Een vreemdeling vertelt over verre landen

Harm de Jonge: Tijgers huilen niet. Van Goor, 84 blz. Vanaf 10 jaar. ƒ 24,90

Een plotseling verschenen vreemdeling brengt kleur in het leven van twee mensen en verdwijnt weer. Dit bekende, geheimzinnige thema gebruikt Harm de Jonge in Tijgers huilen niet. De twee mensen zijn Jonie en Siem, jongens die op een schoolplein zitten te kaarten. De vreemdeling die langsslentert, is een mysterieuze jongen die 'Brakker' heet.

Brakker betovert de jongens met zijn verhalen over verre landen en oude tijden. Over de Russische veldtocht van Napoleon, waarin de hongerige soldaten 'vette neuzen van kozakken' in de soep gooiden; of over China waar ze 'met een figuurzaag een luikje in je hoofd' zagen. Brakker heeft een voorkeur voor dood en verminking.Zo vertelt hij over kinderen die zonder ogen worden geboren: 'Dan zit er op de plek van de ogen gewoon dicht vel. Die mensen horen hier niet, weet je dat? Ze zijn verdwaald. Ze komen uit de ruimte.'

De verhalenverteller houdt de jongens in zijn ban door zelf mysterieus te blijven. Wie hij is, blijft in raadsels gehuld. Hij zegt tijgertemmer te zijn. Hij zegt 'uit het noorden' te komen. 'Het is er zo stil dat je een uil op kilometers afstand hoort. En de bossen, die zoemen er altijd.' Grappig is de reactie van Siem, die nog niet helemaal thuis is in Brakkers wereld: 'Het noorden. Dan moet je door de Herenstraat.'

Gaandeweg wordt duidelijk dat vertellen voor Brakker bittere noodzaak is. Hij kan niets anders. Als Jonie en Siem willen vissen of zwemmen, weigert Brakker. Jonie zegt: 'De spannende dingen gebeurden altijd in de verhalen van Brakker. In werkelijkheid was hij eigenlijk een beetje saai.' Brakker is ook fysiek niet tot veel in staat. Hij hinkt, ziet bleek en onder zijn pet, die nooit af mag, verbergt hij een mankement. Waarschijnlijk heeft hij achter zijn verhalen ook een treurig leven te verbergen.

Tijgers huilen niet gaat over de toverkracht van het vertellen. Het mooie aan de novelle is dat Harm de Jonge dit thema in een consequent strakke vorm heeft gegoten, waarin alles zijn functie heeft. Stijl en decor zijn kaal en sober. Ook het vertelde is sober. De drie jongens zitten bij een muur en Brakker vertelt. Meer gebeurt er eigenlijk niet in het boek.

In deze grijze omgeving kunnen Brakkers kleurrijke verhalen het beste schitteren. Als hij vertelt, is de stijl opeens barok: 'Tijgers behoren tot de katachtigen. Des avonds als de schemer over de berghelling valt, gaan ze op jacht. Op hun zachte zoolkussens kunnen zij zich geruisloos voortbewegen.'

Als Harm de Jonge zijn consequent volgehouden gebrek aan gebeurtenissen loslaat, gaat het direct mis. De climax van het boek is de strijd tussen de jongens en enkele medescholieren tegen de 'Mauritsers', leerlingen van een andere school. Dit hoofdstuk valt uit de toon; er gebeurt te veel.

In het verhaal heeft dit krijgstafereel wel een duidelijke functie. Brakker is het brein, de Napoleon, achter de veldslag. Zelf vecht hij natuurlijk niet mee, maar toch is hij buiten zijn boekje gegaan. Zolang hij zijn verontrustende verhalen vertelde, werd hij gedoogd. Maar zodra hij er daadwerkelijk één naspeelt, wordt hij weggestuurd. Hij verdwijnt uit het leven van de jongens. De lezer blijft met een hoop vragen zitten, maar dat is ook de bedoeling van Brakker - en van Harm de Jonge. Dat hoort bij een betoverend verhaal.