Duitse vakbonden harder ondanks banenverlies

BONN, 20 FEBR. De werkloosheid dreigt deze maand in Duitsland door de kritieke grens van vijf miljoen te breken. Maar de angst voor verlies van banen weerhoudt de vakbonden er niet van voor hoger loon te gaan staken.

De ambtenarenbonden ÖTV (Öffentliche Dienste, Transport und Verkehr) en de DAG (Deutsche Angestellten-Gewerkschaft) zijn het onderhandelen met de werkgever beu en hebben gisteren waarschuwingsstakingen in heel Duitsland aangekondigd. Een van de speerpunten is Nedersaksen, waar volgende week op 1 maart deelstaatverkiezingen worden gehouden. “De acties zullen niet ongemerkt aan de burgers voorbij gaan”, waarschuwde vakbondsleider Herbert Mai. Oppassen geblazen voor reizigers, die op treinen en bussen zijn aangewezen, want de kans op urenlange vertragingen is groot. De CAO-onderhandelingen voor de 3,2 miljoen werknemers in de publieke sector verlopen uiterst moeizaam, sinds de bonden een royale looneis van 4,5 procent op tafel hebben gelegd. Minister Manfred Kanther (CDU) van Binnenlandse Zaken noemde deze eis “niet van deze wereld”. Met een inflatie, die vorige maand 1,3 procent bedroeg, betekent dit een reële loonstijging van ruim 3 procent. Onbetaalbaar, aldus Kanther, die sprak van de moeilijkste CAO-onderhandelingen in de geschiedenis van de Bondsrepubliek. Beide partijen hebben intussen al vijf onderhandelingsronden achter de rug en de standpunten van werkgevers en werknemers staan vooralsnog onwrikbaar tegenover elkaar. De werkgevers voelen niets voor de hoge looneis, willen de korting op het ziekengeld van 100 naar 80 procent doorzetten en bezuinigen op de regeling voor vervroegd uittreden.

Maar de vakbonden menen lang genoeg “gematigde CAO's” te hebben afgesloten. Sinds 1996 worden in de publieke sector de lonen gematigd, die begin jaren negentig nog stijgingen van 5 tot 6 procent te zien gaven. Twee jaar matigen vinden de bonden welletjes. “Als de werkgevers met ons een ouderdomsregeling, arbeidstijdverkorting of vermindering van overuren overeenkomen, zijn we ook bereid ons met loonsverhogingen in te houden”, stelde Mai voor. Hij zei er alleen niet bij dat hij arbeidstijdverkorting met behoud van loon bedoelde.

Vorige week al baarde de vakbondsleider het nodige opzien met zijn voorstel tot drastische arbeidstijdverkorting. Als de werkweek naar 30 uur wordt teruggebracht, kunnen er 135.000 extra banen worden geschapen, had Mai becijferd. Over een navenante loonsvermindering, sprak hij niet. Een serieuze bijdrage aan het bestrijden van de werkloosheid, noemde de vakbondsman z'n voorstel nog.

Mai oogste een stormvloed aan kritiek. Verkorting van de werkweek bij uitbetaling van het volle salaris, maakt arbeid nog veel duurder, riep Binnenlandse Zaken uit. Zelfs minister Norbert Blüm van Arbeid noemde collectieve regelingen niet meer gepast als middel om meer banen te schaffen. Hij noemde de huidige werktijden al inflexibel. Onder het motto 'slanke staat' wil de overheid juist het aantal arbeidsplaatsen verminderen; sinds 1992 zijn er zo'n 60.000 arbeidsplaatsen op 'sociaal aanvaardbare wijze' verdwenen.

Ook uit vakbondskringen was kritiek te beluisteren. De voorzitter van de vakcentrale voor Mijnbouw, Chemie en Energie, Hubertus Schmoldt, noemde het opzetje van Mai “niet erg nuttig”. Het debat over bestrijding van de werkloosheid moest niet via de band van een kortere werkweek worden gevoerd.

Nu is Schmoldt een gematigde vakbondsleider, die in de chemie-industrie al vele jaren ingenieuze CAO's wist af te sluiten, waarbij werknemers inleverden in ruil voor werk. Hij wordt de Wim Kok van de Duitse vakbeweging genoemd, herinnerend aan de jaren dat Kok als vakbondsleider de grote matiging propageerde in ruil voor werk. Alleen vertegenwoordigt Schmoldt in het Duitse vakbondsland nog altijd een minderheidsstandpunt. Een teken aan de wand is dat zelfs de voorzitter van de overkoepelende vakcentrale DGB (Deutscher Gewerkschaftsbund), Dieter Schulte, het voorstel van Mai voor een 30-urige werkweek omhelsde. “We komen er zonder herverdeling van werk niet uit”, zei Schulte. Al begin dit jaar liet Schulte weten dat het mooi was geweest met de matiging. In de Duitse economie wordt weer “dik geld” verdiend, meende de vakbondsvoorzitter. Na twee jaren van matiging was het de hoogste tijd voor tegenprestaties: hogere lonen, strikte naleving van de CAO's en nieuwe arbeidsplaatsen.

Terwijl een belangrijk deel van de Duitse vakbeweging halsstarrig aan verworvenheden blijft vasthouden en een herziening van het Duitse economische model onnodig vindt, trekken bedrijven hun consequenties. Het Franse Alcatel in Berlijn liet deze week weten, 500 banen te willen schrappen. Vermoedelijk wordt de vestigingen in Lichtenberg en Marienfelde zelfs compleet gesloten. Een deel van het werk wil het concern voortaan in Engeland laten verrichten.

Oorzaak? “Een produktief arbeidsuur in Marienfelde kost ons 157 mark, in Engeland 72 mark”, rekende een Alcatel-woordvoerder voor. Siemens is in Berlijn hard bezig om 20.000 werknemers een loonsverlaging van zelfs 20 procent af te dwingen. Via een aparte dochter kunnen de werknemers buiten de CAO om tegen lagere betaling weer in dienst komen.

Onlangs riep werkgeversvoorzitter Hans-Olaf Henkel Westduitse bedrijven op het Oostduitse voorbeeld te volgen, waar steeds meer bedrijven aan de starre CAO's ontsnappen. Vakbondsleiders als Schmoldt menen, dat de vakbeweging meer kan bereiken door zichzelf niet buiten spel te zetten.