tweede loopbaan in Amerika. En de excentrieke jongeman die de virtual reality heeft uitgevonden en zijn omvangrijk lichaam bekroont met een rasta-kapsel, mocht vol trots in Davos verkondigen dat iemand met zo'n onconventioneel voorkomen als hij alleen in Amerika een kans zou krijgen om in het leven te slagen.

Het Europa van de 19de eeuw had twee dromen: het socialisme en Amerika. De eerste messianistische illusie is vervluchtigd. De tweede is opgebloeid en universeel geworden. Overal ter wereld dromen jonge, oorspronkelijke geesten van Amerika.

Kan ook Europa deze geesten aan het dromen zetten? Dat is niet alleen een kwestie van geld. Europa moet zich beijveren om de oorspronkelijke, de marginale, de meest creatieve talenten aan te trekken en aan zich te binden. De universaliteit van de Amerikaanse cultuur is ten dele het product van Europa's starheid en gebrek aan zelfvertrouwen. Zonder flexibiliteit en openheid dreigt Europa tot een museum van zijn eigen verleden te worden.