Een gespleten gewest

C. Dekker (red.): Geschiedenis van de provincie Utrecht. Stichtse Historische Reeks. Het Spectrum. Drie delen, 1251 blz. ƒ 350,-

Het is nog maar tien jaar geleden dat Amsterdam, Rotterdam en Den Haag gezamenlijk een poging ondernamen om Utrecht uit de Randstad te zetten. De inzet was het geld dat het Rijk voor de Randstad in petto had. Dat moest met zo min mogelijk kandidaten gedeeld worden. Onder leiding van de toenmalige Utrechtse rector magnificus prof. J. van Ginkel bundelde de regio haar krachten en werd de aanval afgeslagen.

Ook voor de rector was de band met de Randstad niet vanzelfsprekend. Soms is het voor Utrecht aantrekkelijker om zich te rekenen tot de provincie. 'Die Januskop moeten we koesteren', zei Van Ginkel destijds. In later jaren hanteerden de rector en andere bestuurders diplomatieker taal en spraken zij over de regio als een 'draaischijf' en de 'poort tussen de Randstad en de provincie'. De vraag is of het aangenaam wonen is op een draaischijf, maar bestuurders kunnen er blijkbaar mee leven.

Een Januskop duidt op een gespleten persoonlijkheid en het gaat ver om de stad en regio een dergelijk complex aan te praten. Maar enige tweeslachtigheid kan het Sticht niet worden ontzegd en ook de relatie met Holland is vaak moeizaam geweest. Dat blijkt ook weer uit de recent verschenen Geschiedenis van de provincie Utrecht, dat onder redactionele leiding stond van oud-rijksarchivaris prof. dr. C. Dekker.

Uitgangspunt bij de beschrijving is de ruimtelijke ordening, de situatie van grond en water. Daarmee is het lot van Utrecht al voor een deel verklaard. De provincie ligt precies op de overgang van hoog naar laag, van droog naar nat. Men kan zich daarmee ook gelukkig prijzen, want er is in Nederland geen andere provincie met zo'n grote variëteit van landschappen.

Het tweeledige karakter in het landschap correspondeert met andere grensverschijnselen, constateert de Utrechtse historica prof. dr. J. M. van Winter. Eeuwenlang was de stad Utrecht weliswaar een belangrijk religieus centrum, maar in werkelijkheid lag de regio aan de rand van wereldse rijken. Vaak is dat een kwetsbare positie, maar het geeft ook manoeuvreerruimte. Sinds Utrecht geen directe verbinding meer met de zee heeft, is het kampioen schipperen. De waterstaat was vaak een bron van conflict. Utrecht wilde haar water zo snel mogelijk kwijt, maar dat gebeurde niet altijd naar de zin van het lager gelegen Holland.

Voorstanders van een religieuze staat doen er goed aan de geschiedenis van het Sticht te lezen. Het bisschoppelijk bewind ging vaak gepaard met gewapende twist. Dat was natuurlijk vooral een gevolg van de ligging tussen Gelderland en Holland, maar de concentratie van wereldlijke en kerkelijke macht bleek overduidelijk niet superieur.

Tekenend is de geschiedenis onder bisschop Jan van Nassau, die van 1268 tot 1290 regeerde. Een opstand van Kennemer boeren sloeg over naar de stad Utrecht De ambachtsgilden zetten de patriciërs uit het stadsbestuur, maar de Hollandse graaf Floris V herstelde de oude orde. Met wapengeweld kreeg hij de Stichtse kastelen Montfoort en Vreeland aan de Vecht in zijn bezit. In het nauw gedrongen deed Jan van Nassau een greep in het fonds dat de gelovigen bijeen brachten voor de kruistochten. Nadat de paus dit had ontdekt, werd Van Nassau gedwongen het geld terug te betalen. Floris V hielp de bisschop uit de brand. De Hollandse graaf leende hem het geld, maar bracht ook de kosten voor de belegering van Montfoort en Vreeland in rekening. Een groter vernedering is nauwelijks denkbaar.

Jan van Nassau werd in 1290 wegens financieel wanbeleid afgezet, maar Floris V verging het nog slechter. Hij werd vermoord in 1296, hetgeen kort daarna werd gevolgd door de annexatie van het Gooi. Nu nog markeert het Floris V-pad de plek des onheils en de grens met Noord-Holland.

Ook intern vertoonde het Sticht altijd enige gespletenheid. De Heuvelrug tussen Amersfoort en de stad Utrecht heeft eeuwenlang de kontakten tussen die twee gebieden bemoeilijkt. Soms was dat een voordeel, bijvoorbeeld als de bisschop op de vlucht voor opstandige elementen zijn toevlucht in Amersfoort zocht.

Verzwakt door interne verdeeldheid en externe druk moest de bisschop in 1528 zijn wereldlijk gezag aan Karel V afstaan, maar daarmee kwam er geen eind aan de gespannen relatie met Holland. Dat werd nog eens op pregnante wijze duidelijk tijdens het rampjaar 1672. De Zeven Provinciën stonden onder grote druk van Engeland, Frankrijk, Munster en Keulen, maar het Sticht kon het niet eens worden over de aanleg van een waterlinie om een opmars uit het oosten te weerstaan. Ten einde raad legde Holland ijlings een waterlinie aan bij Woerden, die in het rampjaar 1672 krakend stand hield. Utrecht werd ingenomen door de Fransen en de andere provincies beschuldigden het Sticht van een te gemakkelijke overgave. Sindsdien bestaat de scheldnaam 'Stichtse sleuteldragers'. Nadat de Fransen een ravage hadden aangericht en zich terugtrokken, volgde de vergelding. Utrecht kreeg een regeringsreglement opgelegd dat de stadhouder in Holland alle macht gaf over de belangrijke benoemingen. Honderd jaar stond de provincie onder curatele.

De afhankelijkheid van Holland leidde eind achttiende eeuw tot een merkwaardig Utrechts fenomeen: de opkomst van een radicale patriottische beweging. Zij was de reactie op een verkalkt bestuurlijk systeem: het resultaat van de vriendjespolitiek waarvoor Holland Utrecht had gebruikt.

In de eenheidsstaat die na de Franse tijd intrad, werd de controverse tussen Holland en Utrecht 'gedempt'. Voor machinaties was nauwelijks nog reden, want de stad Utrecht leidde een kwijnend bestaan. Eind vorige eeuw heette zij 'de koningin der dode steden'. Het was het resultaat van een proces dat al was begonnen voor 1600, toen Utrecht haar positie als grootste stad aan Amsterdam moest afstaan.

Het verzet tegen Holland heeft nooit geleid tot een zelfbewuste Stichtse identiteit. Een inwoner van Usquert voelt zich Groninger, maar een Bunniker is geen Utrechter. Een verklaring is het ontbreken van een erfelijke dynastie in de provincie, als gevolg van de bisschoppelijke heerschappij.

Maar de ligging speelt onmiskenbaar ook een rol. Er zijn (te) veel keuzemogelijkheden. Momenteel is dat weer een winstpunt. Nergens is de economische voorspoed zo groot. Iedereen wil in het centrum van het land zitten, want dan kun je snel alle kanten op. Die nieuwe gespletenheid zal de mobiele mens een zorg wezen. Straks ligt het verkeersplein Oudenrijn volledig in de stad Utrecht en is de tolheffing weer terug. Gelukkig is er dan nog de Geschiedenis van de provincie Utrecht.