EUROBANKIERS...

De verhouding tussen 'haviken' en 'duiven'. Daar zullen de financiële markten op letten bij de samenstelling van de directie van de Europese Centrale Bank. In het Verdrag van Maastricht is vastgelegd dat de president en directieleden van de ECB uiterlijk op 1 juli 1998 zijn benoemd.

Iedereen rekent er op dat de kandidaten begin mei, tijdens de speciale Europese top in Brussel, zullen worden aangewezen. Daar besluiten de regeringsleiders en staatshoofden ook welke landen gaan meedoen aan de Economische en Monetaire Unie.

Hoeveel haviken en hoeveel duiven, dat is de vraag. Als 'haviken' worden de centrale bankiers beschouwd die een harde munt voorop stellen en een hoog renteniveau op de koop toenemen. Door een hogere rente gaan particulieren en ondernemingen minder lenen en besteden. De vraag naar producten daalt, en dat houdt de prijzen in bedwang. Dus een lage inflatie en een harde euro.

De 'duiven' hebben meer oog voor de werkgelegenheid en menen dat die gebaat is bij hogere bestedingen en desnoods dus een lager renteniveau. Omdat de Europese Centrale Bank met het disconto het niveau van de korte rente bepaalt, is de samensteling van de directie zo belangrijk.

In totaal zal de directie vier tot zes leden tellen en er wordt volop gespeculeerd wie dat zullen worden. De strijd om het presidentschap tussen Wim Duisenberg en Jean Claude Trichet is, zoals bekend, nog niet gestreden. Als Duisenberg president wordt, wordt de Franse centrale bankier waarschijnlijk vice-president. Een van de directiestoelen zal bezet worden door Duitsland. De grootste kanshebber voor deze functie is Otmar Issing, de hoofdeconoom van de Duitse Bundesbank. Deze 61-jarige centrale bankier geldt als een havik. Volgens ingewijden bestaat er weinig twijfel dat de Duitsers Issing in de leiding van de bank benoemd zullen krijgen.

Dan zijn er nog maximaal drie zetels over. Hoe die posten worden ingevuld is een kwestie van passen en meten. De drie Zuid-Europese landen - Italië, Spanje en Portugal - zullen het waarschijnlijk niet accepteren als ze geen vertegenwoordiger in de directie krijgen. Italië ligt politiek gevoelig, Portugal is te klein om de belangen van de zuidelijke staten te behartigen. Een Spaanse kandidaat ligt voor de hand. De president van de Spaanse centrale bank, Luis Angel Rojo, is een grote kanshebber.

Als afvaardiging van een klein land maakt Finland een redelijke kans, om de directie in 'geografisch evenwicht' te brengen. Bovendien zou er met de goed aangeschreven president van de Finse centrale bank, Sirkka Hälämäinen, ook een vrouw in de ECB-top zitten.

Als deze vijf inderdaad de ECB-directie vormen, krijgt die een havik-achtig karakter. Degenen die zich zorgen maken om de hardheid van de euro, kunnen gerust zijn.

En dan de zesde zetel. Het gerucht gaat dat die wordt opengehouden voor een Britse kandidaat. Zo wordt de deelname van Groot-Brittannië aan de euro makkelijk gemaakt. Woensdag warmde bondskanselier Kohl de Britten nog eens op voor EMU-lidmaatschap tijdens een feestje in Londen. “Europa kan niet zonder het Verenigd Koninkrijk, en andersom. De Europese Unie heeft de unieke Britse mix nodig van realiteitszin en traditionalisme, pragmatisme en idealisme, evenwichtigheid en vrijheidszin.” De benoeming van Eddie George, de president van de Bank of England, voor een nieuwe termijn van vijf jaar, die eveneens woensdag bekend werd, kan een eventuele Britse EMU-toetreding stroever doen verlopen. George staat sceptischer tegenover de monetaire unie dan de Britse regering. Anderen beweren juist dat 'steady Eddie' met zijn behoudend monetair beleid, en als oude bekende in de bancaire wereld, de toetreding eenvoudiger maakt. (MS)