Eeuwige jeugd; Kunst in galeries

8 Jonge Kunstenaars. Galerie Nouvelles Images, Westeinde 22, Den Haag. Di. t/m za. 11-17 u. T/m 4 maart.

Killing Your Darlings? Waagplein 2/3/4, Groningen. Wo. t/m zo. 13-17 u. T/m 15 maart.

About to inflict damage. Amsterdam Young Artists Circuit, Keizersgracht 166, Amsterdam. Do. t/m za. 13-17.30 u. T/m 14 maart.

Wie jong is denkt er niet aan te zullen sterven - als je nog maar weinig jaren telt, heb je doorgaans wel iets anders aan je hoofd. Een leuk sociaal leven bijvoorbeeld, of de zorg voor een dak boven je hoofd en je carrièrekansen. Als je de leeftijd hebt dat je überhaupt iets bewuster over de inrichting van je leven nadenkt, is er niets zo ontmoedigend als de wetenschap dat je dood gaat.

Elke dag een beetje dichter bij de dood. De generatie die dat aan den lijve ervaart, kan zich met jaloezie aan de opkomende vergapen. (Liefdes)relaties met het jonge bloed zijn hun enige hoop op onsterfelijkheid. Evenementen die jong talent promoten als de Prix de Rome, de jaarlijkse Peilingen van de musea, en de NPS Cultuurprijs voor een jonge, beginnende kunstenaar, zijn een institutionalisering van dit fenomeen.

Los van de bedoeling het talent te ondersteunen is er onvermijdelijk de hoop dat er iets van de glans, de jeugdigheid zal overgaan op de promotors. Niets is zo magisch als een talent in de knop. In Galerie Nouvelles Images in Den Haag is de expositie 8 Jonge Kunstenaars te zien. Galeriehouder Erik Bos: “Er waren opvallend veel familieleden en vrienden van de kunstenaars op de opening, dat is altijd zo als ze nog jong zijn. Naarmate een kunstenaar belangrijker wordt en meer een eigen publiek heeft, zie je automatisch minder familie verschijnen.” Het onder de aandacht brengen van jonge kunstenaars heeft bij Nouvelles Images een lange traditie. Al is die aandacht in de loop der jaren wel verschoven van grote groepstentoonstellingen van pas afgestudeerde kunstenaars, naar meer compacte tentoonstellingen van kunstenaars die al iets langer bezig zijn maar nog niet in het officiële tentoonstellingscircuit zijn opgenomen. Bos: “Veel kunstenaars zien na de academie het licht maar zakken na een tijdje weer weg, verdwijnen uit het zicht. Het is heel spannend om nieuw talent te zoeken, maar je hebt als galeriehouder wél een verantwoordelijkheid voor wie je presenteert; je keuze is niet vrijblijvend.”

Voor 8 Jonge Kunstenaars heeft Bos acht collega-galeriehouders gevraagd een kunstenaar uit hun stal voor te dragen. Zo presenteert de Wetering Galerie uit Amsterdam Elspeth Diederix (1971) en Galerie Fons Welters, eveneens uit Amsterdam, Alexandra Rouppe van der Voort (1968).

Rouppe van der Voort toont een diaserie waarin zij zelf de hoofdrol speelt. Roodbruin geschminkt, gehuld in een poncho en met een middenscheiding in haar haar, speelt zij Indiaantje in een overduidelijk Nederlands polderlandschap. De wegbebakening en prikkeldraad die de natuur zou moeten beschermen, staan hier eerder symbool voor de over-georganiseerde leefomgeving. De Indiaan verdoet haar tijd meestal slapend onder een strooien hoed - de droomwereld lijkt de enige wereld waarin zij nog kan verdwijnen.

Ook het kunstinitiatief Ziegler Groningen brengt jonge kunstenaars in de groepstentoonstelling Killing Your Darlings?. Coördinator Jannie van der Schans: “Ziegler is een plek voor startende kunstenaars, dus kunstenaars die nog hun weg moeten vinden. Ze krijgen daarbij geen inhoudelijke beperkingen opgelegd, ons tentoonstellingsbeleid staat in het teken van de ontwikkeling van het kunstenaarschap.” Killing Your Darlings? laat werk zien van onder meer Peter Land (1966), Owen Oppenheimer (1969) en Femke Schaap (1972). Een deel van de filminstallatie van Schaap bestaat uit een projectie van een zittende, oudere vrouw. Ondanks haar vrolijke bloemetjesjurk en de gekleurde vlaggenslingers die haar omringen heeft ze een lusteloze houding: ze staart wazig voor zich uit en beweegt nauwelijks. Oma Verjaardag is geprojecteerd op losse, in de ruimte staande panelen die precies de contouren volgen van de verjaardagsstoel en de vlaggetjes. De film lijkt er daardoor een derde dimensie bij te hebben, wordt tastbaarder, en maakt dat je bijna op de vrouw zou aflopen om haar te troosten.

Maar hoe integer het koesteren en begunstigen van jong talent ook vaak bedoeld is, in de context van de kunstmarkt wekt het een zeker wantrouwen. Het besef dat jonge kunstenaars gehyped kunnen worden, en dat er slechts plaats is voor zeer weinig sterren aan het firmament, maakt het voor een galeriehouder begerenswaardig om er in een vroeg stadium bij te zijn. In alle bescheidenheid geeft Erik Bos toe dat het ontdekken van een nieuw talent een kick kan geven: “In 1994 had ik Michael Raedecker voor het eerst in de galerie. Hij heeft toen in dat zelfde jaar nog de Prix de Rome voor schilderkunst gewonnen, en onlangs is zijn werk nog aangekocht door Charles Saatchi. Dat hebben we destijds dus goed gezien, en dat blijf je dan volgen.” Kunstenaars die als 'jong' worden bestempeld, hebben volgens de kunstpromotors een leeftijdsgrens van rond de 30 jaar. De promotors zelf hebben - zoals verwacht - een leeftijd die daar ver bovenuit stijgt. Dit geldt ook voor voormalig socioloog en organisatie-adviseur Bob Vlake die in augustus vorig jaar de expositieruimte Amsterdam Young Artists Circuit (AYAC'S) heeft opgericht. Vanuit zijn pand aan de Keizersgracht ondersteunt deze oudere mecenas jong talent dat in zijn ogen ambachtelijk en 'toegankelijk' werk maakt. Vlake: “Ik ben geïnteresseerd in wat hen beroert. Door AYAC'S hoef ik bij wijze van spreken niet meer naar house parties te gaan om jonge mensen te ontmoeten: ze komen nu bij mij.”

De 22-jarige Oscar Stegehuis exposeert in AYAC'S een serie schilderijen: About to inflict damage. Stegehuis legt in deze serie dramatische momenten vast uit films als Pulp Fiction en Thelma & Louise, waarbij de acteurs voor de keuze staan zichzelf of de ander om te brengen. Zo schilderde hij het moment waarop Thelma en Louise midden in een voor hen beroerd uitziende achtervolgingsscène, in dubio zijn of ze zich wel of niet zullen overgeven aan de horde politieagenten. Stegehuis verstilt dit spannende moment - in werkelijkheid wordt de beslissing in een split second genomen.

De hoop dat er iets van de geest van jonge kunstenaars zal uitstralen op hun promotors doet denken aan het verlangen van de koppensneller om de levenskracht van het slachtoffer tot zich te nemen. Begerige promotors kunnen een niet minder fatale invloed hebben op de carrière van de beginnende kunstenaar. Want het ligt in hun macht om een kunstenaar in korte tijd te maken, maar ook te breken. Er is niets zo magisch als een talent in de knop, maar er is niets zo tragisch als dit te smoren in de kiem.

Als het hen echt alleen om talent te doen is, waarom wordt er dan niet ook intensief gespeurd naar oude, beginnende kunstenaars? Geen oudjes die een heel oeuvre op hun naam hebben staan, maar mensen die later, soms zelfs na hun pensioen, een nieuwe carrie starten. Sommigen hebben daar ook een goede reden voor: Zo schreef Gerhard Durlacher pas op latere leeftijd zijn ervaringen op als jongetje in het kamp Birkenau in onder andere Strepen aan de hemel.

In de kunst is de enige onsterfelijkheid die van de eeuwig durende roem.